is toegevoegd aan uw favorieten.

Christelijke encyclopædie voor het Nederlandsche volk

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

214

AZIË

waarvan de grootste helft aan de Roomsch Catholieke kerk verbonden zijn, en ongeveer 1 x/t millioen Protestantsche Christenen (waarvan ruim V2 millioen communicanten) uit de inboorlingen. Er is voor de zending dus nog arbeid in overvloed in deze Indische wereld, waarin de „kasten"verdeeling in het geheele leven alles beheerschend is. De onderste laag der bevolking leeft buiten de kasten, waarvan de Brahmanen als priesters, de Kschatriya als krijgslieden, de Vaisya als boeren en handwerkslieden, de Sudra als knechten, niet de eenige zijn, want er zijn duizende kasten, die ieder voor zich een eigen leven hebben. Wie Christen wordt, komt daardoor buiten de gemeenschap te leven; maar aan de andere zijde moet de gemeente zelf waken, dat zij niet een nieuwe „kaste" wordt. Al zijn nu de meeste Christenen gewonnen uit de kastenloozen en uit de lagere kasten, toch zijn er ook bekeerlingen uit de hoogere kasten. — Hoe langer hoe meer komt er in deze Indische wereld in allerlei opzicht beweging. Er is een machtig „Indian National Congress", voornamelijk uit de Hindoeen Mohammedaansche bevolking, waardoormen het nationaal bewustzijn versterken, en tot eigen zelfbestuur wil komen. Er is een „All-India Moslem League" opgericht, om voor het Mohammedanisme propaganda te maken, dat ook enkele opleidingscholen heeft opgericht. De „Theosofical Society", waarvan Annie Besant presidente is, tracht meer invloed te krijgen.

Aan de evangelische kerstening van Voor-Indië wijden zich 124 zendingcorporaties, die in dienst hebben 1629 niet-Indische, en 2235 Indische krachten. Het totaal der communieanten bedraagt 575.000. Voor het overgroote deel geschiedt dit zendingswerk door Britsche (648 vreemde en 1035 Indische krachten en ruim 164.000 communicanten) en Amerikaansche (Vereenigde Staten en Canada) missies (601 vreemde, en 991 Indische krachten, en ruim 328.000 avondmaal-gerechtigden). Verder zijn er voor Australische missies 20 vreemde en 2 Indische arbeiders aan 'twerk met ruim 1860 communicanten. Verschillende missies van Duitschland, Scandinavië en Denemarken hebben 212 blanken en 133 Indiërs in dienst met 64.000 avondmaalbezoekers. Eindelijk zijn er 23 nationale missies met 23 vreemde en 74 Indische arbeiders, die bijna 16.000 communicanten tellen. Door den oorlog zijn de Duitsche missies aan andere missies overgedragen. (De Evangelisch-Luthersche zending van Leipzig is overgegaan aan de Zweedsche kerkzending, die daarvoor finantieel gesteund wordt door de Deensche zending en een Amerikaansche Luthersche zending. De Evangelisch-Luthersche zending van Breklum wordt verzorgd door de General Council der Evangelisch-Lutherschen in Amerika. De Evangelisch-Luthersche zending van Hermannsburg is overgenomen door de gelijksoortige missie der Joint Synode in Amerika. De Gossnersche zending wordt verzorgd door de General Synod der Lutherschen in Amerika. De Bazelsche missie heeft hare Zwitsersche zendelingen aan een bijzondere corporatie in Zwitserland overgedragen).

Er is op allerlei gebied samenwerking. Een nationale zendingsraad is er, die overzichten

van het zendingswerk geeft, en comité's aanstelt voor bijzondere belangen, b.v. van het publieke leven der Christenen. Er bestaat zelfs een „All-India conference" van IndischeChristenen (waarvoor de R. C. bisschoppen hunnen parochianen echter den toegang verbieden), dat voor het maatschappelijk welzijn der Christenen ijvert, 1 en b.v. wil, dat land aan hen wordt toegewezen. In 1917 is een eerste Christelijk sociaal congres te Mysore gehouden. De Christelijke jongeliedenvereeniging kwam tot de oprichting van coöperatieve banken. In 1922 werd besloten de nationale Zendings-Raad om te zetten in een „National Christian Council", gelijk men ook in China en Japan daarmede bezig is. — In Indië is de vraag naar zelfregeering aan de orde, en gelijk in de regeering des lands allerlei ambten voor de Indiërs zijn opengesteld, zoo wil men het ook in de kerk doen. De Engelsche kerkelijke zending (C. M.) ijvert daarvoor sterk, en wekt de Indiërs op, zooveel zij kunnen voor hun rekening te t nemen. Zoo is b.v. het Tinnevelly-college door de Indische Christenen overgenomen, waarvan alleen de kosten voor het Europeesche hoofd niet door hen gedragen worden. En daartoe gaan andere missies ook langzamerhand over. Van de generale synode der Presbyteriale kerk, in Dec. 1913 gehouden, die 63 leden telde, waarvan 36 Indiërs waren, was een Indisch ouderling voorzitter. — In Indië is ook een streven naar I een samenleven der kerken. De Zuid-Indische j United Church, in 1907 ontstaan door de vereeniging van Presbyterianen en Congregationalisten, j zoekt verdere vereeniging met Wesleyaansche Methodisten en Baptisten. Gemeenschappelijk houden verschillende missies evangelische campagne-weken, vaak voor een bepaalde klasse van menschen, b.v. in 1917 te Madura voor den middelstand met Christelijke adspiraties, te I Madras in bepaalde wijken der stad. Daarvoor worden dan zorgvuldige toebereidselen gemaakt, I door gebeden voor dat werk, door speciale lectuurverspreiding, door gebruikmaking van de meest geschikt geachte middelen. In de laatste jaren traden op verschillende zendingsterreinen massale bekeeringen voor den dag. In Haideba- ! rad hebben de Wesleyaansche Methodisten in

6 maanden van 1916 3000 personen gedoopt, I terwijl daarvoor nog 4000 opgeleid werden. Om de noodige krachten voor deze massale kerste- I ning te krijgen, zijn van de theologische op- j leidingsschool te Medak helpers met korte opleiding gezonden om de meer bekwame helpers bij te staan. — Van beteekenis is ook de Medical missionary Association of India, waardoor de gemeenschappelijke medische belangen worden behartigd. In 1915 waren er 183 hospitalen, met

7 opleidingsscholen. Gemeenschappelijk hebben in Madras 10 missies uit Groot-Brittannië en Amerika een medisch college voor vrouwen opgericht, waaraan in 1916 verbonden waren 7 J professoren en 71 studenten. Hoe langer hoe meer wijdt ook de regeering daaraan haar aandacht. — Lager onderwijs genieten in Indië 29% der jongens en 5 % der meisjes. Steeds meer wordt het belang gevoeld. In Bombay is reeds het lager onderwijs verplicht. Het regeeringsonderwijs

is godsdienstloos, maar daardoor de kweekschool