is toegevoegd aan uw favorieten.

Christelijke encyclopædie voor het Nederlandsche volk

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

338 BLOED-THEOLOGIE

Gereformeerde godgeleerden van de Leidsche faculteit, a Marck en De Moor, ten deele vroeger ook Voetiüs e. a. beweerden in hunne vertoogen dat Lev. 18 behoorde tot de zedewet en niet tot de burgerlijke wet van Israël en dus van eeuwige kracht is. Echter ook zij aanvaardden niet de consequentie van deze bewering in de doodstraf van den overtreder. Verder achtten de kantteekenaars ook verboden het huwelijk met de zuster van de overleden vrouw, doch dit is wel afgeleid uit Lev. 18 : 16 maar staat er niet met evenveel woorden. Thans wordt door de deskundigen vrij algemeen aangenomen, dat in Lev. 18:18 sprake is van een huwelijk gelijk dat van Jacob en Rachel, nadat hij Lea reeds gehuwd had. Uit vs 18 is niets af te leiden voor een verbod van een huwelijk met de zuster van de overleden vrouw. In Lev. 20:21 staat dan eindelijk dat indien een man een huwelijk aangaat als in Lev. 18 : 16 verboden wordt, dit huwelijk dan kinderloos zal zijn. Gold dit gebod voor onzen tijd nog in zijn kracht dan moesten zulke huwelijken kinderloos zijn, wat volstrekt niet altijd het geval is. Uit een en ander blijkt dat' een Overheid, die God vreest en let op zijn wet toch nog wel degelijk zou kunnen aarzelen met zulk een huwelijk aan zijn onderdanen te verbieden. En het is niet bij geval dat deze vraag in de Gereformeerde kerken in de laatste jaren niet meer voorkomt op de agenda harer meerdere vergaderingen en stellig zou het te betwijfelen zijn of wij van haar bijaldien zij weer ter sprake kwam een verbod van zulk een huwelijk zouden kunnen verwachten. In Amerika is op meer dan eene kerkelijke vergadering het vroegere verbod ingetrokken, vgl. ook Kuyper, E Voto IV, blz. 147—151.

In het jaar 1656 gaf het Groot Placaatboek 2, 2442 nog „alle penen — jegens de incestueusen ende Bloetschenders...." Zulk een bloedschender droeg ook den naam van bloedschoffeerder. Volgens het Nederlandsch burgerlijk wetboek, vijfde titel, van het huwelijk, eerste afdeeling 87, is het huwelijk verboden tusschen alle personen, die elkander bestaan in de opgaande en nederdalende linie, hetzij door wettige, hetzij door onwettige geboorte, of door aanhuwelijking; en in de zijdlinie tusschen broeder en zuster, wettige of onwettige. 88. Ook is het huwelijk verboden: 1°. Tusschen schoonbroeder en schoonzuster, wettige of onwettige; 2°. tusschen oom of oud-oom en nicht of achternicht, mitsgaders tusschen moei of oud-moei en neef of achterneef, wettige of onwettige. De koning kan, om gewichtige redenen, het verbod, in dit artikel vervat, door het verleenen van dispensatie opheffen. [ 8.

Bloed-theologie is de naam die vooral in de theologie van de Groninger School gegeven wordt aan de leer dat Gods recht eischt den dood van den zondaar, en dat Christus Jezus zijn bloed gegeven heeft tot een volkomen verzoening. Men vindt het eene Gode onwaardige gedachte dat God de Heere met den mensch verzoend werd door het bloed des kruises, en i« veeleer van oordeel dat Christus alleen op aarde gekomen is om Gods Vaderliefde aan heel de wereld te openbaren, en dat Hij zijn leer met

— BLOEDVLOEIING

zijn dood bezegeld heeft. Dies spreekt men smadelijk van de leer van het borgtochtelijk lijden en sterven als van bloed-theologie.

Maar Gods Woord openbaart zeer duidelijk dat God eischt dat aan zijn gerechtigheid genoeg geschiede, dat volkomenlijk betaald moest worden, of door den zondaar zeiven, of door een ander als borg voor hem, en dat zonder bloedstorting geen vergeving geschiedt (Hebr. 9:22). Eerst door de voldoening van Christus Jezus als Borg en Middelaar, door zijn bloedstorting, is er verzoening met God. Het bloed van Jezus Christus reinigt van alle zonden (1 Joh. 1 : 7), en de Zone Gods heeft zijn gemeente verkregen door zijn eigen bloed (Hand. 20 : 28; 1 Petr. 1 : 18, 19).

Het smadelijk spreken van bloed-theologie is dus niet alleen een miskenning van het geschonden recht Gods dat volkomen voldoening eischt, maar ook een miskenning van de liefde des Vaders dat Hij alzoo lief de wereld gehad heeft dat Hij zijn eigen Zoon daartoe gegeven en daartoe in de wereld gezonden heeft. [ 16.

Bloedvloeiing. Gewoonlijk denken wij bij" de bloedvloeiing alleen maar aan bepaalde verschijnselen die in verband staan met het geslachtsleven van de vrouw. In Lev. 15 wijst echter het woord dat hiervoor gebruikt wordt, op drie soorten van bloedvloeiing, die in klimmenden graad verontreiniging veroorzaken; op de normale, maandelijksche menstruatie, op een ziekelijke bloedvloeiing der vrouw en op een besmettelijken, slijmerigen, etterachtigen vloed uit de pisbuis bij den man. De verontreiniging door deze verschijnselen is in even sterken graad. Een menstrueerende vrouw is gedurende zeven dagen onrein. Alles waarop zij ligt of zit en ook wat op haar bed of zetel is, wordt door haar toestand onrein tot den avond; een ieder die haar of ook de door haar verontreinigde dingen aanroert is tot den avond onrein en moet zich baden en de kleederen wasschen. Als een man „bij haar gelegen heeft* in hare afzondering, zoo zal hij zeven dagen onrein zijn, en ook alles waarop hij zal gelegen hebben (Lev. 15:24). Als een vrouw lijdt aan een ziekelijke bloedvloeiing, die dikwijls met hysterie gepaard gaat en een ongeregelde is, die chronisch kan worden (Matth. 9 : 20) en vaak jaren achtereen kan duren, doch niet zoozeer gevaarlijk is en eindelijk meestal vanzelf ophoudt, dan wordt zij dien ganschen duur voor onrein en verontreinigende gehouden in denzelfden graad als de menstrueerende vrouw. Nog zeven-dagen lang nadat deze toestand zal hebben opgehouden is zij onrein; op den achtsten dag moet zij twee tortelduiven of twee jonge duiven, een ten zondoffer en een ten brandoffer brengen, opdat de priester voor haar verzoening doe (Lev. 15:25—30). Een man, die den vloed heeft is zelf onrein en verontreinigt alles en allen die met hem op eenigerlei wijze in aanraking komen; zelfs het vaatwerk dat hij aanraakt wordt daardoor verontreinigd en moet gewasschen, het steenen zelfs verbrijzeld worden. Zeven dagen nadat deze toestand zal hebben opgehouden, moeten voorbij zijn gegaan aleer zijn reiniging kan volgen door het wasschen zijner kleederen en door