is toegevoegd aan uw favorieten.

Christelijke encyclopædie voor het Nederlandsche volk

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

266 BEGRIJPEN

voor gelegde steenen op zijn plaats werd gehouden. Zulk een steen lag ook voor het graf des Heeren (Matth. 28 : 2 en p. p.).

Gewoonlijk waren de graven allereenvoudigst en behalve in den laat-joodschen tijd, toen men struiken en bloemen er bij ging planten, zonder 't minste, dat de herinnering daaraan kon doen voortleven. En dit te meer waar de openbaringsreligie van Israël zich scherp verzette tegen alle vereering van dooden, waardoor over 't algemeen het besteden van bijzondere zorg aan de graven buitengesloten was. Toch waren in den oudsten tijd herinneringssteenen niet onbekend. Zoo hooren we tweemaal van een graf massëba: een op het graf van Rachel (Gen. 35 : 20) en een, door Absalom gedurende zijn leven opgericht (2 Sam. 18 : 18; het tegenwoordige „graf van Absalom" in het Kedrondal bij Jeruzalem is uit den Griekschen of nog lateren tijd). Ook vinden we 2 Kon. 23 : 17 en Ez. 39 : 15 een woord (Staten-vertaling: grafteeken, merkteeken), dat misschien een opgerichten steen ter kenmerking van een graf aanduidt. Later echter schijnt de oppositie tegen de kultische masseba's (Staten-vertaling: opgerichte beelden; vgl. 1 Kon. 14 : 23; 2 Kon. 17 : 10; 18 : 4; 23 : 14; Hoz.

3 : 4; 10 : 1 v. e. e.) ook dergelijke grafmasseba's verdrongen te hebben. Het Jodendom kende merksteenen, welke bedoelden iemand op de aanwezigheid van een graf opmerkzaam te maken. Deze merksteenen werden, opdat niemand zich onbewust zou verontreinigen (vgl. Num. 19:16), telken jare . na de regenperiode met kalk bestreken, waarbij dan het aantal bestreken zijden van den steen de richtingen aangaf, waarin de graven lagen. Ook richtte het Jodendom naar reniclschen trant grafmonumenten op in onzen zin. Was daarin — wat gewoonlijk niet het geval was — een graf aanwezig, dan moesten ook deze met kalk worden bestreken (vgl. Matth. 23 : 27). Dat dit echter niet steeds geschiedde, leert Luc. 11 : 44. [3.

Begrijpen. In de Heilige Schrift wordt „begrijpen", waarvan de grondbeteekenis is „bevatten", in tweeërlei zin gebruikt, n.1. stoffelijk en geestelijk.

Stoffelijk begrijpen wordt b.v. gezegd van de gegoten zee in Salomo's tempel (2 Kron.

4 : 5) „begrijpende vele bathen", hebbende een inhoudsmaat 'van vele bathen; zoo ook Jes. 40 : 12: „Wie heeft met een drieling het stof der aarde begrepen?" d.w.z. gemeten; en 1 Kon. 8 : 27: „Zie, de hemelen, ja de hemel der hemelen zouden u niet begrijpen, hoe veel te min dit huis, dat ik u gebouwd heb!" Waar de hemel der hemelen God niet kan omvatten, besluiten, hoe veel te min de tempel?

Geestelijk begrijpen, dus omvatten met het denkend verstand, is b.v. bedoeld in Job 36:26: „Zie, God is groot en wij begrijpen het niet" en 37 : 5: „(God) doet groote dingen, en wij begrijpen ze niet."

Opmerkelijk is, dat het Oude Testament den nadruk legt op de gedachte, dat wij God en Goddelijke dingen met onzen geest niet kunnen bevatten; terwijl In het Nieuwe Testament Paulus bidt: „opdat gij ten volle kondet begrijpen met al de heiligen, welke de breedte, en lengte, en

— BEGRIP

diepte, en hoogte zij" (Ef. 3 : 18). Dit beteekent niet dat de geloovigen der nieuwe bedeeling nu alles begrijpen, want 1° zegt Paulus zelf in dit verband, dat de liefde van Christus de kennis te boven gaat (vers 19), 2° ligt wat we begrijpen beneden ons, terwijl Gods open- baring ver boven ons moet uitgaan. Maar door de vleeschwording des Woords en de uitstorting des Heiligen Geestes heeft de gemeente der nieuwe bedeeling het vermogen om te streven naar die alles omvattende, universeele kennis, welke niet slechts de deelen maar ook het geheel beschouwt en waardoor de veelvuldige wijsheid Gods aan de overheden en de machten in den hemel wordt bekend gemaakt (vs. 10). [ 5.

Begrip. Een begrip, in logischen zin genomen, wordt door abstractie gevormd en is de gedachte eenheid van de wezenlijke kenmerken van een ding. Het begrip mensch bevat dus de wezenlijke kenmerken van het menschelijk wezen en houdt dat in, wat den mensch eigenlijk tot mensch maakt. Een begrip is onderscheiden van een voorstelling. Aan een voorstelling beantwoordt een bepaald voorwerp in de werkelijkheid, dat we met onze zintuigen waarnemen; het begrip omvat de wezenlijke kenmerken van een groep exemplaren, die gelijksoortig zijn. Een begrip is ook onderscheiden van een idee. Een idee (in logischen zin) gaat aan het bestaan van het ding vooraf. Een architect bouwt een huis naar een idee die hij van te voren had. Maar een begrip onderstelt het bestaan van de objecten in de werkelijkeid en drukt het wezen, de quintessens van de dingen uit. Een begrip is ook onderscheiden van een algemeene voorstelling (dit onderscheid wordt niet altijd voldoende in het oog gehouden, omdat begrip en algemeene voorstelling in den regel met hetzelfde woord worden aangeduid). Door de algemeene voorstellingen vatten we in het dagelijksche leven tal van gelijksoortige dingen onder één hoofd samen, zonder verder over het onderscheid van wezenlijke en toevallige kenmerken ernstig na te denken. De algemeene voorstellingen zijn dan ook vrij vaag. Ieder heeft b.v. een algemeene voorstelling van hond, en denkt daarbij aan een levend wezen van bepaalde grootte, op vier pooten, en met scherpen reuk. Maar het logisch gevormd begrip hond is niet vaag maar belijnd, en duidt nauwkeurig de wezenlijke kenmerken aan. Door deze begrippen vorming verwijdert men zich niet (gelijk sommigen meenen) van de werkelijkheid om in ijle lucht te zweven (dit is het geval wanneer de begrippenvorming niet uitgaat van de werkelijkheid, de voortdurende controle met het werkelijk bestaande ontbreekt en gefantaseerd wordt in plaats van logisch gedacht) maar zij doet ons indringen in de werkelijkheid, maakt dat we het wezen der dingen kennen en de verhoudingen waarin ze tot elkaar staan. Nu is in deze bedeeling onze begrippenvorming gebrekkig omdat ons denken beperkt is en we ons steeds aan dwaling schuldig maken. Waren we volmaakt, dan zouden we het geheel der dingen, dat door God is vóórgedacht, op menschelijke wijze kunnen nadenken, en in een alles omvattend systeem saamvatten. We zouden dan het wezen der din-