is toegevoegd aan uw favorieten.

Christelijke encyclopædie voor het Nederlandsche volk

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

180

ASCH — ASDOD

schamen een lichaam te hebben. De heilige Antonius voelde alle lichamelijke behoefte als schande. Vandaar een bittere strijd tegen het vleesch door vasten, zwijgen, pilaarleven enz. De verhouding tusschen ziel en lichaam gold bij velen als dualisme (gescheiden tweeheid). Zoo ontstond het monnikendom als een aparte kerk van heiligen (religiosi) in de kerk. In het monnikendom heeft de ascese bepaalde verdienste, en wordt het onthoudingsleven tot een systeem, voornamelijk in deze drie dingen: coelibaat (ongehuwd leven), armoe en gehoorzaamheid. In de 11de eeuw bereikt deze kerkelijke ascese het hoogtepunt in zelfverminking, geeseling, stekelgordel, zware ketenen enz.

De Hervorming greep ook hier reformatorisch in. Luther herstelde het leven in zijn natuurlijke schoonheid en bloei. Van hem is de spreuk: „Zoolang het artikel van de rechtvaardiging door het geloof onvervalscht blijft, zal niemand licht een monnik worden". Het vasten handhaafde Luther als middel tot geestelijke tucht. Klaarder en meer naar het beginsel herstelde Calvijn het verband tusschen natuur en genade. Het oordeel van Troeltsch, dat het Protestantisme het wereldontvliedend karakter vertoont van het Christendom der Middeleeuwen, geldt in geen geval van het Calvinisme, dat het geheele wereldleven voor God opeischt, en zelfs het meest aardsche werk een Goddelijk beroep noemt. Calvijn zelf bevorderde muziekuitvoeringen, volkspelen en veroordeelde zelfs het tooneel niet volstrekt.

Eerst het Piëtisme en Methodisme bracht hierin ten deele verandering. Ten deele door de verbastering van het Calvinisme zelf, ten deele uit reactie tegen de verwereldlijking van het godsdienstig leven, deed een eenzijdig en ziekelijk Puritanisme zijn intocht: verbod van alle wereldsche genoegens, zelfs muziek (orgel in de kerkl), tabak, literatuur, schaakspel, wandelen op Zondag, dragen van gouden ring, oudmodisch gekleed gaan enz. Deze ascetische opvatting van het leven is in Engelsch-methodistische kringen sterker dan in Nederland (rooken en wijn drinken geldt onder de methodisten in Amerika beslist als zonde), maar toch is de kerk in Nederland deze ascese nog lang niet te boven.

Merkwaardig is in de laatste eeuw de opkomst van een moderne ascese, die geheel afzijdig staat van de religie. Zij wil juist, in de plaats van het Christendom, een louterende macht zijn tot verheffing van het lichaam. Uitgaande van het beginsel, dat de mensch is wat hij eet, en dat hij een product is van de maatschappelijke omstandigheden, wil de moderne ascese een totale wedergeboorte tot stand brengen in het menschelijk geslacht, door den mensch te doen breken met een beschavingsweelde, die bezig is te ontzenuwen en te verbeestelijken. Vandaar drankbestrijding, vegetarisme (onthouding van vleeschspijzen), luchtbaden, landkolonies, enz. Sommigen gaan zóóver, dat zij alleen rauwe vruchten eten en in holen of in bosschen wonen. Men meent op deze wijze de dierlijke instincten en de ontaarding, die gevolg is van de cultuur, te overwinnen.

Voor den Christen is deze ascese om haar materialistisch beginsel veroordeeld. Toch roept

zij hem de zondige moderne beschaving met het Christelijk beginsel te bestrijden. Onthouding, b.v. van drank, kan in zekere omstandigheden Christelijke roeping zijn. Nooit mag echter dergelijke onthouding aan de persoonlijke vrijheid van den Christen afbreuk doen, noch ook worden gerekend als bijzondere zedelijke verdienste voor God. [ 26.

Asch. Fijne, door den wind licht te verstuiven, donkere en onvruchtbare stof. L Dient in beeldspraak om geringheid aan te duiden, wanneer b.v. Abraham zich door den Heere stof en asch noemt (Gen. 18 : 17), Job als stof en asch is geacht (Job 30:19). — II. Naar het levendige voorstellingsvermogen der Oosterlingen wordt zij werkelijk gebruikt bij zitten, liggen (Jes. 58 : 5), en bestrooiing des hoofds (Ezech. 27 : 30), om de diepste treurigheid, verootmoediging, boete uit te drukken, b.v. van Job (2:8; 42:6), Daniël (9:3), Thamar (2 Sam. 13:19), Mordechaï (Est. 4 : 1), Tyrus (Matth. 11 : 21). Zoo komt zijPs. 102:10 voor onder het eten. Wanneer de treurenden Zions (Jes. 61:3) sieraad voor asch bekomen, dan heeft de Heere hun door de verlossing en den geest der vreugde, de treurigheid in vreugde verwisseld (Joh. 16 : 20). — III. Over de asch der koe (Hebr. 9 : 13; Num. 19 : 9).

Ascïidag wordt in de Roomsche kerk de Woensdag genoemd, waarmeê 40 dagen vóór Paschen de groote vasten begint, omdat op dien dag door den dienstdoenden priester de hoofden der geloovigen, die daartoe één voor één bij het altaar nederknielen, met gewijde asch worden bestrooid; een handeling, die ook vervangen mag worden door het met asch aanbrengen van het kruisteeken op het voorhoofd. Deze ceremonie dient niet zoozeer om te herinneren aan de noodzakelijkheid van het boete doen in zak en asch, waartoe de profeten des Ouden Testaments meermalen opwekken, als wel om de geloovigen te bepalen bij de vergankelijkheid van hun leven. Bij het verrichten der plechtigheid spreekt de priester de woorden „memento homo, quia pulvis es, et in pulverem reverteris", d.i. gedenk, o mensch, dat gij stof zijt, en tot stof zult wederkeeren. [ 20.

Asdod, in het Grieksch Azatos, de meest Noordelijke der 5 steden van de Filistijnen, welke Jozua (Joz. 15:47) aan den stam Juda had toebedeeld, maar die niet veroverd werden (Joz. 13 : 3). Als de zetel van den tempel van Dagon, bekwam Asdod eerst de aan de Israëlieten ontroofde arke des verbonds (1 Sam. 5:1), maar ontving ook kastijding hiervoor van Israëls God, in de verbreking van den afgod en in de plagen (6 : 17). Als Salomo (1 Kon. 4 : 24) zijn rijk , tot over de grenzen van het meer Zuidelijk gelegen Gaza uitbreidde, was hem ook Asdod onderworpen, en nadat het zich had vrijgemaakt (2 Kron. 26 : 6) werd het door Uzzia weer veroverd. De profeten bedreigen vaak deze overmoedige stad met Goddelijke gerichten (Amos 1:8; 3:9; Zef. 2 : 4), ook nog na de ballingschap (Jer. 25 : 20) de overblijfselen van Asdod (Zach. 9 : 6). De inwoners toch, vaak voor de Filistijnen in het algemeen genoemd, waren met de Ammonieten en Moabieten bij- ] zonder werkzaam tegen het wederopbouwen van