is toegevoegd aan uw favorieten.

Christelijke encyclopædie voor het Nederlandsche volk

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

578

DENEMARKEN

de grondelementen zóó klein zijn, dat ze met de zintuigen niet kunnen waargenomen worden, weet Democritus (door nadenken) welke eigenschappen ze bezitten. De atomen zijn ongeworden en onvergankelijk, onveranderlijk en ondeelbaar. Qualitatief (naar de hoedanigheid) zijn ze niet onderscheiden, maar quantitatief (naar de ruimtevormen) wèl. Ze verschillen naar de gestalte, orde, ligging, grootte en zwaarte. Volgens Democritus zouden alle qualitatieve onderscheidingen aan de dingen, kleur, smaak, temperatuur enz. uit quantitatieve verschillen bij de atomen te verklaren zijn.

Het ontstaan van de wereld wordt door Democritus aldus voorgesteld. De atomen bewegen zich in de ledige ruimte, ze botsen tegen elkaar, en door die voortdurende botsingen hoopen de atomen zich op tot atomencomplexen, die een draaiende beweging aannemen. Op die manier zijn talrijke wereldsystemen ontstaan, waarvan het wereldsysteem, dat wij kennen er één is. Zoo wordt door Democritus bij het ontstaan van de wereld, en verder bij alle wereldgebeuren, de beweging verklaard door botsing van atomen, door druk en stoot. Alle geschieden in anorganische en organische wereld, iM lichaam en ziel, in natuur en geschiedenis wordt mechanistisch, alleen door beweegoorzaken, verklaard. Deze mechanistische wereldverklaring is evenwel onmogelijk, want de doelmatigheid, die we in al het organische, in plant en dier en mensch constateeren, kan nimmer alleen door puur mechanisme, door louter bewegende oorzaken worden verklaard. Gods Woord leert ons dan ook dat de Schepper de dingen goed heeft geschapen, beantwoordend aan het doel dat Hij zich met elk ding heeft voorgesteld.

Democritus is de grondlegger van de mechanistisch-atomistische wereldbeschouwing en tevens de vader van het materialisme, de leer, dat geest als een eigen zelfstandigheid niet bestaat, en de ziel des menschen uit stofatomen is opgebouwd, dus wezenlijk niet onderscheiden is van het lichaam. De ziel, die het lichaam doet leven en zich bewegen, bestaat volgens Democritus uit zeer fijne en gladde atomen, kleine kogeltjes die door alles heendringen. Democritus noemt ze vuuratomen. Deze vuuratomen zijn door het gansche heelal verspreid. Overal in het universum is zielestof aanwezig. Maar in den mensch zijn bizonder veel vuuratomen; tusschen elke twee andere atomen is één vuuratoom. Door middel van de ademhaling is er correspondentie tusschen de ziele-atomen in het heelal en de ziele-atomen in ons, tusschen de wereldziel en de individueele menschenziel. Bij het ademen nemen we voortdurend nieuwe vuuratomen in ons op en, wanneer bij den dood het ademen ophoudt, verlaten de ziele-atomen het lichaam en verspreiden zich weer in de lucht. Van zelfstandigheid en voortbestaan der ziel is dus bij Democritus geen sprake.

Een wijsgeer die, materialistisch, de zelfstandigheid der ziel ontkent en alle gebeuren in de wereld, alle leven en beweging op mechanistische wijze meent te kunnen verklaren, moet consequent atheïst zijn; voor een godheid die alle

dingen regelt en de geschiedenis van wereld en menschheid aan een hoog doel dienstbaar maakt, Ij is in het stelsel van Democritus geen plaats.

Een zedeleer van Democritus is ons niet bekend. Wel weten we, dat hij als levensdoel stelt ! het geluk en eenig verband zoekt tusschen de I mechanistische wereldbeschouwing en zijn zedelijke beginselen. Door grovere bewegingen wordt veroorzaakt voorbijgaand geluk, door fijnere bewegingen duurzaam geluk. Het grootste geluk, I het levensdoel, is het evenwicht der ziel, de harmonie, de zielerust.

Van Democritus zijn onderscheidene spreuken overgeleverd, waarvan niet is aan te geven in jl welk verband ze staan met zijn wijsbegeerte, maar die toch getuigenis afleggen van bezonken i oordeel en helderen kijk op het menschelijk leven. Enkele van die gezegden zijn: „Wie onrecht doet, is ongelukkiger dan wie onrecht lijdt". „Gelukkig is hij, die bij een bescheiden vermogen gemoedigd is, ongelukkig is hij die 1 bij een groot vermogen mismoedig is". „Wan- | neer gij uw binnenste opent, zult gij daar een I voorraads- en schatkamer van allerlei booze j hartstochten vinden". „De vriendschap van één I verstandigen man is beter dan die van alle I onverstandigen tesamen".

Het materialisme van Democritus is later weer I gepropageerd door Epicurus en Lucretius, in de I 18e eeuw verdedigd door onderscheidene Fransche I wijsgeeren, en in de 19de eeuw opnieuw naar I voren gekomen in een materialistische strooming, I waarvan Haeckel in Jena een vertegenwoor- J diger is. [ J4.

Denemarken. Het koninkrijk Denemarken I bestaat uit Jutland en een aantal eilanden in de Oostzee, waarvan Seeland en Funen de grootste I zijn, terwijl bovendien tot het rijk behooren, | de Faroer eilanden, IJsland en Groenland. Over I de laatste handelt dit artikel niet. Denemarken telt ongeveer 3 millioen inwoners, en heeft I slechts één groote stad, Kopenhagen, dat met I de voorsteden nog geen 600000 menschen woon- | plaats biedt. De bevolking is Skandinavisch. I Wat de godsdienst aangaat, is Denemarken bijna | geheel Luthersch, 98% der bevolking behoort I tot de Luthersche Deensche volkskerk. Dan zijn I er plm. 22000 Roomschen, pl m. 5000 Joden, verder I kleine getallen Gereformeerden, Methodisten, I Apostolischen, Baptisten, godsdienstloozen. De Luthersche kerk wordt bestuurd door zeven bisschoppen, onder dezen staan proosten, daaronder de predikanten. Alle geestelijken worden door den koning benoemd. Bisschoppen en proosten oefenen toezicht op predikanten, kerken en scholen. Als belijdenis erkent de Deensche kerk de drie oecumenische symbolen, de Augsburgsche Confessie en Luthers kleinen Catechismus. De Formula Concordiae is in Denemarken nooit aanvaard.

De oudste bewoners van Denemarken ver- j eerden de Germaansche goden. In de eerste helft der 9e eeuw is uit Duitschland in Denemarken het Christendom gepredikt, maar pas in de 11e eeuw werd, toen ook de Angelsaksische zendelingen kwamen, wat meer vrucht gezien. Dat hing ook wel daarmee samen, dat de Duitsche keizers Denemarken aan zich poogden te j