is toegevoegd aan uw favorieten.

Christelijke encyclopædie voor het Nederlandsche volk

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

CENCHREEËN

volgelingen buiten de maat is vereerd en zelfs boven den keizer geschat werd.

Ziedaar in korte woorden de bestrijding van dezen vinnigen vijand. De kerkvader Origenes tracht hem te wederleggen. Het is jammer, bij al het goede, dat Origenes geeft dat hij zich dikwerf in detailpunten verliest. [ 24.

Cenchreeën of Kenchreeën, ook wel Kenchrea, havenstad van Corinthe aan den Saronischen zeeboezem, waar men zich moest inschepen om naar het Oosten te gaan, Hand. 18 : 18. S Zij lag 70 stadiën, d. i. ongeveer 3 uren gaans van Corinthe. Er bevond zich een gemeente, welker dienares (diakones) Phebè was, Rom. 16 : 1.

Censuur. Het Latijnsche woord censuur beteekent oordeel. De kerkelijke censuur is dus een kerkelijk oordeel over een zondaar.

De elementen voor de kerkelijke censuur liggen duidelijk in de Schrift Christus gaf aan zijn apostelen de sleutelmacht d. i. de macht om den toegang tot en de uitsluiting van het koninkrijk der hemelen onfeilbaar te bepalen (Matth. 16 : 19; 18 : 18; Joh. 20 : 23). En de apostelen vermaanden de gemeenten om bij het openbaar worden van een of andere ergerlijke zonde de censuur of tucht te oefenen (Rom. 16 : 17, 18;

1 Cor. 5:2, 13; 1 Thess. 5 : 14; 2 Thess. 3:6, 14; 1 Tim. 5:1; Tit. 3 : 10; Openb.

2 : 2, 14, 20).

De Christelijke kerk bediende zich al spoedig van het woord censuur. Bij Rome bijv. zijn de kerkelijke straffen tweeërlei nl. medische straffen, die de verbetering bedoelen en daarom wel censoren genoemd worden; en voldoeningstraffen, waarbij de absolutie of vrijspraak buitengesloten is. Tot de eerste behooren de groote en kleine ban, het interdict en de schorsing van een geestelijke in zijn ambt. Met de reformatie namen niet alleen de Luthersche, maar ook de Gereformeerde kerken het woord censuur bij haar tuchtoefening over. Boven de artikelen, die over de tucht handelen staat in de Kerkenordening der Gereformeerde kerken in Nederland: van de censuur en kerkelijke vermaning. De kerkelijke censuur omvat hier dus heel de tuchtoefening, van de eerste vermaning af tot de afsnijding toe. Zij valt dan nader in twee deelen uiteen: le. De stille of voorloopige censuur, ook wel de kleine ban genoemd. Deze bestaat volgens art. 76 der Kerkenordening in de disciplinaire afhouding van het Avondmaal. Zij is nog maar een stille of voorloopige censuur, omdat zij alleen het gebruik van zijn lidmaatschap aan den zondaar ontneemt, maar het bezit van zijn lidmaatschap hem nog laat behouden. 2e. De publieke en volstrekte censuur. Want in geval de stille of voorloopige censuur vruchteloos is, en de zondaar in zijn zonde volhardt, volgen de zoogenaamde drie trappen van censuur, eigenlijk dne publieke bekendmakingen aan de gemeente van zijn volharding in de zonde en vermaningen om voor hem te bidden. „In de eerste zal de zondaar niet genoemd worden. In de tweede zal met advies der Classe zijn naam uitgedrukt worden. In de derde zal men de gemeente te kennen geven, dat men hem (tenzij dat hij zich bekeere) van de gemeenschap der kerk uitsluiten zal, opdat

— CERULARIUS 435

zijn afsnijding, zoo hij hardnekkig blijft, met stilzwijgende bewilliging der kerk geschiede", art. 77. De censuur over ambtsdragers loopt daarmede parallel en valt ook in tweeën uiteen, nl. de schorsing van en de ontzetting uit het ambt, volgens artt 79 en 80 der Kerkenordening. De censura morum, ook wel Christelijke censuur genoemd, is een afzonderlijke censuur in de Gereformeerde kerken, die in den regel in de kerkeraadsvergadering vóór elk Avondmaal gehouden wordt, om elkander „van de bediening des ambts vriendelijk te vermanen", zie art. 81 Kerkenordening. [ 11.

Centuriën (Maagdenburger). Dit is de eerste kerkgeschiedenis, geschreven van Protestantsche zijde. Zij is vervaardigd door den strengen Lutheraan Flacius met medewerking van andere theologen in de jaren 1559—1574. De verdeeling dezer kerkgeschiedenis is niet die van tijdperken, maar van eeuwen. Vandaar de naam Centuriën en zij werden te Maagdenburg uitgegeven. Dertien eeuwen zijn behandeld onder 15 zakelijke rubrieken, de 14e eeuw bleef in handschrift. Er is in deze kerkgeschiedenis veel geleerd materiaal saamgevoegd. Veel, wat gevonden was in bibliotheken en archieven, is hier verzameld, maar de behandeling in eeuwen doet aan het rechte perspectief schade. Daarenboven zijn de vervaardigers zeer polemisch in in hun werk. Het geheel draagt het kenmerk anti-Roomsch te zijn. Rome is Babel, het pausdom de verborgen ongerechtigheid, de paus de anti-christ, enz. Toch ligt er wel terdege iets positiefs in deze kerkgeschiedenis. De groote verdienste is, dat duidelijk aangetoond wordt, dat de Reformatie de grondslagen der eerste eeuwen niet omverwierp, maar die juist accepteerde en daarop voortbouwde. [ 24.

Ceremonie, in 't algemeen: een gebruik, plichtpleging; in t bizonder: hof-gebruik, ook wel: kerkelijke plechtigheid of plechtige godsdienstige handeling.

Cerinthus, een Christen uit de Joden uit Alexandrië, heeft aan het einde der apostolische eeuw den overgang van het Judaïsme tot de Heidensche gnosis bewerkt. Hij leerde, dat de wereld geschapen was door een God, die verre afstond van het hoogste Wezen. Deze was de God der Joden en het hoofd der lagere engelen. Jezus was volgens hem de zoon van Jozef en Maria. Bij den doop verbond zich met dezen Jezus de Aeoon Christus, waardoor Jezus wonderen kon doen. Maar bij het lijden is die goddelijke Aeoon weder van Jezus gescheiden, zoodat de mensch Jezus geleden heeft. Het gereinigde Mozaïsme is volgens Cerinthus hetzelfde als het Christendom. Hij verwachtte, zooals bijna alle Joden-Christenen, het duizendjarig rijk. Dat de Apostel johannes dezen man gekend en zelfs ontmoet heeft, zooals Polycarpus, een tijdgenoot van Johannes mededeelt, is niet zeker. Wel mag als zeker aangenomen worden, dat Johannes in zijn Evangelie en in zijn brieven (voornamelijk de eerste brief) Cerinthus bestrijdt [ 24.

Cerularius (Michael), een patriarch te Constantinopel 1043—1059. Tijdens zijn kerkelijk bewind had de groote scheiding plaats tusschen de Oostersche en Westersche kerk. Keizer