is toegevoegd aan uw favorieten.

Christelijke encyclopædie voor het Nederlandsche volk

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

COMENIUS — COMMON PRAYER BOOK

487

neemt. De strenge uitvoering van de wet op de vereenigingen, de onverbiddelijke verwijdering van alle godsdienstig onderricht uit de scholen, de verdrijving van de congregaties uit Frankrijk, leidt tot een breuk met het Vaticaan (Leo XIII). In Juli 1904 werden de diplomatieke betrekkingen afgebroken. Combes, die zich de bestrijding en onderwerping der kerk tot levenstaak had gesteld, dient nu een wetsvoorstel in, dat volledige scheiding van kerk en staat beoogt. Dit brengt hem echter ten val. Niet om het beginsel, dat daarin tot uitdrukking kwam, want dit werd geestdriftig toegejuicht door het hoogtijvierend anti-clericalisme, maar om de gestrengheid, waarmeê het tot in zijn uiterste consequenties werd doorgevoerd. Bienvenu-Martin, die hem als Minister van Eeredienst opvolgt, legt Februari 1905 aan de Kamer een gewijzigd, meer gematigd ontwerp voor, dat tot Wet wordt verheven. [ 20.

Comenius (Johannes Amos), bekend paedagoog, geboren 28 Maart 1592 te Niwnitz in Bohème. Opgevoed in den kring der geloovige Boheemsche Broeders, bezocht hij later de hoogeschool te Herborn, waar de vermaarde Gereformeerde theoloog en wijsgeer Joh. Heinr. Alstedt invloed op hem uitoefende. Na zich aan lagere scholen in het geven van onderwijs geoefend te hebben, werd hij in 1628 leeraar aan het gymnasium te Lissa in Polen. Hier heeft hij korten tijd de functie van bisschop der Broedergemeente bekleed. Daarna heeft hij, deels wegens de ongunst der tijden, veel gezworven (hij is in Engeland, Zweden, Hongarije en Polen geweest) en in 1654 een rustplaats gevonden te Amsterdam, waar hij veertien jaar gewoond heeft. In 1670 is hij in Amsterdam gestorven en te Naarden begraven.

Comenius is op het gebied der paedagogiek een baanbrekende persoonlijkheid geweest. Paedagogische ideeën en methoden die eeuwen later in praktijk zijn gebracht en toen voor nieuw doorgingen, zijn reeds in zijn werken te vinden. In zijn Didactica magna (1628) legt hij er b.v. nadruk op dat de kinderen niet alleen de leerstof van buiten moeten leeren, maar vooral de realia benaderen. De docent moet zijn leerlingen de woorden leeren, maar ook de zaken doen kennen die door de woorden worden aangeduid. De dingen zelf moeten met de oogen gezien, en met de handen getast worden. De „luisterschool" voldoet niet. Van het „aanschouwingsonderwijs" is Comenius een overtuigd voorstander geweest. Wanneer het niet mogelijk is de werkeiijkheidsdingen bij of in de school te brengen, moet men gebruik maken van goede platen. Daartoe gaf hij in 1658 zijn Orbis pictus, de wereld in beeld.

In menig opzicht was Comenius zijn tijd vooruit. Ge vindt bij hem vele moderne paedagogische gedachten. Hij wilde zoowel de jongens als de meisjes naar school zenden. Over de tucht had hij gezonde denkbeelden. De schooltijd dien een mensch doorloopen moet om voor het leven gevormd te worden, duurt volgens Comenius 24 jaren en wordt onderscheiden in vier perioden van zes jaar. Van het eerste tot het zesde jaar is het kind bij moeder thuis en geniet van de

schola materna. In de tweede periode (6—12) wordt de volksschool bezocht waar in de moedertaal onderwijs wordt gegeven (schola vernacula). De derde school (van 12—18) is het gymnasium (schola Iatina); de vierde de academie, voor jongelingen van 18—24 jaar, waar de pansophie d. i. een encyclopaedie van alle wetenschappen wordt bestudeerd. Wat de laatste twee perioden betreft zijn Comenius' ideeën geheel verouderd, ze hebben slechts historische beteekenis.

Ten opzichte van het doel van het onderwijs koestert Comenius denkbeelden, die niet overeenkomen met de paedagogische theorieën van het Modernisme. Terwijl bij de meeste paedagogen in onze dagen het doel van onderwijs en opvoeding gesteld wordt in den mensch (hetzij in het individu hetzij in de gemeenschap) wil Comenius dat de opvoeding zich richten zal naar een bovenaardsch doel. Zóó moet de jonge mensch onderwezen worden, dat hij geschikt zij, als beelddrager Gods, zijn Heer en Koning te dienen. [ 14.

Commentaren zijn geschriften waarin een doorloopende verklaring, hetzij van de geheele Heilige Schrift, hetzij van een of meer harer boeken gegeven wordt. Zulke commentaren zijn er door Joodsche auteurs op het Oude Testament, en reeds vanaf de Kerkvaders op de Schriften des Ouden en des Nieuwen Verbonds geschreven. Er zijn er in allerlei talen en van allerlei richting. In het geheel kan men ze onderscheiden in wetenschappelijke en populaire commentaren. De wetenschappelijke kenmerken zich hierdoor dat ze rechtstreeks en onmiddellijk van den grondtekst uitgaan; deze kunnen dan ook alleen worden benut door hen die de grondtalen der Schrift machtig zijn. De populaire commentaren daarentegen kunnen in meerdere of mindere mate ook wel van den grondtekst uitgaan, maar grijpen in hun verklaring daarop niet rechtstreeks terug, zoodat ze ook voor nietkenners der grondtalen bruikbaar zijn. [ 10.

Conunon Prayer Book, (d.w.z. gemeenschappelijk gebedenboek) is het boek, waarin de kerkdienst in de Anglicaansche kerk geregeld is voor morgen- en avonddienst van iederen dag gedurende het geheele jaar. Daarin is de historisch geworden vorm der oude kerk blijven voortleven. Onder koning Eduard VI is het in 1549 door het Parlement vastgesteld. In 1552 is het, op raad van Calvijn en anderen, meer in Gereformeerden zin herzien; waarbij Bucer en P. Martyr hielpen. In 1559 onder Elisabeths regeering is het opnieuw herzien, om het voor Roomschen aannemelijker te maken. Latere herzieningen gelden meer formeele dingen (b.v. in 1751 met het oog op de 1 Januari 1752 door Engeland aangenomen Gregoriaansche tijdrekening), totdat in 1871 de tabel der te lezen Bijbelboeken geheel werd herzien, (de Openbaring kwam er bij, en van de Apocriefe boeken minder) en in 1872 ten opzichte van de godsdienstoefeningen nadere regeling werd getroffen. — De gewone morgendienst is aldus: de geestelijke leest verschillende spreuken uit de Heilige Schrift, ter voorbereiding van de vermaning tot boete, na welke geheel de gemeente knielend haar zonden belijdt en om vergeving bidt, waarna de