is toegevoegd aan uw favorieten.

Christelijke encyclopædie voor het Nederlandsche volk

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Gaal. Een vreemde gelukzoeker, die bij afgodsfeesten en slemppartijen de Sichemieten tegen Abimelech wist op te hitsen. Hij werd door Abimelech verslagen en met zijn broeders uit Sichem verjaagd (Rich. 9 : 26—41). .

Gaas, een berg aan welks Noordelijken voet de stad van Jozua, Timnath-Serah (Joz. 24:30) lag (Richt. 2 : 9). Het moet een hooge berg zijn geweest, immers zijn diepe dalen worden uitdrukkelijk vermeld in 2 Sam. 23 : 30 en in de daarmede overeenkomende plaats 1 Kron. 11:32.

Gabbatna. Arameesch woord, dat „verhooging" beteekent. Het was volgens Joh. 19:13 de naam voor een plaats, waarop de stedehouder te Jeruzalem gericht hield. Het was bij de Romeinen de gewoonte, om onder vrijen en open hemel recht te spreken. Daarvoor was bestemd een met steenplaten overdekte plaats, in de onmiddelijke nabijheid van het rechthuis. Op die plaats bevond zich de verhoogde tribune met den zetel van den rechter. Daar heeft ook Jezus gestaan voor Pilatus. Daar werd Hij tot den kruisdood verwezen. Uit Matth. 27:19 blijkt, dat Ook de geschiedenis van Bar-abbas en diens loslating daar plaats vond. [ 24.

Gabinlns. Martelaar in Sardinië onder Diocletianus. Een priester Protus en een diaken Januarius, die hij moest bewaken, waren het middel tot zijn bekeering. Na zijn bekeering liet hij zijn gevangenen ontsnappen en werd deswege gedood. Daarna keerden de ontvluchte Protus en Januarius vrijwillig terug en werden eveneens gedood. De gedenkdag van Gabinius is 25 October. [ 24.

Gabler (Johann Pbilipp), geboren te Frankfurt 1753, studeerde 1772—1778 in Jena onder Eichhorn en Griesbach. In 1785 professor in de godgeleerdheid te Altdorf, in 1804 te Jena. Hij was half-rationalist. Toch hield hij nog aan een bovennatuurlijke openbaring vast, maar hij meende de openbaring te mogen uitleggen naar de eischen van de menschelijke rede. De Heilige Schrift was volgens hem in Oostelijken geest geschreven, en daarom nationaal en temporaal. Het Oude Testament bevatte vele mythen en de brieven der Apostelen waren vol van Joodsche voorstellingen. Hij hield vast aan de mogelijkheid van wonderen. Desalniettemin verklaarde hij de verheerlijking van Jezus uii een onweder, de opstanding van Lazarus als het ontwaken van een schijndoode. Zoo was er altoos tegenstrijdigheid in zijn optreden. Hij be-

kampte het rationalisme en beweerde zelfs, dat hei in de Luthersche kerk geen bestaansrecht had en tegelijkertijd liet hij zich op zeer lichtzinnige manier over de heilswaarheden uit. Zijn leven was een syncretisme van populaire filosofie, critiek en ideeën van het Christendom. Hij was een onbesproken man wat zijn levenswandel aangaat. Hij stierf in 1826. [ 24.

Gabriël = man Gods, naast Michael de eenige in de canonieke boeken met name genoemde engel. Door de toevoeging „die voor God sta" (Luc. 1 : 19) wordt hij als een der meest vooraanstaande aangeduid. Hij is een verkondiger van goede boodschappen (bij Daniël, Dan. 8 : 16; 9 : 21, bij Zacharia in den tempel en Maria, Luc. \ : 19, 26). Bij Michaël, wiens naam beteekent: wie is aan God gelijk ?, treedt altoos de gerechtigheid Gods op den voorgrond, bij Gabriël de genade Gods. Hij wordt daarom de hemelsche evangelist genoemd. [ 24.

Gabriël (Petrus) of Schagius, bijgenaamd „dé Vlaming", was hier een der dapperste predikers onder 't kruis. Eerst monnik, trad hij reeds in 1545 als prediker der nieuwe leer op. In 1564 of eerder, was hij de eerste bekende Hervormde predikant te Brugge. Kort daarna week hij echter naar Antwerpen uit. In 1565 moest hij, dank zij de vervolging, alle prediking in Brugge staken. In 1566 is Gabriël te Amsterdam, woonde hier gehuwd in de Engelsche Steeg en verklaarde er eiken Zondag den Heidelbergschen Catechismus. Hier is hij vooral als „hagepreeker" bekend geworden. Hij en Jan Arentsz gaven in NoordNederland de eerste „preeken in het groen". Te Overveen hield hij voor een gehoor van ongeveer 5000 menschen zijn toespraak over Ef. 2:8—10. Ook te Jacobswoude en vele andere plaatsen predikte hij het Evangelie van Gods genade. Gabriël was in de Schriften doorkneed. Den 15den December 1566 bediende hij met Jan Arentsz het avondmaal in de Oude kerk te Amsterdam. Hij leefde zeer matig, was hulpvaardig en gastvrij en zeer gezien bij het volk. In 1567 week Gabriël naar Emden uit, teekende de acta van de Emdensche Synode in 1571 en gevoelde zich nog steeds dienaar des Woords van de kerk te Amsterdam. In 1572 werd hij door laatst genoemde kerk aan die te Delft geleend, waar hij echter in Au gustus 1573 overleed.

De geloofsbelijdenis van De Bray werd door hem onderteekend, hoewel hij niet tot de zeer „preciezen" behoorde. [18.