is toegevoegd aan uw favorieten.

Christelijke encyclopædie voor het Nederlandsche volk

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

FRANKRIJK

197

Zoo is ook te verstaan dat de koningen, die sommige zich nu ontwikkelende plaatselijke „commune's" te vuur en te zwaard verwoestten, toch de meeste steunden, daar de koningen gebaat waren door de machtsontwikkeling dezer commune's tegenover graven en hertogen en ten deele ook tegenover hun bisschoppen. „Principiëele politiek" konden de koningen dier tijden, geplaatst tusschen vele hen bedreigende machten, moeilijk voeren.

In de twaalfde eeuw volgt een geweldige ontwikkeling van het Fransch nationaliteitsbewustzijn. Frankrijk komt in dezen tijd, in politiek en geestelijk opzicht, aan de spits van het overig Europa. Hiertoe droegen mede bij; de Kruistochten, waarbij men zich ten doel stelde de bevrijding van het Heilige Graf. De Fransche adel kwam nu overal en heeft in Engeland, Spanje, Palestina en later in Griekenland de grondslagen gelegd voor een reeks van rijken, die op 't gebied van recht, zeden en algemeen-geestelijke ontwikkeling onder duidelijk-merkbaren invloed stonden van wat in Frankrijk begon op te bloeien. Terwijl omgekeerd het bekend worden met nieuwe landen, zeden en gebruiken weer ontwikkelend inwerkte op alle rangen en standen uit het moederland. Ook het kerkelijk leven kwam tot ongekende krachtsopenbaring; Bernard van Clairvaux (klooster Clugny) was de geweldige kampvechter voor heiligen ijver tegen Turk en Mohamedaan. Monnikenorden oefenden invloed uit op religie en cultuur; de Universiteit van Parijs telde mannen van naam onder zijn geleerden. Onder Filips II August (1180—1223) werd 't rijk ook in staatkundig opzicht zeer versterkt. Een hoogtepunt bereikte deze geheele ontwikkeling op allerlei gebied onder Filips II den Schoone (1285—1314). Op kerkelijk gebied is in de 12e en 13e eeuw merkwaardig het optreden der Katharen en Albigenzen, die, althans aan de „perfecten", het huwelijk verboden en voorts doop en avondmaal, kruisen en beelden verwierpen, maar eerst tengevolge van een tegen hen gehouden moorddadigen kruistocht, daarna door den uiterst-gestrengen arbeid van inquisitierechtbanken, werden uitgeroeid. I Van 1328—1589 regeert dan het huis Valois. Vanwege aanspraken die de Engelsche koning meende te kunnen doen gelden op den Engelschen troon werden de Fransche vorsten uit dat muis aanstonds in een strijd met Engeland gewikkeld, die meer dan honderd jaar duurde en Frankrijk meermalen bracht aan den rand van den ondergang. In 1350 kwam daarbij het woeden van de pest en de vreeselijke maatschappelijke gevolgen daarvan. In 1356 werd Frankrijk pij Maupertuis smadelijk verslagen; de koning werd gevangen genomen; boerenopstanden volgden (Jacquerie) die eerst na verwoeden strijd konden worden onderdrukt. De vrede van 1360 Kortwiekte Frankrijks macht. Na een voor land en volk weldadige rust breekt de krijg met Engeland opnieuw uit, met het gevolg dat nu op den duur de Engelschen hoe langer hoe meer Berden teruggedrongen en slechts Calais overhielden. Na veel innerlijken strijd werden ook de gebieden der groote Vasallen, die zich dikwijls met den vijand verbonden hadden tegen

hun vorst, aan den troon ondergeschikt gemaakt, 1481, uitgezonderd nog Bretagne, dat echter aan Karei VIII, 1483—98 door huwelijk evenzeer ten deel valt. Onder dezen vorst begint Frankrijk al meer en meer krachtig te worden, naar binnen en naar buiten; binnenslands sturen de koningen Lodewijk XII (1498—1515), Frans I (1515—47) en Hendrik II (1547—59) hoe langer hoe doelbewuster op het verkrijgen van absolute souvereiniteit aan; met name Frans I maakte den koningstroon tot het blinkend middelpunt van het rijk, maar omringde dien troon tegelijk door luchthartigheid en wuftheid. De regeering van Hendrik II is bekend door den vrede van Chateau Cambrésis, 1559. Onder zijn zwakke opvolgers herneemt de adel zijn oude rechten en is op machtsvermeerdering uit; de vorsten zwenken tusschen toeneiging tot het Protestantisme en tot het Catholicisme; Spanje erlangt invloed; Hendrik III, 1574—89, roept den Protestantschen Hendrik van Navarre ter hulp, die na den moord op den vorst 1589 als eerste koning uit het huis Bourbon den troon bestijgt (Hendrik IV, 1589—1610), maar algemeene erkenning als koning eerst in 1593 verkreeg, nadat hij openlijk tot de Roomsche kerk was overgegaan („Parijs is wel een mis waard").

Het Huis Bourbon regeert, met de vorsten Hendrik IV, Lodewijk XIII, XIV, XV, XVI, tot 1789, het jaar der Revolutie. Hendrik IV poogt iets goed te maken van den gruwel die den Franschen Protestanten onder Karei IX, den 24sten Augustus 1572, in den Bartholomeüsnacht was aangedaan: schoon zelf om den wille van kroon en troon Roomsch geworden, verzekerde hij door het Edict van Nantes, 1598, aan zijn vroegere geloofsgenooten de gewenschte godsdienstige en staatkundige rechten. Hendrik bestreed met goed gevolg Spanje, legde den rumoerigen hoogen adel weer aan banden en gaf in een gelukkigen vrede aan Frankrijk de noodige rust en den welstand weer. Door Ravaillac werd hij Mei 1610 verraderlijk vermoord. Na zijn dood kwam er nieuwe burgerstrijd; de derde stand was voor den koning; de adel greep weer naar de macht; kardinaal Richelieu evenwel greep in, wist door list en geweld alle oppositie te onderdrukken en maakte den troon weer tot het zinnebeeld van de nationale fierheid. Kardinaal Mazarin zette deze politiek op denzelfden voet voort, zoolang Lodewijk XIV nog jong was, 1643—61; in 1648 keert zich de adel nog eens tegen hem (Fronde) maar moet het afleggen. In 1661 neemt Lodewijk zelf de teugels der regeering in handen, en zijn hand bleek een zeer krachtige te zijn. Door den voor Frankrijk gelukkigen vrede van Westfalen (1648) en dien der Pyrenaeën (1659) won het rijk in grondgebied. Maar ook volgende oorlogen brachten hem gewin. In mannen van beroemden naam, als Condé, Turenne, Luxembourg e. a. bezat hij een reeks uitstekende veldheeren; zijn leger was sterk en wèl toegerust; een zeemacht werd geschapen, waarmee te rekenen viel. Na oorlogen met Nederland volgde in 1678 de vrede van Nijmegen, die Lodewijk bracht op het toppunt van zijn macht. Colbert, zijn eerste staatsdienaar en rechterhand in alle economische zaken, be-