is toegevoegd aan uw favorieten.

Christelijke encyclopædie voor het Nederlandsche volk

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EN-M1ZPAT — ENTINGH

95

heilige boeken rekenden, dat zij slechts stukken van het Oude Testament lazen en dat zij bij het avondmaal in plaats van wijn water gebruikten. Met nauwkeurigheid weten wij van hen weinig. Hun richting zelve is reeds door den Apostel Paulus (1 Tim. 4 : 3—7) als antichristelijk veroordeeld. [ 32.

En-Mïzpat (=bron der beslissing), Gen. 14 : 7, een andere naam voor Kades, Num. 20 : 1 v.

Enon, waterrijke plaats nabij Salim (Joh.

3 : 23), waar Johannes, toen Jezus reeds was opgetreden, nog doopte en aan zijn op Jezus ijverzuchtige jongeren, die juist met de Joden over de waarde van zijn doop gestreden hadden, de ootmoedigste getuigenis van zich zeiven en de verhevenste van Jezus aflegde. Hieronymus stelt de plaats 8 mijlen van Scythopolis, d. i. Beth-Sean, in het Jordaandal.

Enos, zoon van Seth (Gen. 4 : 26; 5:6; Luc. 3 : 38) vader van Kenan (Gen. 5 : 9). In zijn dagen begon men den naam des Heeren aan te roepen. Hoogstwaarschijnlijk wijst dit op een gezamenlijke aanroeping, dus op een eenigszins publieken dienst van God. [ 24.

En-Rimmon, stad in den stam Juda, na de ballingschap weder bewoond (Neh. 11 : 29). De naam en waarschijnlijk de plaats zelf is samengesteld uit de twee (Joz. 15 : 32 en 1 Kron.

4 : 32) naast elkander genoemde plaatsen Aïn en Rimmon.

Ens. L Johannes Ens, geboren 9 Mei 1682, overleden 6 Januari 1732, aanvaardde, na de school van Lingen gediend te hebben, in 1720 het hoogleeraarsambt te Utrecht. Hij was zeker een geleerd man, maar door drank en ongeregeld leven vroegtijdig ondermijnd. Onder den schuilnaam Daniël van der Heyden schreef hij in 1715 en in 1719 tegen den Voetiaan Fruytier; maar beide boeken, vinnig en grof in de hoogste mate,, doen zijn toch reeds bedorven naam maar te meer schade. Zijn meest belangrijke werk is het na zijn dood verschenen: Kort historisch Berigt van de publieke geschriften, rakende de Leer en Dienst der Nederlandsche kerken van de vereenlgde Nederlanden. Dit boek is voor de geschiedenis onzer liturgische geschriften één der eerste bronnen, ofschoon er meermalen onnauwkeurigheden in voorkomen.

II. Petrus Ens, broeder van den voorgaanden, geboren 1699, eershalve bevorderd tot doctor in de godgeleerdheid, werd 1726 hoogleeraar te Harderwijk. Er ontstond echter een klove tusschen curatoren en hem, en deze werd op den duur niet kleiner, maar wel grooter, toen hij langzamerhand verviel in de verdenking van kerkelijke onrechtzinnigheid, met name ten opzichte van het leerstuk der Drieëenheid. Den 19den October 1741 werd hij van zijn hoogleeraarsambt ontzet en ook buiten de kerkelijke gemeenschap gestooten. Hij vestigde zich metterwoon te Zwolle, waar hij in behoeftige omstandigheden leefde. Zijn sterfjaar is ons niet [bekend. [ 30.

En-Semes = zonnebron (Joz. 15 : 7; 18:17), ongetwijfeld de tegenwoordige Apostelbron, Oostelijk van Bethanië aan den weg naar Jericho. [ 24.

En-Tappuacti, een stad op de grenzen van Manasse's stamgebied (Joz. 17 : 7).

Enthusiasme. Dit woord komt in de geschiedenis der kerk in tweeërlei zin voor. Het kan ten eerste beteekenen geestdrift. Die heilige geestdrift bemerken wij in de eerste tijden van het Christendom, toen de liefde tot Christus allen beheerschte. Toen zag men ook reikhalzend uit naar de wederkomst van Christus. Dat was heilig enthusiasme.

In de geschiedenis der kerk maken wij echter nog met een ander enthusiasme kennis, dat wij het best zouden kunnen weergeven met den naam : dweperij. Wanneer men het geopenbaarde Woord van God verwierp, of op den achtergrond stelde, en zich ging beroepen op onmiddellijke openbaringen, die zelden anders waren dan vruchten van een verhitte inbeelding, dan kwam men tot allerlei buitensporigheden op het gebied van geloof en zeden. Dit valsche enthusiasme vond men in de Middeleeuwen bij vele secten o.a. de Broeders en zusters van den vrijen geest. Later vond men het bij de Anabaptisten. Nog later in het Zuiden van Frankrijk onder de „Spirituels" en ook onder de z.g.n. „Geinspireerden" in de dagen van het Piëtisme. Dit schadelijk enthusiasme, dat zich om Gods Woord weinig bekommert of zich er boven plaatst, wordt nog in menigen kring gevonden. [ 24.

Entirtgh (A. S.), ontving als jongen opleiding tot het meubelmakersvak in zijn geboortestad Groningen. Hij trad echter later vrijwillig in militairen dienst en klom op tot den rang van onderofficier. Reeds in zijn dienstjaren gevoelde hij zich aangetrokken tot de Afgescheidenen, die op afgelegen plaatsen bij elkander kwamen. En toen hij den dienst weer verlaten had, ging hij zich bekwamen voor het predikambt. Hij ontving zijn opleiding onder Ds. T. F. de Haan, die destijds een opleidingsschool in Groningen had. In 1853 werd hij predikant te Niezijl. Slechts één jaar diende hij die gemeente. Van 1854 tot 1855 stond hij te Oud-Loosdrecht. Vandaar vertrok hij naar Harlingen, waar hij twee jaar met bizonderen zegen werkte. Vooral zijn groote gebedsgaven trokken de vromen aan. In 1858 vertrok hij naar Amsterdam, waar hij 3 October in de vacatureDs. A. G. de Waal door Ds. A. Brummelkamp bevestigd werd. Hier berokkende eerst de beroering, door A. van der Linde bewerkt, hem veel smart. In Augustus 1861 kreeg hij een collega naast zich in Ds. J. J. de Visser. Toe» kwam er groote verdeeldheid in de gemeente. Zij scheen uit twee partijen te bestaan, die zich noemde naar de predikanten. Ook de kerkeraad was verdeeld. En het twisten met woorden dreigde tot handtastelijkheden met vuisten en stokken over te gaan. De Classe en de Prov. vergadering moesten er aan te pas komen. De goede naam der gemeente werd geschaad, de Naam des Heeren werd gelasterd. De naijver der predikanten, de twist der broeders en zusters, brachten de gemeente nabij den ondergang. Beide dienaren, met groote gaven door den Heere begiftigd, waren onmogelijk geworden. Toen nu in 1865 Ds. Entingh het beroep naar Den Helder had aangenomen, bepaalde de Classis, dat, tot herstel van den vrede, ook de tweede predikant,