is toegevoegd aan uw favorieten.

Christelijke encyclopædie voor het Nederlandsche volk

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BIJBELGENOOTSCHAPPEN

315

geweest, dat het in dit land kwam tot oprichting van speciale Bijbelgenootschappen, welker aantal thans tot niet minder dan 25 klom. De voornaamste zijn: die Preuszische Hauptbibelgesellschaft, (gesticht 1814), met 178 afdeelingen en een jaarlijksche uitgave van 180.000 exemplaren; die privilegierte Bibelanstalt, te Stuttgart (1812), jaarlijksche uitgave 250.000 exemplaren; die Sdchstsche Hauptbibelgesellschaft, te Dresden, jaarlijksche uitgave 60.000 exemplaren; en die Bergische BibelgeseUschaft, te Elberfeld, jaarlijksche uitgave 120.000 exemplaren.

Wat andere landen betreft, moeten genoemd: die Basler BibelgeseUschaft, te Basel (1804), jaarlijksche uitgave 40.000 exemplaren; het Deensche Bijbelgenootschap (1814), te Kopenhagen, jaarlijksche uitgave 50.000 exemplaren; het Noorweegsche (1816) te Christiania, jaarlijksche uitgave 60.000 exemplaren; het Zweedsche (1814) te Stockholm, jaarlijksche uitgave 16.000 exemplaren; voorts in Frankrijk: Societé bibüque protestante de Paris, jaarlijksche uitgave 10.000 exemplaren; Societé biblique de France, jaarlijksche uitgave 30.000 exemplaren; in Rusland bestaat een Evangelisch Luihersch, jaarlijksche uitgave 25.000 exemplaren, en een GriekschRassisch (1812) Genootschap, jaarlijksche uitgave 100.000 exemplaren. Het Amerikaansche Bijbelgenootschap (American Bible Society, New-York, Bible House: Astor Place) komt in uitgebreidheid van arbeid het Britsch en Buitenlandsch het dichtst nabij; het verspreidt jaarlijks 2 millioen exemplaren, in ongeveer 90 talen en dialecten.

Afzonderlijk dient hier te worden vermeld het Nederlandsen Bijbelgenootschap. Eerst nadat de macht van Napoleon gebroken en de Fransche overheersching ten einde was, kon hier te lande het plan tot stichting van een Bijbelgenootschap worden opgevat. Den 23sten Maart 1814 werd te Amsterdam, op uitnoodiging van den predikant der Engelsch-Hervormde gemeente A. Mac Intosh, een bijeenkomst gehouden, ten einde te komen tot oprichting van een Engelsch Bijbelgenootschap. Het plan had aller instemming, en er werd een Genootschap gesticht met het doel: 1. onder de Engelschen in ons land Bijbels te verspreiden; 2. onder de Nederlanders voor de oprichting van een Bijbelgenootschap werkzaam te zijn. Reeds den 29sten Juni d. a. v. werd een samenkomst van aanzienlijke Amsterdammers gehouden, om dit laatste doel te verwezenlijken. Behalve een vertegenwoordiger van het nog jeugdige Engelsche Genootschap was ook Dr Pinkerton, een der Secretarissen van het Britsch en Buitenlandsch, aanwezig. In deze vergadering werd een Nederlandsch Bijbelgenootschap opgericht voor Amsterdam. Vijf dagen later geschiedde dit ook te en voor Rotterdam. Eer een jaar verstreken was, waren er reeds 37 gesticht. Den 8sten November 1815 vereenigden deze zich als het ééne Nederlandsche Bijbelgenootschap, gevestigd te Amsterdam, met afdeelingen in verschillende plaatsen des lands. In de eerste jaren van zijn bestaan bepaalde dit Genootschap er zich in hoofdzaak toe, gratis Bijbels te verspreiden onder de behoeftigen. In 1832 werd besloten, dat — zonder geheel van de gratis-verspreiding af te zien — de Bijbels

zoo mogelijk moesten worden verkocht, zij het ook tegen verminderden prijs. Kocht het Genootschap aanvankelijk de te verspreiden Bijbels van de Bijbelcompagnie, sinds 1847 bezorgt het zelf de uitgave ervan. Van toen af steeg het aantal jaarlijks afgeleverde exemplaren, maar niet in die mate als men wenschte. Er heerschte wantrouwen tegen de uitgaven van het Genootschap, en velen bleven de voorkeur geven aan die van het Britsch en Buitenlandsch. Dit wantrouwen vond zijn oorzaak, niet in de wijziging van de spelling — deze was ook in de uitgaven van het Britsch en Buitenlandsch aangebracht — maar in de vervanging van HEERE door HEER, èn in de verandering van tal van andere woorden. Toen het Genootschap voor zijn uitgaven tot den tekst der Staten-vertaling terugkeerde (1888). won het van lieverlede vertrouwen, en zag het zijn debiet van jaar tot jaar toenemen. Het stelt den Bijbel en gedeelten ervan in rijke verscheidenheid van formaten en banden tot zeer lage prijzen verkrijgbaar, zoowel door zijn afdeelingen als door den boekhandel. (Van bizonder belang zijn de Bijbeluitgaven met zeer groote letters voor slechtzienden, en die in Brailledruk voor blinden). In zijn afdeelingen opent het de gelegenheid tot vermindering der lage prijzen, of voor gratis-uitdeeling ten bate der behoeftigen, kerken, scholen en allerlei instellingen van liefdadigheid. Op 31 December 1912 had het Genootschap sedert zijn oprichting meer dan drie en een half millioen Bijbels en Bijbelgedeelten verspreid. Dat zulk een hoog cijfer bereikt werd, is mede te danken aan den colportage-arbeid. Niet alleen werd en wordt aan onderscheidene Vereenigingen, die deze colportage uitoefenen, een flink rabat (30%) toegestaan, maar het Genootschap heeft ook zijn eigen colportage, zoowel hier te lande als in België en in het Vlaamsch sprekende gedeelte van Frankrijk. Blijkt ergens onder de Nederlandsch sprekenden behoefte aan Bijbels te bestaan, dan worden die gaarne kosteloos verstrekt. Zoo werden Bijbels gezonden naar Buenos Aires voor de Nederlanders in Argentinië; naar de Zuid-Afrikaansche boeren in de verschillende kampementen waar zij tijdens den oorlog 1899—1902 gevangen werden gehouden; naar de talrijke Nederlanders, die hun brood zochten in de mijn- en fabrieksdistricten van Rijnland en Westfalen.

In de jaren 1914—18 heeft het Genootschap veel gedaan voor de gemobiliseerden van leger en vloot. De Militairen-Tehuizen werden, op aanvrage, van Bijbels voorzien. Zelfs kon elke milicien op zijn verzoek gratis een Bijbel in eigendom verkrijgen, een bepaling, waarvan ruim gebruik gemaakt is. Bovendien werden verspreidingstochten naar het veldleger georganiseerd, terwijl ook de oorlogsbodems bezocht werden met het Woord Gods.

Inzonderheid was het Genootschap bedacht op de Bijbelverspreiding in onze Oost- en West-Indische bezittingen. Reeds in 1819 werd een Maleische vertaling (die van Leydekker, 1758) in Arabische letters uitgegeven; in 1840 volgde een in het Soerabajaasch dialect, en in 1877 een geheel nieuwe vertaling in zuiver Maleisch, bewerkt door zendeling Klinkert.