is toegevoegd aan uw favorieten.

Christelijke encyclopædie voor het Nederlandsche volk

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BLASPHEMIE — BLIJVEN 331

vindt, is het mogelijk dat deze gewoonte van de Egyptenaren reeds vroeg tot de Israëlieten is overgegaan.

Blasphemie = Godslastering, draagt, in onderscheiding van het vloeken-uit-gewoonte, een moedwillig karakter. In het Oude Testament wordt niet alleen het misbruik van Gods Naam verboden (Ex. 20 : 7; Lev. 19:12; Deut. 5:11), maar voor de lastering van dien Naam uitdrukkelijk de doodstraf geëischt (Lev. 24 : 15, 16). In het Nieuwe Testament wordt de Blasphemie in een bepaald geval — als lastering tegen den Heiligen Geest — als een onvergeeflijke zonde geteekend (Matth. 12 : 31, 32; Mare. 3 : 28, 29; Luc. 12 : 10). — In de oude Christelijke kerk beschouwde men als godslasteraars degenen, die in tijden van vervolging het Christendom afzwoeren (blasphematici), en evenzoo degenen die een leer propageerden, waarin de gronden der Christelijke religie werden aangetast, of die zich in drift vermetele woorden tegen God en Christus lieten ontvallen. De Scholastiek onderscheidde de Blasphemie als onmiddellijk: zich richtend tegen God zeiven; en middellijk, als Hem aantastend in zijn Woord, dienaren, sacramenten enz. In de Middeleeuwen werd de Blasphemie kerkelijk en burgerlijk gestraft, kerkelijk met excommunicatie, burgerlijk met de doodstraf. Tegenwoordig wordt Blasphemie in verschillende landen nog strafbaar geacht, maar gewoonlijk slechts indirect, d. w. z. niet als zonde tegen God, maar als kwetsing van anderer gevoelens. [ 20.

Blavatsky (H. P.). Mevrouw Blavatsky heette van haar zelve Helena Petrowna von HahnRottenstein. Zij werd geboren in 1831 en huwde in 1848 met generaal Blavatsky. In 1851 was de Russische gravin al van haar man gescheiden, maar zij bleef den naam Blavatsky dragen. Nu reisde zij 12 jaren door Europa, Amerika, Egypte en Indië. Zeven jaren bracht zij onder de z.g.n. Mahatma's in Tibet door. Dat zijn de wijze mannen, die allerhande geheimzinnige dingen verstaan. Deze werden haar leermeesters. Zij hoorde daar zaken, waar zij tevoren nooit van vernomen had. Die Mahatma's hadden een heel wetenschappelijk systeem. Zij konden gedachten lezen, uit de verte werken, ze konden zelfs voorwerpen in deelen ontleden en die deelen later weder opbouwen tot een geheel. Zoodoende beweerde zij iets door een gesloten deur binnen te kunnen laten komen. Zij konden zelfs de ziel aan het lichaam ontnemen en de aldus losgemaakte ziel naar een andere plaats overbrengen. Nadat mevrouw Blavatsky zeven jaar in dien kring verkeerd had, stichtte zij te Kaïro een spiritistisch genootschap. Toch ligt daar de bakermat van de moderne Theosofie niet. In September 1875 waren in New-York tett huize van mevrouw Blavatsky enkele mystiek-aangelegde hoorders bijeen, om te luisteren naar een lezing over de wijsheid der Egyptenaren. Deze lezing boeide ongemeen. Een der aanwezigen, kolonel H. S. Olcott, advocaat en journalist, stelde voor een vereeniging te stichten, gewijd aan de studie van de verschijnselen op het gebied der mystiek. Zoo ontstond een „Theosofische vereeniging". Mevrouw Blavatsky en kolonel Olcott beijverden zich om door dagbladen en tijdschriften

propaganda te maken voor de nieuwe vereeniging.

Mevrouw Blavatsky deed in 1877 een boek het licht zien getiteld The Isis uhveued. Het was een beschrijving der Theosofie. Daarna schreef zij nog De geheime leer, een boek in drie deelen. Zij gaf voor, dat dit boek gedeeltelijk 's nachts door Mahatma's geschreven was.

Honderden bewonderden mevrouw Blavatsky, maar haar roem begon te tanen, sinds het echtpaar Coulomb wereldkundig gemaakt had, dat mevrouw Blavatsky, die zeide verborgen natuurkrachten te laten werken, niets anders dan behendige handgrepen gebruikte, en dat zij o. m. een kast bezat, welke een dubbelen beweegbaren achterwand had. Men kon dan aan de voorzijde brieven in die kast leggen en het antwoord kwam er van de achterzijde in door de behendige hand van mevrouw Blavatsky.

De ontdekking verwekte groote opspraak. Wel deden vele Theosofen moeite, om de eer van mevrouw Blavatsky te redden, maar de eer was verloren. Velen scheidden zich van haar af, en zij stierf in 1891 te Londen geheel veriaten.

Mevrouw Blavatsky is een zeer ongewone figuur geweest. Zij is moeilijk met gewonen maatstaf te meten. Dat zij bedrog gepleegd heeft, staat vast. Hare verdedigers hebben haar niet schoon kunnen wasschen van de smet, welke op haar geworpen was. Ondanks dat had zij buitengewone eigenschappen. Zij kende een sterke en onuitbare begeerte om het bovennatuurlijke te ervaren en te doorgronden. [ 24.

Blijven d.i. een gedurig bestaan hebben. Dat wordt toegekend aan God en alles wat van Hem is. De Heere blijft eeuwig (Ps.9:8;92:9; 102 : 13, 27). Gods Woord blijft (Ps. 119 : 89; Jes. 40 : 8; 1 Petr. 1 : 23, 25). Gods gerechtigheid (Ps. 111 : 2). Gods verbond (Ps. 111 : 9). Gods raad (Ps. 33 : 11). Gods stoel (Klaagl. 5 : 19). Daartegenover blijft de mensch niet (Job 14 : 2), wij hebben hier geen blijvende stad (Hebr. 13 : 14).

De goddeloozen blijven niet in het gericht (Ps. 1 : 5), niet in het land (Spr. 10:30). Daartegenover blijft alles, wat vrucht is der genade Gods: het goed der .vromen (Ps. 37 : 18), het huis des rechtvaardigen (Spr. 12 : 7).

In het Nieuwe Testament wordt geleerd, dat God door zijn Geest bij de geloovigen blijft (Joh. 14 : 16, 17; 1 Joh. 3 : 24; 4 : 13). En, omdat die Geest ook de Geest van Christus is, lezen wij, dat ook Christus bij de zijnen blijft (Joh. 15 : 4, 5). God blijft bij de zijnen ook met alles wat Hij is en geeft, met zijn liefde (1 Joh. 4 : 12), met vrede en vreugde (Joh. 14 : 27; 15 : 11), met zijn waarheid (2 Joh. 2), met zijn Woord (Joh. 15 : 7; 1 Joh. 2 : 14).

Omgekeerd is het de dure roeping der geloovigen om in Christus te blijven d. w. z. in zijn leer en in zijn gemeenschap (Joh. 15:4—7; 1 Joh. 3 : 24; 4 : 16). Dat beteekent: wij moeten blijven bij zijn Woord, dat ons geopenbaard is. Wij moeten de middelen gebruiken, welke Hij verordineerd heeft. Wij moeten alzoo den Heiligen Geest in ons werken laten. Immers op de innige gemeenschap met God komt alles aan. Dat is leven en dat leven is de kern van allen waren godsdienst. [ 24.