is toegevoegd aan uw favorieten.

Christelijke encyclopædie voor het Nederlandsche volk

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DRYANDER —

uitgebreide correspondentie, zelfs met tal van buitenlandsche geleerden. Zijn groote vriendschap met Arminius en Wtenbogaert maakten hem in het oog der kerken verdacht. Hij heette een Ariaan en een Arminiaan. Dat hij een Ariaan gescholden werd, dankte hij aan zijn bewering, dat de Logos of de Zoon van God geschapen was. Toen zijn ambtgenoot Lubbertus hem in 1615 over deze uitdrukking openlijk aanviel, verklaarde hij, dat het woord scheppen soms de beteekenis had van gewinnen of telen. Maar Drusius, die toch al geweigerd had de formulieren van eenigheid te onderteekenen, kreeg van de Staten ditmaal geen gelijk. Vooral zijn heftig optreden tegen zijn aanklager (professor Lubbertus) werd gelaakt.

Wat de beschuldiging van Arminianisme betreft, zijn leerling Amama ontkende dit ten zeerste.

Na den dood van Drusius bezong vooral Maccovius, de gezworen vijand van professor Lubbertus, diens lof. Als exegeet en taalkundige was hij zijn tijd ver vooruit. Jammer dat er niet alleen over zijn leer, maar ook over zijn leven wel eenige klacht viel. [18.

Dryander. L Franz Dryander (eigenlijk: Enzinas), afkomstig uit Burgos in Spanje, beleed reeds vroeg de Evangelische leer, werd in Wittenberg met Luther en vooral met Melanchton bevriend, vertaalde het Nieuwe Testament in het Spaansch, en liet het in 1543 in Antwerpen drukken, waarvoor hij gevangen werd gezet. Zijn door Granvelle verlangde onthoofding, werd uitgesteld, en na een gevangenschap van 15 maanden gelukte het hem te ontvluchten. Zijn Historia propriae incarcerationis atque liberationis schreef hij op aandrang van Melanchton, tot wien hij gevlucht was. Later was hij in Bazel, Engeland, Straatsburg, waarschijnlijk ook in Augsburg. Hij overleed reeds in 1552. — II. Johann Dryander, broeder van den vorigen, werd in 1546 te Rome als ketter verbrand. Hij was het die den eveneens om des geloofs wille gestorven J. Diaz tot bekeering had geleid. — III. Hermann Dryander, geboren 1809 te Halle, was daar langen tijd een geliefd prediker en had ook als schrijver beteekenis. Hij stierf 1880. Als theoloog behoorde hij tot de bemiddelende richting. — IV. Ernst Hermann Dryander, zoon van den vorigen, geboren 1843, Evangelisch predikant te Bonn 1874, in Berlijn 1882. Zijn Evangelische Predigten zijn in talrijke oplagen verschenen. Hij behoort, evenals zijn vader, tot de middenpartij.

Dschagannatha of Dschaggarnath, door de Engelschen Juggurnaut genoemd, is een stad in Indië, gelegen in de Mahanadidelta. De plaats is een heilige stad der Brahmanen, omdat aldaar is een heiligdom van Krischna en voorts vele tempels ter eere van verschillende goden. In de maand Maart wordt de stad bezocht door honderdduizenden pelgrims. Krischna wordt door hen vereerd als Dschaggarnat, d. i. wereldbeheerscher. Zijn beeld wordt op een grooten wagen, 14 Meter hoog en van tien raderen voorzien door de straten getrokken. Volgens sommigen werpen nu en dan pelgrims zich in hun fanatisme voor de raderen, anderen meenen, dat meer te denken is aan ongelukken, een enkele maal zou door het gedrang een pelgrim onder de wielen raken. [ 17.

DSCHAINISME 655

Dschainisme. Behalve Buddha waren er in zijn tijd nog andere rondtrekkende predikers met een schare van leerlingen om zich. Een mededinger beteekende zooveel, dat hij een religieuse gemeenschap stichten kon, die tot heden stand hield. Zij is de religie der Dschatna's. De stichter heet Dschina, overwinnaar, soms ook Buddha, meestal echter Mahdvira. Zijn eigennaam was Vardhamana of ook Gnatriputra. Van diens leven is weinig historisch bekend. Bestaan heeft hij echter wel, daar ook de Buddhisten van een dwaalleeraar herinnering hebben, die tijdgenoot van den echten Buddha moet geweest zijn. Op 28-jarigen leeftijd zou hij askeet zijn geworden en 12 jaren lang zich aan zware zelfbeproeving hebben onderworpen en daarna als alwetend profeet zijn erkend. Daarna verkondigde hij nog 30 jaren zijne leer en stichtte zijne orde. Zijne volgelingen heetten Nirgrantha, de van ketenen bevrijden. Hij koos zich elf vertrouwelingen, van welke de overlevende Sudharman de leiding der gemeente op zich nam. De stichter zelf stierf in Papa. De leer heeft veel overeenkomst met het Buddhisme. Zielsverhuizing, wedergeboorte naar verdiensten of schuld in het voorbestaan, pessimisme, verlossing van het lijden. Het Brahmanisme wordt verworpen. Ook hier monniken en leeken. Het Dschainisme onderscheidt zich echter van het Buddhisme door zeer strenge askese, door zelfpijniging. De monniken gaan naakt. Ook de wereld beschouwen zij anders doordat het Dschainisme nadruk legt op het bestaan der zielen, die niet slechts in menschen en dieren, maar ook in planten, ja in het water, in den wind, in het vuur worden aangetroffen. De levende wezens worden in zes klassen ingedeeld : aarde, water, vuur, wind, planten, die den tastzin hebben, terwijl de zesde klasse, die uit vier onderafdeelingen bestaat, twee tot vijf zintuigen heeft. Met vijf zintuigen zijn de vogels, maar ook menschen voorzien. De gewoonten worden gekenmerkt door het streven om de zielen te ontzien. Het Nirvana is minder negatief dan dat der Buddhisten. Groote nadruk wordt gelegd op de kennis, die. vijf trappen heeft: mati, de juiste opvatting; shruta, duidelijke kennis; avadhi, eene hoogere kennis; manahparjaja, duidelijke kennis van anderer gedachten ; kevala, alwetendheid. De verlichten, die in de wereld als profeten optreden, heeten Tirthakara's, waarvan er in den loop der wereldontwikkeling 24 zijn verschenen. Vijf geboden zijn aan de volgelingen voorgeschreven: niet liegen, niets nemen, niet huwen, niets bezitten noch begeeren. Volgens de traditie was eerst de leer mondeling overgeleverd en daarom is de canon der heilige schriften laat ontstaan pl.m. 450 na Christus, althans verzameld. Vooral is het Kalpa Sutra in eere, dat wonderlijke levensbeschrijvingen der Dschina's en regels voor de Jati's, de monniken bevat. Aan geestelijke diepte staat het Dschainisme achter bij het Buddhisme, terwijl het dit in formalisme overtreft, in strengheid der askese, door een pessimistische apathie tegenover de wereld, waardoor bevrijding van de levensellende wordt nagestreefd. Konden de geloften niet worden ge-