is toegevoegd aan uw favorieten.

Christelijke encyclopædie voor het Nederlandsche volk

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

GALLIZIN — GANESHA

225

strekkende beteekenis. Indien de proconsul de leer, door den apostel gepredikt, tot religio illicita had verklaard, dan zou daarmee aan Paulus het zwijgen zijn opgelegd, ja dan ware daarmee het einde gekomen van de pas aangevangen Evangelieverkondiging in Europa. Gallio heeft, zonder dat hij er zelf ook maar iets van vermoedde, door zijn beslissing niet alleen het leven van Paulus gered, maar ook het groot gevaar afgewend, dat èn de jeugdige gemeente te Corinthe èn de uitbreiding van het koninkrijk Gods in Europa bedreigde.

Ten slotte dient hier nog vermeld, dat sinds het begin dezer eeuw Gallio beteekenis heeft [gekregen voor de tijdrekening van Paulus' leven. Er is namelijk te Delphi een inscriptie ontdekt uit den fijd van keizer Claudius — waarover sedert 1905 een breede literatuur is verschenen — waarin Gallio proconsul van Achaje heet, én waaruit valt op te maken, dat hij dit ambt heeft bekleed van 51—52 of van 52—53 n. Chr. Met deze gegevens voor oogen kan het niet anders, of Paulus moet in het begin van 50 of van 51 te Corinthe zijn gekomen. [ 20.

Gallizln (Amalie von), geboren 28 Augustus 1748 in Berlijn, dochter van graaf Schmettau. in haar jeugd voelde zij zich aangetrokken tot de ideeën der Aufklarung. In 1766 huwde zij met vorst Dimitri von Galltzin, Russisch gezant in Pen Haag. Amalie was daar het middelpunt van een kring van uitgelezen mannen en vrouwen. Zij trok zich echter uit dién kring terug en wijdde zich geheel en al aan de opvoeding van haar kinderen en aan de beoefening der wetenschap. Zij bestudeerde filosofie onder leiding van Hemsterhuys en zij gevoelde zich aangetrokken tot het Platonisch idealisme. In 1779 ging zij naar Münster. Daar kwam zij onder den invloed van den bisschoppelijken vicarius, vrijheer von Ffirstenberg. Ook in Münster vormde zich een kring van uitgelezen mannen, onder wie sinds 1783 ook Oberberg behoorde. Amalie was niet allen even sympathiek, maar velen schatten haar hoog. O.a. Jacobi, Goethe. Ook Hamann was met haar bevriend, evenzoo Matthias Claudius. Hamann is zelfs in den tuin van de gravin begraven. Sinds 1786 sloot zij zich aan bij de Roomsch-Catholieke kerk. Zij stierf in 1806. Zij bewees den ernst van haar geloof, en was altoos waardeerend in haar oordeel over andersdenkenden. Zij heeft bijzondere naastenliefde bewezen. Haar zoon is Roomsch-Caiholiek missionaris in Noord-Amerika geweest. [ 24.

Gallus, de heilige, van Iersche afkomst, geboren in Bangor ongeveer 550, leerling van Columbanus. Hij reisde naar hei vasteland van Europa om onder de Alemannen het Evangelie te prediken. Nadat hij met zijn helpers in 610 Gallië had moeten verlaten, koos hij een deel van Zwitserland tot zijn arbeidsveld. Na perst te Tuggen aan het meer van Zürich den afgodendienst verstoord te hebben, arbeidde hij drie jaren bij Bregenz. Gallus was de Duitsche taal machtig. In 613 stichtte hij in het Steinachdal een heremitage, waaruit later hei beroemde jflooster St. Gallen ontstaan is. Na een zegenrijken arbeid is Gallus daar omstreeks 646 gestorven. Zijn levensbeschrijving, die legendarisch

Ene. II

opgesteld is, dagteekent uit de 8e eeuw. Zij is te vinden in het 2de deel van de Monumenta Germantae. [ 24.

Gamallël. I. Gamallël, de zoon van Pedazur, de oudste der kinderen van Manasse (Num. 2 : 20; 7 : 54, 59; 10 : 23).

II. Gamallël, de vermaarde Schriftgeleerde, de leermeester van den apostel Paulus (Hand. 5:34 v.; 22 : 3). Hij was, volgens de overlevering, een kleinzoon van Hillel, en wordt in den Talmud de oude genoemd, in onderscheiding van zijn gelijknamigen nazaat, die tegen het einde der eerste eeuw na Chr. leefde. In het Sanhedrin nam hij het op voor de apostelen, en maande zijn mede-raadsleden, die hen dooden wilden, tot voorzichtigheid, zeggende: „indien dit werk uit de menschen is, zoo zal het gebroken worden, maar indien het uit God is, zoo kunt gij dat niet breken". Hij was een rechtvaardig, maar zachtmoedig man, die in alles vastheid en zekerheid zocht, en, voor overijling beducht, in het twijfelachtige zich onthield. Onder zijn vele leerlingen — de Talmud zegt, dat hij er 1000 had, waarvan hij er 500 in de wet en 500 in de Grieksche wijsheid onderwees — telde hij ook den jeugdigen Saulus van Tarsen. Toen deze in Jeruzalem kwam, bestond er verschil tusschen de scholen van Hillel en Schammaï. Hillel hield de traditie der Mischna, waarin de rabbijnsche wetsverklaring vervat is, hoog, en stelde haar gelijk met, soms boven de wét. Schammaï verwierp haar, zoodra zij met de uitspraken der wet in strijd kwam. Beiden behoorden tot de Farizeën, maar de school van Hillel, die algemeen gold voor de vertegenwoordigster der orthodoxe Schriftuitlegging, had den meesten invloed. Tot deze school behoorde ook Gamaliël, die bij zijn tijdgenooten in hoog aanzien stond. Voor de kerkelijke overlevering, dat hij door Petrus en Johannes tot het Christendom zou geleid zijn, en tegelijk met zijn zoon en met Nicodemus den doop zou hebben ontvangen, bestaat niet de minste grond. Veeleer is het waarschijnlijk, dat hij tot aan zijn dood een bestrijder der Christenen is gebleven; hem wordt zelfs door de rabbijnen een gebed toegeschreven, waarin hij de wrake Gods over hen inroept, f 20.

Gammadieten. In Ezech. 27:11 lezen wij: „en de Gammadieten waren op uw torens". De verklaring van dezen naam is niet gemakkelijk. Er heerscht nog al verschil over. Daar zijn er, die het afleiden van Gomed, d. i. elleboog, en die het dan laten zien op boogschutters, of op wachters bij wijngaarden, die sterk van arm waren. [ 24.

Ganesna of Ganeca is een der godengestalten uit het Hinduïsme. Zoon van Shiva en Kali was deze godheid een der meest populaire onder de Brahmaansche goden, die naast zijn broeder den krijgsgod Skanda wordt vereerd. Ganesha wordt afgebeeld met een olifantskop. Hij is god van de wijsheid en voorzichtigheid, die al wat het welslagen verhindert, kan wegnemen. Boeken beginnen dan ook veelal met een aanroeping van deze godheid en zoo ook wordt hij bij den aanvang eener gewichtige taak ingeroepen. De booze daemonen kan hij afweren. Hij is ook de goede genius van het huis. Zijn broeder Karti-

■5