is toegevoegd aan uw favorieten.

Christelijke encyclopædie voor het Nederlandsche volk

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

56

EIGEMAN — EIGENSCHAPPEN GODS

getast. De Eiffeltoren bestaat uit 15000 aaneengeklonken stukken ijzer en is het hoogste bouwwerk der aarde, meer dan driemaal zoo hoog als de Martinitoren in Groningen. En toch verheft zich de eerste met bijna evenveel bevalligheid omhoog als de laatste. [ 31. Eigeman (Jacob), geboren te Leiden

8 Januari 1834, overleden te Teteringen 10 November 1902, was achtereenvolgens predikant in de Nederlandsch Hervormde gemeenten OudLoosdrecht, Zevenbergen, Delfshaven en Dordrecht. In laatstgenoemde gemeente' stond hij van 8 September 1878 tot op zijn emeritaat 1 Augustus 1902. Tengevolge van een aannemingskwestie werd hij in 1880, voor een half jaar, met verlies van tractement, geschorst. Hij schreef toen onderscheiden brochures als Bladzijden uit het dagboek van den strijd, die in Dordrechts Hervormde gemeente gestreden wordt. Verdienstelijk heeft hij zich gemaakt door de stichting van het Gereformeerd centraal weeshuis „Bethel" te Dordrecht; voorts was hij redacteur van een almanak en van een weekblad, ook Bethel genaamd. Verschillende stichtelijke geschriftjes zagen van hem het licht. [ 30.

Éigen, eigendom. Eigen is wat aan iemand persoonlijk toebehoort, wat hem persoonlijk betreft. In den hoogsten zin voorkomende in de uitdrukking: eigen Zoon Gods (Rom. 8 : 32). Voorts in uitdrukkingen als: eigen volk (Titus 2 : 14), eigen bloed (Hebr.

9 : 12), eigen huis (de gemeente van Christus). Eigendom is het bezit, waarover iemand meester is, die hij verkregen heeft door erfenis, verdienste of koop. De eigendom is van God gewild, en wordt door God in het achtste gebod beschermd. (De theorie van Proudhon zegt: eigendom is diefstal). Nochtans is de mensch geen absoluut eigenaar van zijn bezit, hij is rentmeester, en moet zijn eigendom naar Gods wil besteden. In de Schrift wordt ook Israël genoemd het eigendom Gods uit alle volken. [ 28.

Eigengerechtigheid is de gerechtigheid die geen gerechtigheid is; die de mensch bij zichzelf tracht te vinden, of te verkrijgen langs den weg van deugdzaamheid en plichtsbetrachting. Deze gerechtigheid maakt hem, naar hij meent, aangenaam bij God, daar zij hem verdienstelijk maakt. God is dan verplicht om goed voor den mensch te zijn. Deze eigengerechtigheid is een waan, en is een zondig ingaan tegen de verootmoedigende waarheid der Schrift, dat wij alleen uit genade zalig kunnen worden, door het geloof, en dat al onze gerechtigheden zijn „een wegwerpelijk kleed" (Jesaja 64: 6a). Eigengerechtigheid werd bij de oude Farizeërs gevonden, die door wettischen godsdienst meenden hun zaligheid te kunnen bewerken. Wij kunnen alleen zalig worden door de gerechtigheid van Christus, die aan den eisch van Gods gerechtigheid heeft voldaan, zoodat we door het geloof in Hem gerechtvaardigd worden (Rom. 3:28). [ 28.

Eigenschappen Gods. Voorheen was men gewoon te spreken van de Namen Gods, en begreep daaronder niet alleen de eigennamen of noemensnamen, maar óók de werken en de eigenschappen Gods. In later tijd kwam het in zwang afzonderlijk te handelen over de namen

en de eigenschappen Gods. Onder dit laatste verstond men dan wat Gode eigen was. Heden ten dage wordt liever van de deugden Gods dan van de eigenschappen Gods gesproken. Vooreerst omdat de Heilige Schrift ons in het gebruik van dezen naam voorgaat en voortdurend van de deugden Gods spreekt (I Petr. 2 : 9). En in de tweede plaats omdat het spreken van eigenschappen bij God te kort doet aan het rechte inzicht in de eenvoudigheid Gods alsof er een scheiding zou zijn tusschen het Wezen Gods en Zijn eigenschappen, en het Wezen Gods niet zou bestaan in de volheid Zijner eigenschappen. Naast den naam deugden Gods heeft men ook het pleit gevoerd voor den naam volmaaktheden Gods, op grond van Matth. 5 : 48: „weest gijlieden dan volmaakt, gelijk uw Vader die in de hemelen is, volmaakt is." De volmaaktheden Gods worden ons daar ten voorbeeld gesteld.

Als van de deugden Gods gesproken wordt, dan moet niet gedacht worden aan zedelijke deugd of braafheid maar aan wat deugt, aan de levenskracht die van het Wezen Gods uitgaat. Het bijbelsche woord deugd wordt menigmaal in zijn diepste beteekenis het best verstaan als het door energie wordt weergegeven.

Te allen tijde is veel gehandeld over de indeeling van de deugden Gods. En allereerst moest daarbij de vraag beantwoord of het stellen van een indeeling wel in overeenstemming was met de leer van de eenvoudigheid Gods, dat God in Zijn Wezen niet van zijn deugden • en dat Zijn deugden onderling niet te onderscheiden zijn. Er is immers maar één deugd Gods, Zijn Goddelijkheid, Zijn volmaaktheid.

De belijdenis der eenvoudigheid raakt het Wezen Gods, dat voor den mensch verborgen is, alleen de openbaring Gods kan gekend worden. En nu openbaart God de Heere Zich, in aansluiting aan de vatbaarheid van den mensch» in een veelheid van werken en deugden. De horizon is één en ongedeeld, de mensch kan echter door de beperktheid van Zijn gezichtsvermogen dien niet in ééns overzien, hij kan er slechts bij gedeelten kennis van nemen door nu het oog op het eene gedeelte, dan weer op het andere gedeelte te laten rusten. Zoo doet de mensch nu ook met de openbaring Gods, hij neemt daarvan kennis bij gedeelten, en spreekt nu van deze, dan van gene deugd. Het licht der openbaring valt voor zijn oog in veelheid van stralen uiteen, er is wel één deugd Gods, maar het menschenkind met zijn beperkt kenvermogen, moet noodwendig onderscheiden, het is gedwongen over de hoogste volmaaktheid Gods als het ware van stuk tot stuk te handelen. Het maken van een indeeling bij de deugden Gods is noodig ten behoeve van den mensch.

Reeds zeer vroeg is men begonnen met het maken van een indeeling. De Roomschen zijn gewoon te onderscheiden tusschen de positieve en negatieve deugden Gods, waarbij öf iets positiefs of stelligs ten opzichte van het Wezen Gods gezegd wordt, öf iets negatiefs of ontkennends. Onder de eerste reeks noemde men dan: God is wijs, rechtvaardig, goed, heilig, barmhartig, enz. en in de tweede reeks stelde