is toegevoegd aan uw favorieten.

Christelijke encyclopædie voor het Nederlandsche volk

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

AFRIKAANSCHE ORTHODOXE KERK - AFSCHEIDING

59

van hem losmaakte), de in 1893 begonnen Njassaindustrie-zending, en eindelijk nog een van Schotsche Baptisten. — De Africa-Inland vrije [zending heeft het grootsche plan om vanhier in INoord-Westelijke richting naar het Tschad-meer in West-Centraal Afrika een rij zendingsstations te stichten; in 1916 had zij al 8 stations van ['het Albert Nyansa-meer naar het Fransche Congogebied. Verder werd in Oost-Afrika nog gewerkt door de Leipziger vereeniging, onder de Wakamba-bevolking in 't Zuiden, en aan de Tanarivier door de Neukirchner vereeniging; terwijl de Zweedsche zending (E. F.) in 't Noorden sedert 1897 pogingen doet om onder de Gallabevolking het Evangelie te brengen. — Ten Noorden van het Victoria Nyansa-meer ligt Uganda, waarover koning Mtesa regeerde, bij wien Stanley maandenlang bleef tijdens zijn in 1874 begonnen reis in Midden-Afrika. Het land Kram in 1894 onder Engelsch protectoraat. Op Stanley's roepstem zond de Engelsche kerkzending (O M.) in 1876 haar missionarissen, die onder den onbeslisten Mtesa (f 1884) en zijn loon Muanga (in 1888 afgezet) veel te lijden hadden. Toch werkten zij voort, en na de Engelsche bezetting kwam er een krachtige ontwaking, die niet alleen over Uganda Proper, maar ook over de naburige Ankole, Foro en Unjoro in 't Westen en over de Busoga, Bukadi jen Kawirondo in 't Oosten, tot aan de grenzen van Egyptisch Sudan zich uitstrekte. Vooral sedert 1892 is het grootendeels een Christelijk land geworden. Bisschop Tucker (1890—1911) wijdde al zijn kracht daaraan. In 1909 werd de ierste synode gehouden, waar 300 geestelijken en leeken uit de inboorlingen vergaderden. In 1914 is in Uganda Dandichwa, de eerste Christelijke koning, gekroond.

Noord-Afrika is voor de zending een geheel ander gebied. Dat komt doordat hier de bevolking bijna geheel den Islam belijdt, en doordat in het Oosten nog resten zijn van de oude Afrikaansche kerk. In het Portugeesche Eritrea heeft sedert 1866 de Zweedsche zending (E. F.) een greinig vruchtbaar veld, zooals ook in Abessynië, waar zij onder de Galla arbeidt. Hier heeft het Engelsch Bijbelgenootschap eerst voor korten tijd van den aartsbisschop van Ethiopië verlof ontvangen om in de hoofdstad des lands een Bijbeldepót op te richten. In Egypte zijn de Amerikaansche vereenigde Presbyterianen in 1854 onder de z.g. Koptische Christenen begonnen: in de wemeenten arbeiden inboorlingen; in Kaïro is een seminarie, daar zijn ook twee goede meisjesscholen, en bovendien heeft deze zending op haar terrein 2 hospitalen en 4 poliklinieken. Onder de Mohammedanen is zij ook werkzaam vooral door medische- en vrouwenzending, scholen en Bijbelcol portage. Evenals de Amerikanen, arbeidt sedert 1882 de Engelsche kerk-zending (C. M.) niet zonder zegen; zij geeft het „Oriënt and Occidenf' tijdschrift uit. In Kaliub, 't oude Heliopolis, bij Kaïro, is een Nederlandsche zending. In BenedenEgypte is de English Egyptian General Mission in 1900 begonnen. Verder arbeidt hier de North Africa Mission, evenals elders in Noord-Afrika, vooral door ziekenverpleging, huisbezoek en onderwijs. In Kaïro is de Nile Mission Press

bezig tot verspreiding van literatuur tot zelfs in Perzië. In 1912 is in dit bolwerk der Mohammedanen onder Gairdner en Zwemer een seminarie geopend voor speciale Islam-zending. In Boven-Egypte is de Sudan Pionier Mission, die van Wiesbaden uitgaat, bezig om uit Assuan naar het Zuiden in Soedan te komen. In het Engelsch Egyptische Soedan, waarde bevolking Mohammedaansch is, laat de regeering geen directe zending toe en is slechts medische- en schoolarbeid. In het heidensche Soedan zijn na de onderwerping van den Mahdi door de Engelsche kerk-zending (C. M.) in Abdurman en Khartoem, en in 1906 in Dinkaland in 't Zuiden stations opgericht. Datzelfde gebied is in 1900 ook door de Amerikaansche vereenigde Presbyterianen gekozen, om onder Mohammedanen en Heidenen te arbeiden. Niet minder moeilijk is het kustgebied aan de Middellandsche Zee, maar op allerlei wijze tracht men er toch een ingang voor het Christendom te verkrijgen. Het Britsche Bijbelgenootschap begon in 1824 met het sturen van colporteurs. In Tunis en Algiers zijn Amerikaansche Methodistische Episcopalen in 1908 begonnen. Op dit terrein en in Marokko zijn ook verschillende bijzondere missies bezig, vooral doof medische zending.

Volgens een opgave in „The missionary review of the world" van Mei 1918, waren er in 1914: 1000 stations, 4500 missionairen, 1.500.000 christenen, 350 hoogere scholen en colleges, 10.000 scholen voor lager onderwijs en 600.000 leerlingen. [12.

Afrikaansche Orthodoxe kerk, in 1921 georganiseerd, en in verband met de „American Catholic Church" beoogt deze groep om vooral de Negers te bereiken. [ 34.

Afscbeld. I. Het weggaan van de eene plaats naar de andere (Hand. 20 : 29). Afscheid van uit dit leven (2 Petr. 1 : 15; 2 Tim. 4:16; Filip. 1 : 23). — II. Het afschetdnemen, de laatste samenspreking met verwanten en vrienden voor de afreis, onder omhelzingen en wederkeerige zegenwenschen ; ook begeleidde men wel de afreizenden te hunner eere een gedeelte van den weg op feestelijke wijze met muziek, zooals het thans nog in het Oosten de gewoonte is (Gen. 31 : 27, 55; Ex. 4 : 18vv.; Ruth 1 : 11; 1 Sam. 20 : 41; Luc. 9 : 61; Hand. 10 : 18, 21; 20 : 17 vv.; 2 Cor. 2 : 13).

Afscheiding. De Afscheiding was een conscientie-kreet van het ontwakend Gereformeerde leven tegen de verkillende werking van het Rationalisme (het dwepen met de Rede). Zij was een breken met het Ned. Herv. kerkbestuur, de schepping van Koning Willem I.

Om haar recht te doen, heeft men te onderscheiden tusschen de oorzaken van en de aanleiding tot de Afscheiding.

De eerste oorzaak is te zoeken in den treurigen toestand der Ned. Herv. kerk. Koudheid en doodschheid heerschten op den kerkelijken akker. Een onderlinge verdraagzaamheid zou den toon aangeven in stee van de bekrompenheid en de enghartigheid der Dordtsche Vaderen. Men geloofde nog aan God, aan deugd en onsterfelijkheid, maar inzonderheid aan eigen voortreffelijkheid. Hetgeen Dirk van Hoogendorp