is toegevoegd aan uw favorieten.

Christelijke encyclopædie voor het Nederlandsche volk

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

FULCO VAN NEUILLY — FUNCKE

213

Fulco van Neuilly, de zalige, prediker tijdens de kruistochten. Hij leidde aan het einde van de 12de eeuw als priester te Neuilly bij Parijs een lichtzinnig leven. Hij kwam echter tot inkeer, begon ijverig te studeeren en werd sinds 1192 een gevierd boeteprediker. In de oogen des volks stond hij gelijk met een heilige en wonderprofeet. Er geschiedden dan ook onder zijn prediking wonderbare dingen, want de invloed, welken Fulco op de schare uitoefende, was buitengewoon. In 1199 trad hij op aandrang van Innocentius III als prediker voor de kruistochten op en hij bevestigde 200.000 mannen uit Frankrijk het kruis op den schouder. Hij beleefde den ongelukkigen afloop van dezen kruistocht niet, want hij stierf in 1202 te Neuilly. Wegens de wonderen (wonderlijke daden) die hij verricht heeft, werd hij als een heilige vereerd. [ 24.

Fulda, klooster, aan het riviertje van dien naam, in 744 door Bonifatius gesticht. Hij is er ook begraven. 'tWas eeuwenlang een beroemd klooster, vooral wegens de daaraan verbonden kloosterschool van Benedictijner monniken. Hier werkte ook Rabanus Maurus, eer hij aartsbisschop van Mainz werd. De Hervorming drong ook hier binnen, maar werd van Roomsche zijde tegengewerkt.

Fulgentius. I. Fulgentias, bisschop van Ruspe, werd omstreeks 508 door Trasimund, den koning der Vandalen, met 60 andere Catholieke bisschoppen wegens zijn ijver voor de Catholieke kerk verbannen, en begaf zich met de meesten hunner naar Sardinië, waar hij een klooster naar den regel van Augustinus stichtte. In onderscheidene geschriften verdedigde hij de leer van Augustinus. Ook bestreed hij het Arianisme. Na den dood van Trasimund in 523 mocht hij terugkeeren. Hij overleed in 533.

II. Fulgentius Ferrandus was een familielid, leerling en vriend van Fulgentius van Ruspe, met wien hij als balling naar Sardinië overstak en in 523 ook terugkeerde. Hij werd nu diaken te Carthago, en stierf in 547. We bezitten van hem een levensbeschrijving van Fulgentius van Ruspe en een aantal leerzame zendbrieven.

Funck (Johann), geboren te Wörhrd bij Neurenberg in 1518, studeerde te Wittenberg, was evangelisch predikant, maar werd wegens zijn polemiek tegen den keizer door den Neurenberger Raad in 1547 ontslagen. Hij ging toen naar Koningsberg, waar hij in 1549 hofprediker van hertog Albrecht werd. Aanhanger van Osiander, stelde hij zich na diens dood (1552) aan het hoofd der Osiandristen, en bezette alle plaatsen met zijn volgelingen. In zijn overmoed mengde hij zich ook in politieke zaken, waardoor hij zich den haat van den adel en de standen des lands op den hals haalde. Een commissie van enquête verklaarde hem schuldig aan het stichten van tweedracht in kerken en wereldlijke regeeringen en veroordeelde hem wegens ketterij en hoogverraad ter dood. In 1566 werd hij onthoofd.

I Funcke (Otto Julius), 1836—1910, is een der meest vruchtbare, geniale, 'populaire schrijvers onder de predikanten geweest. Geboren te Wülfrath bij Elberfeld, tusschen

bergen en heuvelen in, groeide hij kwijnend op. Hij was ziekelijk, zoodat hij vóór zijn 12e jaar niet wist hoe een school er van binnen uitzag. Zijn grootvader van vaders zijde was, evenals zijn vader zelf, geneesheer. Zijn grootvader van moeders zijde, de oude Neumann, was een streng Gereformeerd predikant, die de Dordtsche leerregels aanhing. Zoo groeide hij daar te Wülfrath op in een gemoedélijk-Gereformeerde omgeving. De naam Wülfrath zelf beteekent: uitroeiing der wolven. Het kerkelijk zegel der Gereformeerde gemeente aldaar vertoonde dan ook een herder, die met een wolf in het gevecht was en hem doodde. De beide predikanten te Wülfrath waren dan ook van onberispelijke, Gereformeerde rechtzinnigheid. En ook zijn ouders waren godvreezende lieden. Zijn vader was prozaisch en practisch aangelegd. Hij was een van die zeldzame doctoren, die geloofde, dat de vreeze Gods alleen iemand waarlijk tot mensch maakt. Hij toornde dan ook tegen alle godsdienstige overdrijving, schijnheiligheid en overgeestelijkheid. Zijn rusteloos drukke practijk veroorloofde hem echter alleen 's avonds, als hij met zijn schimmel of vos was teruggekeerd, zich met zijn gezin in te laten. Dan schaarden zich de kinderen om hem heen, om van zijn dagelijksche tochten, of van den rooverhoofdman Schinderhannes te hooren. De meeste invloed ging echter van zijn moeder op den ziekelijken Otto uit. Geleerd had zij niet veel. Een hoogere meisjesschool had zij niet bezocht. Een wetenschappelijke opleiding aan meisjes te geven, was toen nog zoo niet in trek. Maar zij was poëtisch en idealistisch aangelegd, een moeder met enkel hart, gemoed en fantasie. Zij had al haar zes kinderen lief, maar bijzonder haar ziekelijken Otto. Hij was dan ook op haar verjaardag gedoopt en zij achtte dit een „wonderbare beschikking der voorzienigheid Gods". Geen theologie en geen academische colleges hebben zooveel invloed gehad op den jongen Funcke als deze moeder. In zijn studentenjaren, toen hij bij wijlen in groot gevaar verkeerde om zijn geloof te verliezen, kwam hij telkens weer tot het besluit: „liever wil ik, zooals mijn moeder is, dwalen, dan gelijk hebben met hen, die niets gelooven en niets hopen". Zijn moeder bad en zong en speelde met hem en onderwees hem in de Bijbelsche geschiedenis. Hij kwam later op het gymnasium, op drie universiteiten en had de geleerdste professoren als zijn leermeesters, maar het fundament was door zijn moeder gelegd.

Na zijn studie voltooid te hebben, werd hij in 1860 predikant in zijn geboorteplaats Wülfrath, in 1861 te Elberfeld, in 1863 te Holche en in 1868 te Bremen, waar hij in 1904 emeritaat ontving, en 26 December 1910 is gestorven. In 1897 werd hij door de universiteit te Halle tot theologisch doctor honoris causa (eershal ve) benoemd. Meer nog is hij, ook in ons land, bekend geworden als volksschrijver door zijn talrijke stichtelijke werken, die zich door hun geestigen inhoud onderscheiden en door fijnen humor boeien. We noemen slechts enkele, die ook in het Hollandsch vertaald zijn: Chrlstltche Fragezeiten (Christelijke vraagteekens of Hoe zal men altijd den wil Gods