is toegevoegd aan uw favorieten.

Christelijke encyclopædie voor het Nederlandsche volk

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

426

CATACOMBEN

aard door al te scholastieke onderscheiding en het vervallen in allerlei spitsvondigheden. Aanvankelijk werkte ook op dit punt de Reformatie gunstig in op de Roomsche praktijk. Maar de Jezuietische Casuïstiek (Molina, Suarez, Liguori, Gury) met haar leer: le. van de waarschijnlijkheid der handelingen (probabilisme), 2e. van het richten van het doel, 3e. van het gebruik van dubbelzinnige woorden (amfibolie) en van het eestelijk voorbehoud (reservatio mentalis) werkte weer hoogst schadelijk. Reactie bleef dan ook niet uit en nimmer mogen kortweg de termen „Jezuietische moraal" en „Roomsche moraal" als woorden van volkomen gelijke beteekenis gebruikt worden. Het laat zich verstaan, dat de Hervormers van de Casuïstiek aanvankelijk niet wilden weten. Maar de kerken der Reformatie konden op dit standpunt niet blijven staan. De behoefte aan raad in speciale conscientiegevallen sprak daartoe te sterk. De Engelsche theoloog Perkens (ook aan de Nederlandsche Gereformeerden wel bekend) wierp zich dan ook op de Casuïstiek en publiceerde zijn Casus Consctentiae. Hem volgden Amesius, van wiens hand het veel gebruikte boek Van de Consciëntie en haarregt of gevallen (in 1896 door Geesink opnieuw uitgegeven met een belangrijke Voorrede), Voetius en (in Duitschland) Alsted en (in Zwitserland) Pictet. Luthersche theologen als Balduin, J. A. Osiander, Deneken, Danhauer en Spener deden eveneens. En wanneer slechts tegen het misbruik wordt gewaakt, dan is tegen zulk een voorlichting op ethisch terrein ook in 't geheel geen bezwaar. (Men zie verder Amesius, ed. Geesink, boek II, hfdst. I Van een geval der Consciëntie en des Menschen Staat tn 't gemeyn (blz. 37/39)). [ 25.

Catacomben is de naam der oud-Christelijke begraafplaatsen. De oude Christenen zelf spraken van coemeterien, d. i. slaap- of rustplaatsen. De naam catacomben hebben de begraafplaatsen gekregen, omdat de catacombe van St. Sebas-

Graf van Corne/ms.

tiaan, de eenige, die lang bekend bleef, gelegen was ad catacumbas d. i. bij de verdieping in de

Appische straat, waar de kerk van St. Sebastiaan was gebouwd. Bij de heidenen was verbranden van het lijk wel het meest eervolle. Toen m. n. te Rome heidenen tot bekeering kwamen, brak men met de lijkverbranding en ging men, even als de Joden reeds deden, de lijken begraven. Aanvankelijk maakten de rijkeren zich grafkamers onder hun toebehoorende stukken grond. Ze gaven allengs den armeren ook vergunning om hun dooden in de nabijheid van die grafkamers bij te zetten. Zoo breidden de onderaardsche begraafplaatsen zich uit. Bleef men eerst onder den grond binnen de grenzen van het boven de aarde gelegen bezit, later werden geen grenzen meer in acht genomen, ging men onder wegen en alles door en zoo ontstond een ontzaggelijk net van kamers en gangen. Alleen in de nabijheid van Rome zijn thans ongeveer 80 catacomben bekend. Bovendien vindt men ze, zij het in mindere uitgestrektheid, bij tal van andere plaatsen in en ook buiten Italië. De totale lengte der catacomben schat men op ongeveer 900 K.M. Ongeveer 5 millioen dooden zullen er in zijn begraven. De catacomben werden naar een vast plan aangelegd. In de vulkanische gesteenten van Italië (tuf) heeft men drieërlei graad van hardheid. De gangen werden uitgehouwen in de middelharde tuf, gaarne zóó dat de zolder door een boven liggende hardere laag werd gevormd. In het algemeen werkte men naar streng rechtlijnig systeem en week daar alleen van af, als de gesteldheid van den bodem het eischte. Grafkamers vinden we in allerlei grootten, de gangen zijn zelden breeder dan 1 meter. Men heeft verschillende vormen van graven, het meest eenvoudige is het rechthoekige schuif graf (loculus), het duurdere het booggraf (arcosolium). De schuifgraven werden gesloten met 1—3 marmeren of terracotta platen. Daarop werd soms een opschrift of versiering aangebracht. In het algemeen zijn verschillende catacomben m. n. de grafkamers der

rijkeren met schilderwerk versierd. In deze schilderingen treft men telkens terugkeerende motieven aan, b.v. de geschiedenis van Jona, de opwekking van Lazarus, de goede herder, aanbidding der wijzen, oranten (biddende vrouwspersonen als voorstellingen van de ziel), in het algemeen voorstellingen van opstanding en zalig leven, ook wel, maar minder, van het bedrijf van den bijgezette. Zooals uit een en ander al blijkt, dienden de catacomben uitsluitend tot begraven. Het is waar, dat er enkele kerken in worden gevonden, maar de grootste van deze kan misschien 300 menschen bevatten. Geregeld vergaderen deed men er zeker niet. En dat was ook niet noodig, want doorgaans konden de Christenen vrij samenkomen. Er zijn slechts enkele periodes van

vervolging geweest en aan veroorgen de Christenen zich wel in hun begraafplaatsen. In de catacomben is na ongeveer 400 niet meer begraven. Ze bleven in eere