is toegevoegd aan uw favorieten.

Christelijke encyclopædie voor het Nederlandsche volk

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

FORMULA CONCORDIAE — FORTUIN

189

naam verrees. Wij kwamen er echter niet alleen om handel, óók om zending te drijven. Een lijstje van 32 namen van predikanten valt te vermelden (De Zeeuw, a. w. bl. 60) van wie er zes hun werk in den marteldood hebben beëindigd. In 1662 werd het eiland, daar geen hulp uit het vaderland kwam opdagen, aan den rooverhoofdman Coxinga overgegeven. In 1715 bleek er nog iets van den Hollandschen invloed overgebleven in kennis der taal en in kennis van God. Nu is er onder de inlandsche stammen geen spoor van Christendom meer. [ 41.

Formula Concordiae. 1580. Eenheidsformule. Hierin werden de dogmatische twisten onder de Luthersche theologen van den eersten tijd na de Reformatie, over verschillende punten, bijgelegd. Er werd eenstemmigheid verkregen over leerstukken als de wet, de rechtvaardigmaking, de nederdaling ter helle, de dadelijke gehoorzaamheid van Christus, de goede werken, en de erfzonde. Zij was vooral het werk van Jacob Andreae f 1590 en Mart. Chemnitz f 1586. Volgens de Formula Concordiae is de mensch van nature onbekwaam tot eenig goed, is het geloof absoluut een gave Gods, doch zij laat rusten de volstrekte en particuliere praedestinatie. Wel leert ze dat de verkiezing onvoorwaardelijk is, maar daarnaast ook, dat de genade algemeen, en te weerstaan is; de mensch heeft behouden, zij 't dan niet het „dadelijk" — dan toch het „lijdelijk" vermogen ten goede, d.w.z. hij kan het Woord Gods op zich laten inwerken, enz. [ 28.

Formule = een voor bepaalde gevallen voorgeschreven of door het gebruik ingevoerde zegswijze, woordverbinding of uitdrukking. Zoo spreken wij op kerkelijk gebied van de doopsformule, als aanduiding van de woorden, die bij de toediening van den doop moeten worden uitgesproken: „In den naam des Vaders, en des Zoons, en des Heiligen Geestes". Als formulieren (van eenigheid) worden de belijdenisschriften, als (liturgische) formulieren die officieel vastgestelde stukken aangeduid, welke gebruikt moeten worden bij de bediening van den doop en het avondmaal; bij de bevestiging van dienaren des Woords, ouderlingen en diakenen, en van het huwelijk; bij de afsnijding van en bij

I de wederopneming in de gemeente. [ 20.

Formulieren (Liturgische). Hieronder

■ worden verstaan de Formulieren van den heiligen doop, het heilige avondmaal, het huwelijk, de bevestiging van dienaren des Woords, de bevestiging van ouderlingen en diakenen, de afsnijding van de gemeente, en der wederopne-

! ming der afgesnedenen in de gemeente.

De Formulieren van den kinderdoop, het heilige avondmaal en het huwelijk verschenen voor 't eerst in 1566, achter de Psalmberijming van Petrus Dathenus, die ze nagenoeg geheel had ontleend aan de Kerkorde van de Paltz. De Synode

I van Dordrecht, 1574, vond het doopsformuiier

I van Datheen te lang en heeft het verkort. Het Formulier van den doop der volwassenen in

I zijn tegenwoordigen vorm werd vastgesteld door de Synode van Dordrecht, 1619, die daaraan ten

grondslag legde net Formulier van de aynode wan Veere, 1610, (waaraan met eenige wijziging de uiteenzetting der beteekenis van den doop

der volwassenen werd ontleend), en het Formulier van de Synode van Brielle, 1603 (waaruii, eveneens met wijziging, de vragen werden overgenomen). De Bevestigingsformulieren danken we aan de Synode van 's Gravenhage, 1586, evenals die van de afsnijding en de wederopneming.

Het onveranderd gebruik dezer liturgische Formulieren is in de Gereformeerde kerken verplichtend gesteld. Alleen de meerdere kerkelijke vergaderingen zijn bevoegd, de liiurgie te wijzigen, en zoolang dit niet is geschied, heeft geen dienaar het recht, er gedeelten uit weg te laten of er veranderingen in aan te brengen. Anders wordt de deur opengezet voor allerlei willekeur, gelijk in het Hervormd kerkgenootschap, dat het gebruik der Formulieren overlaat aan het eigen oordeel van den liturg (predikant), „die daarbij te rade gaat met de godsdienstige behoeften zijner gemeente" (Art. 22 van het Reglement voor de kerkeraden). [ 20.

Formulieren van Eenigheid. Hieronder worden verstaan: de Nederlandsche Geloofsbelijdenis of de 37 Artikelen, de Heidelbergsche Catechismus, en de Dordtsche Leerregels of de 5 Artikelen tegen de Remonstranten. Werd de eerste opgesteld om hei geloof der gemeente te doen kennen aan haar vijanden, opdat blijken zou hoezeer alle beschuldiging, tegen de leer der Reformatie ingebracht, laster was, de tweede had ten doel, de kennis des geloofs voort te planten bij de jeugd, terwijl de laatstgenoemden dienden, om de eenheid des geloofs te bewaren en te doen uitkomen naar buiten. Tezamen worden zij Formulieren van Eenigheid genoemd, omdat de Gereformeerde kerken in Nederland, die met elkander in een kerkverband leven, dat op overeenstemming in belijdenis is gegrond, ze als haar belijdenisschriften hebben aanvaard. Deze authentieke stukken vormen dus het „accoord van kerkelijke gemeenschap", en zijn tevens een publiek getuigenis naar buiten van de „eenigheid" dier kerken. [ 20.

Forster (Johann), 1495—1556, Luthersch theoloog en hebraïcus, hielp Luther bij diens overzetting van de Heilige Schrift, werd in 1535 predikant te Augsburg, welke plaats hij wegens zijn onverdraagzaamheid jegens de Zwinglianen moest verlaten, werd in 1539 hoogleeraar in de theologie te Tübingen, in 1548 hoogleeraar te Wittenberg, waar hij veel met Melanchton verkeerde, en deelnam aan de bestrijding van Osiander. Zijn hoofdwerk was het een jaar na zijn dood verschenen Dictionarium hebraïcum novum, waarvan in 1564 een tweede druk verscheen, een voor dien tijd hoogst belangrijke studie, thans nog waardevol voor de kennis van den toenmaligen stand van het onderzoek der Hebreeuwsche taal. [ 20.

Fortuin, afgeleid van Fortuna, naam van de geluksgodin, die o. m. te Smyrna en te Corinthe een tempel had, waar ze orakels gaf; te Rome werd ze onder allerlei bijnamen vereerd. Door vleugels, een roer, een hoorn des overvloeds, een bal, een rad, of een blinddoek werd door de beeldende kunst haar macht of haar onbestendigheid veraanschouwelijkt. Men spreekt van fortuin, daarmeé bedoelende een gelukkig voorval, of