is toegevoegd aan uw favorieten.

Christelijke encyclopædie voor het Nederlandsche volk

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

206

FRANSCH PROTESTANTISME

des geloofs. In zooverre heeft het Fransche Protestantisme aan de Fransche Revolutie veel te danken.

Het schrikbewind van de Nationale Conventie (1792—94) was wel uit op uitroeiing van alle Christelijke zede, gewoonte en gebruik, schafte ook in 1793 het Christendom triumfantelijk af en kondigde af een godsdienst der Rede, maar reeds Robespierre erkende weer en liet den Staat erkennen het bestaan van God en verordende een feest ter eere van God (1'Etre suprème). Het Directoire (1795—'99) liet den Christelijken godsdienst weer vrij. Napoleon als eerste consul gaf uit de Loi du 18 Germinal An X (7 April 1802), verordende kerken van ieder 6000 zielen met als hoofd een consistorie, door coöptatie zich vernieuwend; Lodewijk Napoleon als president van de republiek veranderde deze wet in 1852, herstelde de gemeente weer, met een conseil presbytéral als kerkeraad, waarvan de leden-nietpredikanten krachtens algemeen stemrecht gekozen moesten worden. Boven die presbyteries staat het consistorie, voor elke 6000 zielen. Vijf consistories vormen een provinciale synode, die echter niet gehouden zijn.

In 1872 kwam voor 't eerst weer samen een generale synode van de Fransche Gereformeerde kerken (voor 't eerst nl. sinds 1650, synode van Loudun). In haar besluiten belichaamde zich de strijd sinds vele jaren tusschen orthodoxen en „liberalen" gevoerd. De synode handhaafde a. haar eigen recht; gaf b. een déclaration de foi, waarin zij handhaafde het gezag der Heilige Schrift en het heil door het geloof in Jezus Christus, den eeniggeboren Zoon van God, overgeleverd om onze zonden, opgewekt om onze rechtvaardigmaking; eischt c. van eiken candidaat tot den Heiligen Dienst een verklaring van instemming hiermee; stelde d. eenige kerkrechterlijke bepalingen vast; zij zelve zou om de drie jaren samenkomen; en verordende e. dat om stemhebbend lid der kerk te zijn men moest verklaren de Gereformeerde kerk van Frankrijk en de waarheid, geopenbaard in de Heilige Schriften, trouw te willen blijven. De orthodoxie had het derhalve gewonnen. De „liberalen" protesteerden, verschenen op de volgende synode niet en in '74 werd de déclaration de foi gezaghebbend verklaard. De liberalen kregen later vrijheid de verordeningen „overeenkomstig hun geweten" te handhaven. De synode heeft het opperbestuur en wordt, zoolang ze niet saamkomt, door een „commission permanente" vertegenwoordigd.

In 1849 heeft Monod gesticht de Union des églises évangéliques de France, gewoonlijk Eglise libre genoemd. Haar bloeitijd is evenwel reeds lang voorbij.

De Luthersche kerk van Frankrijk was voor verre het grootste deel in Elzas Lotharingen te vinden; dit deel is in 1871 van Frankrijk, met de geheele provincie waar zij bloeide, losgemaakt; de vrede van Versailles voegde evenwel dit geheele gewest weer bij Frankrijk.

Van het Fransche Protestantisme van de 19de eeuw kan getuigd worden dai het eerst wel is waar door de wet van Napoleon in een toestand geraakte van doodige rust, dat echter het

Réveil nieuw leven inblies, dat het daarna gekenmerkt werd door wederopleving van religieus interesse, gloeienden zendingsijver en velerlei arbeid op het gebied van filanthropisch werk en evangelisatie. De Gereformeerde kerk werd daarbenevens nog beroemd door de groote welsprekendheid van verschillende zijner kanselredenaars die ver buiten de grenzen van hun land bekendheid verwierven (Monod, De Pressensé, Versier e.a.).

Gereformeerden en Lutherschen hebben samen de Protestantsche faculteit der Universiteit van Parijs; de Gereformeerden nog bovendien een Theologische School in Montauban.

Binnen de grenzen der orthodoxie teekenden zich allengs twee richtingen af, een bemiddelende (De Pressensé e.a.) en een gematigd-orthodoxe (Godet, Doumergue e.a.). De strijd liep voornamelijk over de vraag waar de autoriteit in zaken, de religie betreffende, te vinden was en over den persoon van Christus. In 1897 verscheen een werk dat een proeve gaf van een nieuwe theologie: A. Sabatier schreef een filosofie van de religie, waarin hij uitging van deze twee grondstellingen: a. het wezen van den godsdienst bestaat in gelooi (vertrouwen; Ménégoz: la foi indépendamment des croyances); b. dit geloof objectiveert zich in voorstellingen, dogmata, die veranderlijk en vergankelijk zijn. Dogmata blijven immer gebrekkig, inadaequaat, subjectief, symbolisch (vandaar: de Parijsche school van het symbolo-fideïsme). Zijn denkbeelden maakten opgang, maar velen verklaarden zich er ook tegen.

Wat het eerste kwartaal dezer 20ste eeuw betreft, diep greep in héél het kerkelijk leven van Frankrijk in: de volstrekte scheiding tusschen kerk en staat, afgekondigd in 1905. De staatshulp (subsidie) tot hiertoe in verschillende mate aan alle kerken gegeven, hield plotseling op. Met name de Protestantsche kerken in Frankrijk leden hieronder, zij stonden nu voor eigen rekening. Het probleem van teren op eigen inkomsten hadden zij van nu voortaan op te lossen. Maar zij verkregen daarvoor ook de vrijheid om eigen kerkelijk leven in te richten gelijk zij het wilden. De grootste groep is nu de Nationale Unie van de Gereformeerde Evangelische kerken van Frankrijk. Zij telt ongeveer 66000 leden, 450 gemeenten en 380 leeraars. De Nationale Synode komt jaarlijks samen. De kleinere groep is de Nationale Unie van Gereformeerde kerken van Frankrijk, met 56000 leden, 200 gemeenten en 180 leeraars. De verhouding tusschen beide groepen is goed; beide behooren tot de belangrijke organisatie, geheeten de Protestantsche Federatie van Frankrijk ; gevormd te Nlmes in 1909, en omvattende de Gereformeerden, Lutherschen, Methodisten, Baptisten en Independenten. Samen vormen zij ongeveer één veertigste deel der bevolking. De wereldoorlog heeft ook op haar gebied groote verwoestingen aangericht; vele gebouwen vernield, vele leden en voorgangers gedood. De synode van Juni 1919 nam het werk der reconstructie met grooten ijver ter hand, zoowel op het gebied van het kerkdijk leven binnenslands als op het terrein der buitenlandsche zending» Met Elzas-Lotharingen kwamen ruim 87000 ge-