is toegevoegd aan uw favorieten.

Christelijke encyclopædie voor het Nederlandsche volk

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

APOSTEL

143

Confutatio in bet Duitsch (zij was echter ook in het Latijn gesteld) op 3 Augustus 1530 in de volle vergadering van den Rijksdag voorgelezen. De indruk, welken zij maakte, was gansch anders dan de indruk, gewekt door het voorlezen der Augsburgsche confessie. Cochlaeus klaagde er over, dat velen onder de Lutheranen er om lachten. Aan de Protestanten werd een afschrift van de Confutatio toegestaan, echter onder de uitdrukkelijke voorwaarde, dat zij er geen openbaar gebruik van zouden maken, en er niets tegen schrijven zouden, maar integendeel verklaren zouden, dat zij ermede instemden. Dit was zoo ongeveer een weigering en daarom sloegen de Protestanten dit aanbod af.

Enkele Protestanten hadden onder het voorlezen stukken nageschreven, en, daar men van Roomsche zijde zich erop beroemde, dat de Protestanten door de Confutatio overtuigd waren geworden, drongen de Protestanten er bij Melanchton en andere theologen op aan, om de Confutatio te wederleggen. Zoo ontstond het eerste ontwerp, dat door den Saksischen kanselier Brück aan den keizer werd aangeboden. De keizer weigerde dat geschrift aan te nemen.

Intusschen had Melanchton een afschrift van de gansche Confutatio in handen gekregen en deze werkte aan een Apologie, die meer grondig en afdoend was dan het eerste ontwerp. In de helft van April 1531 werd de Latijnsche tekst voltooid en uitgegeven. Een Duitsche vertaling werd bezorgd door Justus Jonas en nog in hetzelfde jaar uitgegeven.

De Apologie is een schoone proeve van Protestantsche godgeleerdheid. Zij is niet als de Confutatio vol van dubbelzinnige uitdrukkingen en opzettelijke duisterheid.

De inhoud splitst zich in 14 artikelen, waarvan de volgorde en het getal geregeld zijn naar de Augsburgsche confessie, en die in de Confutatio waren aangevallen.

II. Voor Apologie in het algemeen, zie Apologetiek. [ 24.

Apostel. Dit woord, afgeleid van de Grieksche taal, beteekent eigenlijk: „afgezondene, afgezant, zendbode", en dan zulk een afgezant, die niet slechts een boodschap overbrengt, maar ook zijn zender vertegenwoordigt. Het heeft dus een zeer algemeenen zin en zou kunnen gebruikt worden van eiken afgezant b.v. van een vorst of van een gemeenschap. Zóó komt het ook in het Nieuwe Testament wel voor. Jezus zegt bij gelegenheid van de voetwassching: „Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: een dienstknecht is niet meerder dan zijn heer, noch een gezant (apostel, staat er) meerder dan die hem gezonden heeft". In 2 Cor. 8 : 23 wordt gesproken van afgezanten (apostelen) der gemeenten en Filip. 2 : 25 van Epafroditus als den afgezondene, den apostel der gemeente van Filippi.

Het woord „apostel" behoort echter tot die woorden, die allengs een vaststaande, stereotype beteekenis verkregen hebben. „Het is niet onmogelijk, dat de naam van apostelen reeds bij de Joden in gebruik was voor zulke mannen, die door het sanhedrin werden uitgezonden, om een bepaald mandaat uit te voeren ten opzichte van de Joodsche gewoonten buiten Judea". Maar

in de Christelijke kerk is het de aanduiding geworden van een bepaald, wèl omschreven aantal van personen, die met een bijzonder ambt bekleed Waren.

De oorsprong en instelling van dit ambt, zoowel als de naam er voor, moet bij Christus worden gezocht. De evangelist Lucas bericht ons, dat Jezus op zekeren tijd uitging naar den berg om te bidden en Hij bleef den nacht over in het gebed tot God. En als het dag geworden was, riep Hij zijne discipelen tot Zich en verkoor er twaalf uit hen, die Hij ook apostelen noemde (6 : 12, 13). Onderscheidene discipelen moeten dus toen reeds om den Heere vergaderd zijn geweest. Ze zijn tot het geloof in Hem gebracht. Meer nog, ze hebben hun aardsche bezigheden verlaten om Hem te volgen. Eerst toen dit getal aanmerkelijk was aangegroeid, was het oogenblik voor Jezus gekomen, om uit degenen, die rondom Hem waren, een keuze te doen (Mare. 3 : 13; Luc. 6 : 13). — Wat den Heiland tot die keuze bepaalde, was ook dit, dat het Hem steeds duidelijker werd, dat de hoofden en oversten van het Joodsche volk Hem niet wilden erkennen. Hij kwam tot het zijne, maar de zijnen namen Hem niet aan. Israël in zijn toen bestaande organisatie en ambten verwierp Hem. Daarom zag de Heere nu den tijd gekomen, om een nieuwe beweging in te leiden en een nieuwe gemeenschap te stichten, die wél een veroordeeling en verwerping was van het bestaande Jodendom in zijn ontaarding, maar overigens van het oude Israël de vervulling. Daar echter geen gemeenschap een vast bestand hebben kan zonder een bepaalde organisatie, wees Hij er al spoedig de ambtelijke organen van aan.

Met het oog echter op de groote beteekenis van deze aanwijzing en keuze, wilde de Heere er niet toe overgaan, zonder zijn Vader er in te kennen. „Hij bleef den nacht over in het gebed tot God". Biddende zocht Hij zijns Vaders wil te verstaan, zoowel omtrent het voornemen, dat Hij had opgevat, als betreffende de wijze, waarop het uitgevoerd moest worden. En eerst, nadat Hij deze zekerheid had verkregen, ging Hij er toe over. Het was alzoo niet alleen zijn eigen, maar het was ook zijns Vaders wil, dat Hij uit het getal zijner discipelen er twaalf uitkoos, dat Hij aan deze terstond een bijzonderen naam gaf, dien van „apostelen", en dat Hij hen daarmede in het ambt zette.

Het doel van deze verkiezing en van dit ambt wordt nog niet dadelijk in zijn vollen omvang beschreven. Alleen bij Marcus (3 : 14) lezen wij „dat de Heere er twaalf stelde, opdat zij met Hem zouden zijn, en opdat Hij hen zou uitzenden om te prediken, en om macht te hebben, de ziekten te genezen en de duivelen uit te werpen". Maar dit woord kan onmogelijk den geheeten omvang weergeven van 's Heilands bedoeling met de verkiezing van de twaalve. Het ziet alleen op de eerste reis, waartoe zij uitgezonden werden, niet op de wereldomvattende roeping, later hun toebetrouwd. Deze laatste moet Jezus echter van stonde aan bij de verkiezing voor oogen gestaan hebben, al was het ook, dat de twaalven er eerst langzamerhand kennis van kregen en dat zij ook eerst traps-