is toegevoegd aan uw favorieten.

Christelijke encyclopædie voor het Nederlandsche volk

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

468 CLEREZY —

echter op 15-jarigen leeftijd in het familie-kantoor plaats nemen, waar hij in 1815 zelf als chef optrad. Hij huwde met Carolina Charlotte Bolssevain. In den graanhandel deed hij zich kennen als vrijhandelaar. Door zijn gelukkig en zelfstandig optreden als secretaris der Nederlandsche Handelmaatschappij, kwam hij zeKs in aanmerking voor minister van binnenlandsche zaken. Vooral tot den bloei der Twentsche industrie gaf De Clercq een krachtigen stoot. Hoewel hij het tot directeur der bovengenoemde Handelmaatschappij had gebracht, zag hij zich in 1844 tot zijn teleurstelling het presidentschap niet opgedragen.

Ondertusschen had de studie steeds de liefde van dezen diepgevoeligen man. Hij bezat weldra een uitgebreide kennis, beschikte over een rijp oordeel en wetenschappelijken zin, zooals zijn bekroonde verhandeling op letterkundig terrein meer dan overvloedig bewees. Ook de poëzie vond in dezen genialen geleerde een warm vereerder en beoefenaar. Beroemd is De Clercq geworden door zijn machtige improvisaties over tal van onderwerpen, waarbij hij zich meester toonde over den vorm.

Bovenal is hij geweest de man van het Réveil. Onvoldaan met de prediking van het oud-supranaturalisme, iets van de zaligheid van den dorst naar God ervarende, werd hij door middel van Da Costa tot bekeering gebracht. Sedert was hij de Jonathan van dezen David, de Melanchton van dezen Luther. De Nederlandsch Hervormde kerk kon nu weldra zijn idealen niet meer bevredigen en zelfs een man als Dr Kohlbrügge kreeg een tijdlang grooten invloed op zijn kinderlijk gemoed, waardoor er zelfs verwijdering tusschen Da Costa en De Clercq dreigde. Het Zwitsersch Réveil had ook de sympathie van dezen warm-voelenden man.

Steeds wordt De Clercq ons geteekend als de Christen met het rijke gemoed, met het kinderlijk hart. Nadruk werd door hem gelegd op het inwendige leven. Ook van Groen van Prinsterer werd hij een trouw vriend. Den 4den Februari 1844 werd de beminnelijke man plotseling gade, kroost en vrienden van het hart gescheurd. Groen getuigde van hem: „Willem de Clercq was een kind; ziedaar de grondtrek van zijn hart en bestaan, voor menschen en voor God". Reeds sinds eenigen tijd hadden zijn intieme vrienden bemerkt, dat hij van de aardsche dingen al meer los werd en het hemelsche zijn gesprekken beheerschte.

Willem de Clercq is vooral te kennen uit zijn Dagboek, dat hij reeds op zijn 15de jaar begon te schrijven. [ 18.

Clerezy (Oud-Bisschoppelijke) = naam van de Oud-Katholieke of Oud-Roomsche kerk, in 't begin der 17de eeuw ten onzent ontstaan tengevolge van kerkrechtelijke en dogmatische verschillen met de Roomsche kerk. Onder den invloed der Jezuieten was hier te lande de keuze der bisschoppen door de kapittels, een eeuwenoude instelling, afgeschaft. De oud-Roomschen beschouwden echter de apostolische vicarissen, door de kapittels gekozen, als wettige bisschoppen van Utrecht. De paus ontkende dit, zette den vicaris Petrus Codde af, en benoemde zelf Theodorus de Koek (1702). Hierbij kwam, dat

CLERICUS

vele Nederlandsche geestelijken Jansenistische gevoelens hadden (zie het artikel Jansenisme). Vandaar de naam der Clerezy: Jansenisten. Op eene, 1765 te Utrecht gehouden kerkvergadering traden zij op als de Oud-Roomsche kerk der Nederlanden. Zij erkenden, ofschoon door hem vervloekt, den paus als zichtbaar opperhoofd der Roomsen-Katholieke kerk, doch loochenden zijne onfeilbaarheid, en hielden vast aan de bovengenoemde oude kerkrechtelijke instelling. Wat de kerkleer aangaat, deze wijkt niet af van die te Trente werd vastgesteld (zie het artikel Trente). De Clerezy heeft 1 aartsbisdom (Utrecht) en 2 bisdommen (Deventer en Haarlem), 27 parochies met ruim 10.000 leden, en een seminarie te Amersfoort. [ 20.

Clerlcalisme. Dit woord is afgeleid van clerus. In de Roomsche kerk is clerus de orde van de geestelijken. Onder clericalisme in engeren zin moet daarom verstaan: 1° de overheersching van de geestelijken over de leeken, m. a. w. het stelsel, volgens hetwelk het aan den clerus, als de eigenlijke, actieve kerk en middelares tusschen God en den zondaar, toekomt vast te stellen, wat wij hebben te gelooven en te doen; 2° het tot op zekere hoogte oefenen van heefschappij door de kerk over den staat. Het woord wordt echter ook in een ruimeren zin gebruikt. Zoo verweet men van liberale zijde meermalen aan de Protestantsche Christelijke Staatspartijen, dat zij clericaal waren, dat is dus: dat zij streefden naar de overheersching eener publieke kerk over den staat. Dit geschiedde echter geheel ten onrechte. Volgens de antirevolutionaire beginselen is de overheid wel in hare consciëntie gebonden aan de wet Gods, maar is zij niet afhankelijk van een bepaalde kerk. Terecht merkten Groen van Prinsterer en Kuyper op, dat feitelijk de liberalen clericalen waren, omdat zij uit de hoogte neerzagen op alles wat van hunne theorieën afweek; omdat zij in de practijk eischten, dat de staat het orgaan zou zijn, om hun (on)geloofsleer aan het volk op te dringen; en omdat zij andersdenkenden op indirecte wijze de vrije uiting der consciëntie beletten. [ 25.

Clericus, latijnsch woord, dat beteekent: tot den Clerus behoorend. Deze benaming komt in de Roomsche kerk toe aan allen die tot den z.g.n. geestelijken stand behooren, maar wordt in de practijk meest tot den priester beperkt, riorinus fJnhannesl. alias lean le Clerc,

1657—1736, geboren te Genève, studeerde daar, te Saumur en te Londen in de theologie en de philosophie, en werd in 1684, onder invloed van Ph. a Limborch, benoemd tot hoogleeraar aan het Seminarie der Remonstranten te Amsterdam, en belast met het onderwijs in de oude letteren, het Hebreeuwsch en de Wijsbegeerte. Een professoraat in de godgeleerdheid durfde men hem niet geven, omdat hij algemeen bekend stond als Sociniaan. Toch werd hem later ook het onderwijs in de kerkgeschiedenis opgedragen. In 1728 verloor hij, terwijl hij stond te doceeren, plotseling zijn spraak en ook grootendeels zijn geheugen. Clericus was een man van veelzijdige wetenschap, die vele werken ge- i schreven heeft, welke hem doen kennen als voorlooper der vrijzinnige richting. Behalve