is toegevoegd aan uw favorieten.

Christelijke encyclopædie voor het Nederlandsche volk

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

300

GEREFORMEERDE KERKEN

wilde vasthouden. De Regeering verklaarde 11 December 1835, dat de Afgescheidenen geen aanspraak mochten maken: le op den naam, en 2e op de rechten en goederen der Gereformeerde kerken. Zij wilde de Afgescheidenen laten uitspreken: wij zijn als kerken iets nieuws 1 Maar de Afgescheidenen verklaarden op haar eerste synode te Amsterdam, 3 Maart 1836: Sire, wij zijn de voortzetting der oude Gereformeerde kerken en hebben recht op haar naam, haar rechten en goederen, maar zullen des noods in berooving van goederen berusten! Vijf jaren lang is toen daarover met de Overheid gestreden en hebben de Afgescheidenen vervolging en smaad, gevangenschap en mishandeling moeten verduren.

Jammer dat Ds. H. P. Scholte, met zijn gemeente te Utrecht, waar hij toen predikant was, aan den eisch der Regeering voldeed. Hij stelde een reglement op en liet de leden zijner gemeente verzoeken om „als eene Christelijk afgescheiden gemeente in de burgerlijke maatschappij erkend en toegelaten te mogen worden." Zoo werd de eerste Afgescheiden gemeente 14 October 1839 door de Regeering erkend. Hij gaf daarmede den naam en de historische rechten der Gereformeerde kerken prijs. Verreweg de meeste afgescheiden gemeenten, onder leiding van Ds. de Cock, Brummelkamp, van Velzen, enz., volgden, al was het met tegenzin. Een kleine groep echter weigerde beslist mede te gaan. Zij wilden liever het kruis der vervolging blijven dragen, dan den naam en de rechten der aloude kerken prijs te geven, en vereenigden zich 10 Juli 1840 tot een Gereformeerde gemeente onder het kruis. Zoo stonden de „Christelijk Afgescheiden Gemeenten" en de „Gereformeerde Gemeenten onder het kruis" sinds 1839 naast elkaar. Dat duurde tot 1869 toen zij hereenigden.

Op de synode te Middelburg, 1869, .kwamen deze twee kerkengroepen tot hereeniging. Zij verklaarden, dat beide groepen „te zamen zich vereenigd hebben tot ééne kerk onder den naam van Christelijk Gereformeerde kerk, zich houdende, wat de leer en de bediening der sacramenten betreft, aan de Formulieren van Eenheid, nl. de Nederlandsche Geloofsbelijdenis, den Heidelberger Catechismus en de Dordsche Leerregels, benevens de Liturgische schriften; en voor de kerkregeering aan de Dordsche Kerkenorde van 1618 en 1619, zooveel de omstandigheden dit niet verhinderen". Zij gaven hiervan kennis aan de Regeering in een reglement (het bekende reglement van 1869). Wat den naam aangaat was er iets mee gewonnen, want vroeger werd de naam „Gereformeerd" niet geduld, terwijl nu de naam Christelijk Gereformeerde kerk officieel werd toegestaan en de erkenning geschiedde naar de wet op de kerkgenootschappen van 1853. In 1886 kwamen naast de Christelijk Gereformeerde kerk de Nederduitsch Gereformeerde kerken, die uit de Doleantie voortkwamen, totdat ook deze groep in 1892 met de Christelijk Gereformeerde kerk zich vereenigde.

Immers nadat de Christelijk Gereformeerde kerk op hare synode in Leeuwarden, 1891, het collegialjstisch reglement van 1869 reeds

had losgelaten en daarvan aan de regeering had kennis gegeven, kwamen deze beide kerkengroepen in 1892 op de synode van Amsterdam tot vereeniging, Ben van de punten die moeilijkheid gaven was de naam. Daar beide kerkengroepen een voortzetting bedoelden te zijn van de aloude Gereformeerde kerken, moesten zij aan den historischen naam vasthouden. En die was Gereformeerde kerken, al dan niet met de bijvoeging van Nederlandsche, in onderscheiding van Fransche, Indische Gereformeerde kerken. Dit was te meer gewenscht, omdat het kerkgenootschap van 1816 zich officieel de Nederlandsche Hervormde kerk noemde, en de naam Gereformeerde kerken dus vrij was. Men kwam dan vooreerst overeen om in den officieelen naam niet van kerk maar van kerken te spreken, omdat het enkelvoud Gereformeerde kerk wel in dogmatischen en geografischen, maar nooit in kerkrechtelijken zin, om de eenheid van alle Gereformeerde kerken aan te duiden, gebezigd werd. Elke plaatselijke kerk is een complete kerk en alle kerken samen werden de Gereformeerde kerken genoemd. En voorts kwam men na een breedvoerig overleg over en weer overeen om èn het woord Christelijk èn het woord Nederduitsch weg te laten. Het woord Christelijk, omdat het in het Nieuwe Testament ook nergens voor ekklesia (gemeente of kerk) staat, omdat kerk reeds beteekent van den Heere en dus de naam van Christus hier reeds in is, en omdat Christelijk in de 12 artikelen geen titulatuur, maar een dogmatische uitspraak over het wezen der onzichtbare kerk inhoudt. En het woord Nederduitsch, omdat dit alleen zin zou hebben in steden en dorpen met kerken van onderscheiden talen en daardoor dus te voren de toetreding eventueel van Waalschen of andere Gereformeerde kerken onmogelijk zou worden gemaakt. Zoo kregen wij dan den alouden naam Gereformeerde kerken, dien de Afgescheidenen zoo gaarne hadden vastgehouden, en waarvan ze noodgedwongen afstand deden, weder terug. En zoo kwamen wij met dezen naam weer in overeenstemming met de Gereformeerde kérken in de wereld. In Duitschland immers is de naam ook alleen: dieReformkte Kirchen; in Frankrijk: les églises réformées; in Engeland: Presbytérian of Reformed Church.

Een kleine groep Christelijk Gereformeerden meende echter met de vereeniging in 1892 niet te kunnen mede gaan. Zij brachten als bezwaren in, dat de vereeniging doorgedreven was; dat er verschillende valsche leeringen waren ingeslopen; dat de sacramenten niet recht meer werden bediend; en dat ook de tucht niet zuiver meer werd geoefend. Op een vergadering te Utrecht* 20 Juli 1892, door Ds. F. P. L. C. van Lingen belegd, besloten zij de Christelijk Gereformeerde kerk van 1834 voort te zetten en vooral ook aan dezen naam vast te houden. Als haar leiders traden op Ds. van Lingen en Ds. J. Wisse, die samen voor de opleiding harer predikanten werden aangewezen. Naast de Christelijk Gereformeerde kerk zijn er echter nog verschillende groepjes, die ook den naam Gereformeerd met een of ander bijvoegsel hebben vastgehouden, maar op zich zelf zijn blijven