is toegevoegd aan uw favorieten.

Christelijke encyclopædie voor het Nederlandsche volk

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

232

GEBEDSMANTEL — GEBERGTEN VAN PALESTINA

boek vindt echter zijn meest volledig gebruik in de Anglicaansche kerk (Engeland). Het z.g. Common prayer book (algemeen gebedenboek) van deze kerk bevat alle liturgische verrichtingen van den eeredienst, benevens gebeden voor den huiselijken godsdienst. Dit Common prayer book is door Erasmus (1548) ontworpen, daarna meermalen herzien (1549, 1552, 1559) en in 1662 in zijn tegenwoordigen vorm door het Engelsche parlement vastgesteld. [ 28.

Gebedsmantel. Bij de Joden bestaat een gebedsmantel. 1°. De z.g.n. kleine gebedsmantel, ontstaan uit kleine lapjes aan de kleederen, die volgens Num. 15 : 37—41 en Deut. 22 : 12 aan de Goddelijke geboden moesten herinneren. Deze mantel is een vierkante, vroeger blauwe, tegenwoordig witte doek, aan vier zijden met franje omzoomd, en over de schouders met twee linten saamgebonden. Bij het bidden wordt deze doek of mantel over het opperkleed gelegd. Anders wordt hij verborgen gedragen. 2°. De z.g.n. groote gebedsmantel. Dat is een vierkante witte doek met franje aan de einden, waarmee men in de Synagoge het hoofd bedekt. [ 24.

Gebedsmolen is een toestel, hetwelk de Lamaische Buddhisten gebruiken om het voorgeschreven gebed duizenden malen te herhalen. Deze molen kan ook voor gewoon gebruik gebezigd worden. Dan bestaat hij uit een cylinder van 1—2 dM. hoogte, omwikkeld met op papierstroken gedrukte gebeden. Door een lichte beweging wordt zulk een molen in een draaienden toestand gebracht. Het gebed telt maar zes lettergrepen en luidt: „Om mani padme hum" (Het kleinood in den lotus, amen). De taal is het Tibetaansch Sanskriet. [ 24.

Gebedsverboorlng. Dat onze gebeden door God verhoord worden, wordt door geheel de Schrift geleerd, en in het Christelijk leven ervaren. De vraag doet zich echter voor, kan men ook van gebedsverhooring spreken, wanneer wij niet verkrijgen de bede die wij gebeden hebben, b.v. wanneer wij om herstelling van dierbare verwanten hebben gebeden, en ze ons toch ontnomen worden ? Hierbij moet in acht genomen worden, dat de zekerheid van verhooring in absoluten zin betreft de inhoud van Gods beloften. Persoonlijke belangen kunnen niet gelijk gesteld worden met de belofte Gods. En de wijze waarop God voor ons persoonlijk leven zijn belofte vervullen zal, moeten wij in ons gebed aan Hem overlaten. Gebedsverhooring blijft ook wel uit omdat wij kwalijk bidden (Jacobus 4 : 3). Dit is echter ons geloof, dat God verhooren zal alles wat we van Hem in Jezus' naam, op grond van zijn belofte vragen, in het diep besef van onze onwaardigheid, pleitend op genade. [ 28.

Gebeente. In de Heilige Schrift worden de woorden gebeente en beenderen, behalve in de eigenlijke beteekenis, dikwijls gebruikt in overdrachtelijken zin: van het geheele lichaam, hetzij levend (Ps. 139 : 15; Spr. 16 : 24), hetzij dood (Gen. 50:25, v.g. Hebr. 11:22; 2 Kon. 13:21); van de persoon des menschen (Ps. 42 : 11; 51 : 10; Spr. 15 : 30); van het leven des menschen (Job 7 : 15, Ps. 34 : 21); van den zetel van gezondheid en kracht, zoodat verbreking, verrotting, verdroging van het gebeente

of van de beenderen aanduiding zijn van krankheid, zoo des lichaams als der ziel, in 't bizonder van hevige gemoedsbewegingen, die ook het lichaam aangrijpen (Num. 24 : 8; Job 4 : 14; Ps. 6 : 3; 22 : 19; 102 : 4; Spr. 14 : 30; Jes. 38 : 13; Jerem. 23 : 9; Klaagl. 3:4). [ 20.

Gebergten van Palestina. Van het Westen naar het Oosten kan men Palestina in 5 stukken verdeelen. Deze zijn: 1. de kustvlakte langs de Middellandsche zee, 15 Kilometer breed, met duinen en zonder inhammen; ten Noorden van den Karmel en vooral ten Noorden van 33° N. B. wordt de kust steiler en rijker aan insnijdingen. 2. Een terrasvormig heuvelland, even breed als de kustvlakte, van 200 tot 500 Meter hoog. 3. Het Westjordaansche hoogland, van 500 tot 1000 Meter hoog. 4. De Jordaanslenk, van 5 tot 20 Kilometer breed en van +40tot—400 Meter diep. 5. Het Oostjordaansche hoogland, tot 1200 Meter hoog. Beide genoemde hooglanden bestaan aan de oppervlakte uit kalkgesteenten, die zich Zuidelijk tot ver in het Sinaitische schiereiland en Noordelijk in den Libanon en Antilibanon voortzetten en rijk zijn aan holen en grotten. Van Haifa aan de Middellandsche zee tot Bethsean (Beisan) niet ver van de Jordaan (Sjeriat el-Kebir) loopt door het Westjordaansche hoogland een laagvlakte, een dwarsbreuk, waardoor de spoorweg van Haifa naar het Overjordaansche gelegd is en waarvan het zeer vruchtbare middelste gedeelte vlakte van Jizreël of vlakte van Esdrelon heet; de laatstgenoemde vlakte draagt thans den naam van Merdsj Ibn Amir. Aan den Zuid-Oostkant wordt zij bijna afgesloten door het 500 Meter hooge gebergte van Gilboa (Dsjebel Foekoea), dat zich Zuidwaarts vereenigt met het gebergte van Efraïm, dat zijn hoogste verheffing bereikt in den berg El-Asur (1011 Meter) op 32° N. B. Andere bekende toppen van dit gebergte zijn de 938 Meter hooge Ebal (Eslamië) ten Noorden en de 868 Meter hooge Gerizim (Et-Tor) ten Zuiden van Sichem (Nabloes). Naar het NoordWesten strekt zich de 550 Meter hooge Karmel (Dsjebel Mar Elyas) uit, die langs den linker oever der Kison (Nahr El Mukatta) steil in de Middellandsche zee uitloopt en daar ten WestNoord-Westen van Haifa een 165 Meter hoog voorgebergte vormt. Verder Zuidwaarts ongeveer op de breedte van Jeruzalem (Hierosolyma, El-Koeds) gaat het gebergte van Efraim over in het gebergte van Juda, een hoogvlakte, die in 3 terrassen naar het Jordaandal en naar de Doode zee (Bahr Loet) afdaalt en wier steenachtige bijna onbewoonde Oostzijde den naam van woestijn van Juda draagt. De Oostrand van dit gebergte, die tevens kam en waterscheiding is en waarop o.a. Jeruzalem en Bethlehem (Bet Lahm) gebouwd zijn, bereikt tusschen Bethlehem en Hebron (El Chalil) een hoogte van 1000 Meter. Om van hier naar de Doode zee, die 393 Meter beneden den zeespiegel ligt, te komen, moet men dus bijna 1400 Meter dalen. Van Hebron strekt zich door het gebergte van Juda in ZuidWestelijke richting een lang en breed dal, een wadi, uit naar Berseba (Bir-es-Saba) en verder naar Gerar (Oemm Dsjarrar). Van de toppen in dit gebergte noemen we hier slechts den Olijf-