is toegevoegd aan uw favorieten.

Christelijke encyclopædie voor het Nederlandsche volk

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

608

DOCTORES ECCLESIAE — DOEDES

herders waren de predikanten ter verzorging van de gemeenten, en de leeraars waren de doctoren ter verklaring en verdediging der waarheid. En in navolging van Calvijn vatte ook het convent te Wezel, 1568, het aldus op. Daar sprak men ook van dienaren, leeraren (doctoren), ouderlingen en diakenen. De doctoren moesten dan optreden aan de illustre gymnasia, om de kerken van dienaren des Woords te voorzien, want de universiteiten waren nog Roomsch.

Toen de Reformatie echter doorwerkte veranderde dat doctorenambt van karakter en werd in plaats van een kerkelijk ambt een schoolambt. Spoedig toch kregen wij hier de universiteiten. In 1575 gaf de Prins aan Leiden een Gereformeerde hoogeschool. Daarop volgden die te Franeker in 1585, en te Groningen in 1614. Deze drie zijn aanstonds als universiteiten ontstaan. Later kwamen er nog drie illustre scholen bij, die ook tot universiteiten bevorderd werden, n.1. die te Utrecht in 1636; te Harderwijk in 1648; en te Nijmegen in 1656. De kerken kregen dus spoedig voldoende gelegenheid voor de opleiding van hare aanstaande dienaren des Woords en hadden aan eigen kerkelijke doctoren en eigen opleidingsscholen geen behoefte meer. Opmerkelijk dan ook, dat na het convent te Wezel, 1568, de drie volgende Synoden n.1. te Embden, 1571, te Dordrecht, 1574, en te Dordrecht, 1578, van het kerkelijk doctorenambt zwijgen; en dat de daarop volgende Synoden, n.1. te Middelburg, 1581, te's-Gravenhage, 1586, en te Dordrecht, 1618—'19, het doctorenambt wel weer hebben opgenomen, maar het nu met de professoren in de theologie aan de universiteiten vereenzelvigden. Het kerkelijk karakter van het doctorenambt werd losgelaten en al meer in een schoolambt veranderd. Zoo komt het nog steeds in artikel 18 der Kerkenordening voor: Het ambt der Doctoren of Professoren in de Theologie is, de Heilige Schrifture uit te leggen en de zuivere leer tegen de ketterijen en dolingen voor te staan. Een doctor was dus iemand, die aan een of andere school doceerde d. 1. onderwijs gaf.

En eindelijk komt het woord doctor nog voor in een derde beteekenis, n.1. als wetenschappelijke graad aan een of andere universiteit verworven. Oorspronkelijk was het geven van onderwijs geheel particulier en geheel vrij. Maar toen de universiteiten opkwamen, werd het spoedig afhankelijk van overheid en kerk. Het vrij optreden werd beperkt. Om als doctor op te treden, moest men de licentia docendi d.i. de bevoegdheid om te doceeren ontvangen hebben en in het corps der leeraren opgenomen zijn. En nog verder ging de beperking. Ook tusschen het doctoraat en professoraat werd er onderscheiden. Het doctoraat werd niets dan een wetenschappelijke titel of graad, uitsluitend een bewijs van bekwaamheid, door het corps van hoogleeraren uitgereikt, zonder daardoor nog als professor te mogen optreden. Want daartoe was nog weer een afzonderlijke benoeming en aanstelling noodig van de bevoegde macht. Zoo zijn èr in onzen tijd een menigte gepromoveerden tot doctoren, d. i. mannen met den titel of graad van doctor, die nooit tot professoren benoemd worden en

aan geen enkele hoogeschool of universiteit doceeren. [ 11.

Doctores ecclesiae. Onder kerkvaders verstaat de Roomsche kerk die kerkleeraars in de oude kerk, die door hun leer en hun leven van grooten invloed geweest zijn op de kerk en haar leerbegrip. Men onderscheidde drie klassen van kerkvaders : scriptores, patres en doctores. Vier dingen worden in een kerkvader vereischt 1°. antiquitas competens, 2°. doctrina orthodoxa, 3°. sanctitas vitae en 4°. approbatio ecclesiae. Uit deze kerkvaders verkoos de kerk enkelen, die nog een vijfde eigenschap bezaten nl. eruditio eminens d. w. z. groote geleerdheid en deze noemde zij doctores ecclesiae of leeraars der kerk. Oorspronkelijk telde men vier doctores in net Westen nl. Ambrosius, Augustinus, Hieronymus en Gregorius I en in het Oosten telde men er ook vier nl. Athanasius, Basilius, Gregorius van Nazianzus en Chrysostomus. Later zijn er velen bijgekomen o.a. Thomas Aquinas. Zelfs mannen van betrekkelijk geringe beteekenis ontvingen dien titel, zooals Alfons van Liguori. [ 24.

Dodanieten (Gen. 10 : 4) zonen van Javan. Ongetwijfeld een Grieksche stam. Velendenken aan de bekende Grieksche orakelstad Dodona in Epirus. Waarschijnlijker is het om (zie 1 Kron. 1 : 7) Rodanieten te lezen, waaronder dan de bewoners van het eiland Rhodus verstaan moeten worden, die evenals de bewoners van het eiland Cyprus een groote beteekenis in de oudheid hadden. [ 24.

Doedes (Jacobus Isaac), geboren den 20sten November 1817 te Langerak (Zuid-Holland), waar zijn vader, Walter Doedes, predikant was; later verwisselde die zijn standplaats voor Grootebroek, daarna werd hij predikant te Medemblik. Van 1830—'34 was J. I. Doedes bij de ouders zijner stiefmoeder te Amsterdam, waar hij de Latijnsche school bezocht. In September 1834 werd hij student in de theologie aan de Hoogeschool te Utrecht. Van zijn studententijd dateert de vriendschap met J. J. van Oosterzee, die straks zijn ambtgenoot als predikant te Rotterdam, en wederom als hoogleeraar te Utrecht zou zijn.

Den 16en Juni 1841 verwierf Doedes den graad van doctor in de godgeleerdheid op een in het Latijn geschreven proefschrift Over de opstanding van Jezus Christus.

In Augustus 1841 toegelaten tot de Evangeliebediening, begon Doedes in afwachting van een beroep (er waren destijds veel meer proponenten dan candidaten) aan de beantwoording van de in November 1841 door Teylers godgeleerd genootschap uitgeschreven prijsvraag; het antwoord, nog voor het eind van 1842 ingezonden, werd met goud bekroond, en uitgegeven onder den titel Verhandeling over de tekst-critiek des Nieuwen Verbonds, 1844.

Den 9en Juli 1843 deed Doedes zijn intrede als predikant te Hall (Gelderland), waar hij 4 jaar bleef; in September 1847 kwam hij te Rotterdam. Intusschen was hij in 1845 tezamen met Dr J. J. van Oosterzee, Mr B. J. L. de Geer van Jutfaas en Dr H. H. Kemink de uitgave begonnen van de Jaarboeken voor wetenschappelijke