is toegevoegd aan uw favorieten.

Christelijke encyclopædie voor het Nederlandsche volk

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

FRANK

195

lijden uit zijne dictaten saamgesteld door Ds. Paul Schaarschmidt, de latere edities zijn bezorgd door den hoogleeraar Grützmacher, die er in enkele kloeke paragrafen een behandeling van de Theologie der Gegenwart aan toevoegde. Voor studenten en jongere predikanten is ook zeer lezenswaardig zijn Vademecum für angehende Theologen. In dit boekje komt helder uit zijn hooge opvatting van het Christendom, de theologie en het predikambt. Daarbij geeft hij den lezer in tal van mooie wenken onwillekeurig een blik in zijn eigen hart. Na zijn dood gaf de beroemde theoloog Seeberg van hem dit getuigenis: „Stroomen van opwekking en leering zijn van hem uitgegaan en dan niet alleen van hem als theologisch leidsman maar ook van hem als een zedelijk hoogstaand karakter. Men kon het aan den „Theoloog der Christlichen Gewissheif' bespeuren, dat hij sprak van het innerlijk beleefde en verworvene. Hoe diep hij ook zijne wortels had geslagen in de oude waarheid des Evangelies, toch liet hij het moderne leven met zijne praestaties en zijne belangen niet onopgemerkt voorbijgaan. Frank was een kind van zijn tijd en door en dooreen modern mensch".

Evenals andere landen van Europa zoo mocht ook Beieren in het eerste kwartaal der vorige eeuw zich verblijden in een Réveil. Het duurde niet lang, of aan de eenige Protestantsche theologische faculteit van dit land, n.1. aan die te Erlangen, kon men dienzelfden heerlijken lentegeur inademen. Harless was de tolk der nieuwe richting. Na zijn vertrek werd zijn werk voortgezet door Thomasius, Hofmann en Frank. Was het nu reeds Harless, die verzekerde, dat hij niet door bestudeering der belijdenisschriften tot hare aanvaarding gekomen was, maar dat hij eerst als vrucht van eigene ervaring een vaste geloofsovertuiging verkreeg en dat hij daarna pas tot zijn verwondering en blijdschap bemerkte, dat deze conform was aan de oude symbolen, van dit drietal geldt hetzelfde. Ze waren Lutheranen voordat ze het zeiven wisten. Als de jongste van dit drietal heeft Frank de gedachten, die reeds waren voorgedragen door Hofmann, die in de eerste plaats exegeet was maar zich ook op dogmatisch terrein bewoog, en door Thomasius, wiens hoofdstudie was de dogmenhistorie, niet maar gesystematiseerd maar [ook verder ontwikkeld en uitgewerkt. Daarom wordt hij terecht de dogmaticus der Erlangerschool genoemd. Deze Erlanger-school heeft feepleit voor eene „theologie der Christelijke Ervaring". Deze school heeft de consequenties «trokken uit de beginselen van Schleiermacher. In tegenstelling met het verstandelijke en vlakke rationalisme en supranaturalisme, die aan religie, theologie en kerk zoo groot nadeel toebrachten, is Schleiermacher niet moede geworden Me stelling te bepleiten, dat de religie in haar knerlijkst wezen geen kennis is en geen doen paar een onmiddellijk beleven van God. In overeenstemming hiermede bond hij de dogmatiek aan het persoonlijk geloof. Slechts door het persoonlijk beleven komen we met God in gemeenschap. In de persoonlijke ervaring geeft God Zich zijnerzijds aan ons en grijpen wij

onzerzijds God aan. Alleen op deze wijze krijgen we kennis van God. Deze ervaring nu is ons persoonlijk geloof, onze religie. Vandaar dat de theologie altoos weer met het geloof te doen heeft. Welnu op deze lijn zijn de Erlangers doorgegaan. Schleiermacher en Frank verschillen veel in dogmatisch opzicht — ik wijs hier alleen maar op beider Christologie — maar wat het uitgangspunt en de methode betreft, is er groote overeenkomst. De Erlanger school zelve moge met voorliefde in het licht gesteld hebben Wat haar van Schleiermacher scheidde, toch lijdt het geen twijfel, of zij heeft het door Schleiermacher begonnen werk voortgezet. Zij was van oordeel, dat de theologie" geroepen is de relatie tot God, welke de wedergeboren Christen beleeft, in al haar deelen bloot te leggen. Zij hield onverbiddelijk vast aan het beginsel, dat alles wat niet in verband staat met het ervaringsgegeven van de wedergeboorte en de bekeering buiten de dogmatiek blijven moet.

Frank heeft al zijn krachten ingespannen, om het probleem der Christelijke zekerheid, of m.a. w. hoe we weten, dat we ons niet bedriegen, als we gelooven in de realiteit van de Christelijke religie,- op te lossen. Voor de zekerheid op natuurlijk gebied gelden drie grondstellingen: 1°. verzekerdheid is de subjectieve toestand van verzekerd zijn aangaande een bepaald object; 2°. de verzekerdheid veronderstelt de ervaring als den subjectieven neerslag van de homogeneïteit tusschen object en subject; 3°. zoodra een blijvende ervaring van een bepaald object aanwezig is, treedt de verzekerdheid in. Welnu deze grondstellingen gelden ook met betrekking tot de onzienlijke wereld en de Christelijke verzekerdheid. Ook in de hoogere orde is er homogeneïteit tusschen subject (mensch) en object (God); dientengevolge is er rapport en wisselwerking tusschen subject en object; en de ervaring is de subjectieve neerslag van deze wisselwerking. Nu zijn voor het maken dezer ervaring onmisbaar noodig de wedergeboorte en de bekeering, d.i. het met verstand en wil zich uitstrekken naar God, gelijk Hij zich in Christus geopenbaard heeft. Als de wedergeboorte tot stand kwam, maken we ervaring van God in Christus en- uit deze ervaring vloeit de Christelijke verzekerdheid voort. Als wedergeborenen maken we de ervaring, dat er strijd is tusschen den ouden en den nieuwen mensch; dat we de innerlijke omzetting aan God hebben te danken; dat we moeten jagen naar de volmaaktheid; dat we de zonde niet te boven kunnen komen in dit leven; dat we mogen ingaan in een toestand van schuldvrijheid en van verzoening met God door Christus Jezus. Op deze ervaring kan en moet het geheele gebouw van het Christelijk geloof en van de Christelijke ervaring worden opgetrokken. Nu mag echter de dogmatiek niet tevreden zijn met in het licht te stellen, hoe de Christen verzekerd wordt van de geestelijke realiteit en op hoedanige wijze hij daarvan kennis krijgt. Deze geestelijke realiteiten vormen samen den inhoud van de Christelijke waarheid. En zoo ziet de systematische theologie zich in de tweede plaats gesteld voor de taak, de Christelijke waarheid