is toegevoegd aan uw favorieten.

Christelijke encyclopædie voor het Nederlandsche volk

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

102

AMERIKA

liefdadigheid. — De Duitsch Gereformeerde kerk (The Reformed church in the United States, German) die ontstond uit de Duitsch sprekende Gereformeerden, die naar Amerika de wijk genomen hadden, en tot 1793 onder verzorging waren van de classis Amsterdam, in welk jaar zij een eigen synode gingen vormen; in 1825 kwam het tot de oprichting van een eigen opleiding, waaraan het latere Marshall-college in Mercersburg, Pennsylvanië, verbonden werd; van 1844—1865 was Dr. Ph. Schaft als professor daaraan verbonden, in 1852 werd het college en in 1872 het seminarie naar Lancaster verplaatst. In 1908 telde zij 1170 predikanten, 1681 kerken, 288271 avondmaalgangers; voor kerkelijke uitgaven werd bijna 1.9 millioen dollars opgebracht, en 0.4 millioen voor liefdadigheid. — De Christelijk Gereformeerde kerk (The Christian Reformed Church) is de gemeenschap der geloovigen in Amerika, die in de 19e eeuw uit Nederland verhuisd zijn (onder wie Ds. Scholte en Ds. van Raalte behoorden); in haar midden is de catechisatie nog in eere, waaraan het toegeschreven wordt, dat van hare belijdende leden 48% mannen zijn. Haar theologische school met Calvin College staat in Grand-Rapids. Er zijn enkele Duitsche kerken, echter meerdere Engelsche kerken n.1.: in Michigan 8, in Illinois 2, en in New jersey de geheele classis Hackensack. In Canada zijn ook Christelijk Gereformeerde kerken. In 1912 telde zij 150 predikanten, 200 kerken, 30.563 belijdende leden van de 77.561 zielen; voor de inwendige zending waren 12en voor de Indianenzending, 1896 begonnen in Nieuw-Mexico en Arizona, 4 in dienst. — De Hongaarsch Gereformeerde kerk bestaat sedert 1904; tevoren zochten de gemeenten van de Gereformeerden, die uit Hongarije kwamen, aansluiting bij de Duitsch Gereformeerde kerk of de Presbyteriaansche kerk. Met behulp van de Gereformeerde kerken in Hongarije kwam er in 1904 de eigen organisatie, waartoe in 1906, verspreid in 6 Staten, 16 gemeenten behoorden, met 18 predikanten en 5253 leden, van welke % mannen zijn. — Bovendien zijn er niet minder dan 12 verschillende Presbyteriaanitehe kerken, die ontstaan zijn uit de kolonisten, die in Engeland behoorden tot de Presbyteriaansche kerk, of die in Schotland behoorden tot de „ Associate presbyterian church" („seceders" genoemd) en de „Reformed presbyterian church" („covenanters" geheeten), die beide om velerlei reden in de 17e en 18e eeuw van de Schotsche Presbyteriale kerk waren afgegaan. In den loop der historie zijn daaruit de nu bestaande kerken ontstaan, die, wat de regeering der kerk betreft, aan het Gereformeerde beginsel vasthouden.

De zending in Noord-Amerika.

Groenland, het grootste eiland der wereld is reeds in de Middeneeuwen door de Noormannen opgezocht. Zij hebben er een bisdom gehad, zonder op de inboorlingen Christelijken invloed uit te oefenen. In 1721 verkreeg Hans Egede van Frederik IV, koning van Denemarken, verlof om onder de verdrukte bevolking het Christendom te prediken. Moeitevol was zijn arbeid. De Broedergemeente begon haar arbeid in 1737. Zoover is het gekomen, dat deze hare 6 stations aan de

kerk van Denemarken heeft overgedragen, en men zeggen kan, dat' de ruim 18.000 daar wonende Eskimo's tot het Christendom zijn overgegaan.

Labrador. Hier is de Broedergemeente in 1752 begonnen, maar het eerste station kwam er pas in 1791; in het begin dezer eeuw zijn er 6 met 1266 Christenen. Hier zal wel nimmer een zelfstandige kerk komen, evenmin als in de Noordelijke kuststreken tot Alaska toe, wegens het voortdurend rondtrekken der Eskimobevolking, die door de visschersvlooten en de Noordwaarts dringende kolonisten van hun bestaan beroofd worden, en van hen niet anders krijgen dan sterken drank en overerfelijke ziekten.

In Canada, in de verschillende provinciën verspreid, leven nog in vele stammen verdeelde Indianen; in 1912 waren er 104.956 in 1460door de regeering voor hen bestaande reservaten. Van hen leven 40.820 onder de Roomsche kerk, die onder hen 160 scholen met den steun der regeering onderhoudt. Van Protestantsche zijde is het getal iets minder. In 1820 is hier de Evangelie-prediking begonnen, door de Engelsche kerkelijke zending (C. M. S.) en die der hoogkerkelijke (S. P. G.), waardoor ruim 16.500 Indianen in 63 stations, onder 11 diocesen verspreid, gewonnen zijn. Even vruchtbaar was de arbeid der Methodisten van Canada. Door Presbyterianen zijn er 1600 tot het Christendom overgebracht, terwijl de Baptisten 1100 leden tellen. In de Westelijke provinciën, vooral in Britsch Columbia, op Vancouver te Victoria, vertoeven enkele duizenden OostAziaten, onder wie door de Methodisten, de Presbyterianen en de Anglicanen zendingswerk verricht wordt, zonder veel vrucht te oogsten.

Alaska, dat door de Staten van Rusland gekocht is, is geen gebied voor kolonisten. De vondst van edele metalen lokte velen daarheen, die echter voor de inboorlingen geen zegen brengen. Er waren in 1910 ruim 63.000 inwoners, o.a. 15.500 Indianen, 14.000 Eskimo's en Aleuten. Niet minder dan 10 verschillende zendingscorporaties trachten hen tot het Christendom te bekeeren, hetgeen bij omstreeks 9500 hunner bereikt werd. De eerste, die begon, was in 1877 de zending der Amerikaansche Presbyterianen, voor welke Sh. jackson weldoende bezig was. Interessant is de poging van Duncan, die zich van de Engelsche kerkelijke zending (C. M. S.) in 1887 losmaakte, en met door hem bekeerde Tsimschier-lndianen van Metlakahtla, in Britsch Columbia, naar het Annette eiland ging, en daar in Nieuw-Metlakahtla een Christelijk communistisch leven organiseert.

In de Vereenigde Staten leven naar schatting nog 250.000 Indianen die tot vele stammen behooren. Dat zij er nog zijn is te danken aan de kerken en aan enkele in hen belangstellende staatslieden. Er is voor hen een bepaald Indian Territory ten Zuiden van Kansas; en bovendien zijn er 93 overal verspreide reservatie-plaatsen. Desniettegenstaande lijden zij nog vaak ellende. De Dawes-Bill van 1887 opende voor de Indianen de mogelijkheid om burger te worden van den Staat, waarin zij wonen, en een eigen grond in bezit te krijgen. Voor het onderwijs wordt van Staatswege ruim 7 millioen gulden uitgegeven: 48000 kinderen genieten daarvan. Door de kerken,