is toegevoegd aan uw favorieten.

Christelijke encyclopædie voor het Nederlandsche volk

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

312

GESUR — GETUIGENIS DES HEILIGEN GEESTES

werd"; en ook dat hij ze „door middel der Goddelijke gunst verkregen heeft." Anderen, zooals Jacob van Voragine, aartsbisschop van Genua, gestorven 1208, verklaarden ze uit zijn brandende liefde tot en zijn innige gemeenschap met Christus: „Franciscus heeft zich door zijn oneindige, zelfverloochenende liefde zoo geheel ingeleefd in de litteekens des Heeren, dat zij door de plastische kracht der verbeelding aan zijn zwak, verstrooid lichaam, dat slechts door den adem des geestes bewogen werd, ook uitwendig te voorschijn kwamen." [11.

Gesur. I. Landstreek ten Noorden van het Overjordaansche land, ten Zuidoosten van den berg Hermon, aan de grens van Basan. Bij den intocht in Kanaan werd Gesur niet door den stam van Manasse veroverd (Jozua 13 : 13); 't was nog ten tijde van David een zelfstandig koninkrijk. Eén van Davids vrouwen, moeder van Absalom, was Maacha, dochter van den koning van Gesur (2 Sam. 3 : 3; 13:37; 14:23; 2Sam. 15 : 8). — II. Gesur, of Gesuri, in het Zuiden van het West-Jordaansche (Jozua 13 :2; 1 Sam. 27:8).

Getallen komen er veel voor in de Heilige Schrift, zoowel in de geschiedenis der aartsvaders en van het Joodsche volk als van de vestiging van de eerste Christelijke gemeente onder de heidenen. Die getallen van jaren kunnen tot een chronologie leiden, waarin de tijd van bepaalde gebeurtenissen kan aangegeven worden.

De Schrift spreekt ook van voor menschen onberekenbare getallen. Bijv. het onnoemelijk getal der sterren. Ook van de goedertierenheden des Heeren (Ps. 71 : 15). De symbolische getallen voorkomende in de visioenen der profeten, en in de Openbaringen aan Johannes op Patmos eischen afzonderlijke verklaring. Men heeft ook gedurig met getallen getracht den tijd van de wederkomst van Christus te bepalen, hetgeen echter steeds gefaald heeft. Het is trouwens ook in strijd met Jezus' woord, dat Hij komen zal „als een dief in den nacht". [ 28.

Gether, (Gen. 10 : 23), zoon van Amram, en kleinzoon van Sem.

Gethsémané (d. i. olijvenpers), een hof in de onmiddellijke nabijheid van den Olijfberg (Luc. 22:39) in welken onze Heere Jezus Christus zijn bange zieleworsteling heeft doorgemaakt, en bij het verlaten waarvan Hij werd gevangen genomen (Matth. 26 : 36 v.; Mare. 14 : 32 v.; Joh. 18 : 1 v.).

Gettjdenboek is een boek, dat aangeeft, welke heiligen de Roomsche kerk vereert op de achtereenvolgende dagen van het jaar, en dan vooral de gebeden op verschillende uren en gelegenheden te bidden met de daarbij behoorende psalmen enz. Ze bestaan in het Latijn zoowel als in de landstalen. Vooral in de latere Middeleeuwen werden vele getijdenboeken prachtig versierd met allerlei miniaturen. Ware kunststukken zijn ons nog bewaard. Een nieuwe uitgave van een Nederlandsch getijdenboek naar een handschrift uit de 15de eeuw gaf Dr. K. de Gheldere, onder den titel: Ghetiden Boec (Gent 1893). De Latijnsche naam voor het getijdenboek is Breviarium, vernederlandscht: brevier. Het ontstaan van deze Latijnsche gebedenboeken gaat terug tot in de vroege Middeleeuwen. [ 17.

Gctulge(n). I. Levenlooze dingen werden gesteld tot een getuige van een gesloten verdrag (Gen. 31 : 48, 52); van de waarachtigheid Gods (Deut. 4 : 26; 30 : 19; 31 : 19, 28; Ps. 89 : 38); van de trouw, den Heere beloofd (Jozua 22 : 27).

II. Menschen. In het gericht moet het woord van den aanklager door twee of drie getuigen worden bevestigd (Deut. 19 : 15), vooral in zaken van doodsschuld (Num. 35:30; Deut. 17:6); ook bij andere gelegenheden treden getuigen op (Ruth. 4 : 9—11 ; Jerem. 32 : 10, 12); indien een broeder, die zondigde, aan onze bestraffing geen gehoor geeft, moet hij in tegenwoordigheid van één of twee getuigen worden bestraft (Matth. 18 : 16); tegen een ouderling mag geen beschuldiging worden aangenomen dan onder twee of drie getuigen (1 Tim. 5 : 19). — In zeer bizonderen zin zijn de apostelen getuigen voor de menschen van wat Jezus gezegd en gedaan heeft (Luc. 24 : 48; Joh. 15 : 27; Hand. 1 : 8). In dit getuige-zijn ligt het kenmerkende van het apostolaat (Hand. 1 : 21, 22; vgl. Hand. 2 : 32; 3 : 15; 10 : 39, 41; 13 : 31; 26 : 16; 1 Joh. 1 : 1 v.; 4 : 14). — Van valsche getuigen wordt gesproken (Ps. 27 : 12; 35 : 11; 1 Kon. 21:10; Spr. 6 : 19; 12 : 17; 19 : 5, 9; 21 : 28; Matth. 26 : 59 v.; Hand. 7 : 57).

III. God wordt aangeroepen tot getuige (Gen. 31 : 50; 1 Sam. 12 : 5; Job 16 : 19; Jer. 42 : 5; Micha 1:2; Rom. 1:9; 2 Cor. 1 : 23; Fil. 1 : 8; 1 Thess. 2 : 5).

IV. Jezus Christus wordt genoemd de getrouwe Getuige (Op. 1 : 5; 3:14; vg. 1 Tim.6:13; Jes. 55 : 4). [ 20.

Getuigenis des Heiligen Geestes. Bij het getuigenis des Heiligen Geestes heeft men te onderscheiden tusschen het algemeene en het bijzondere Geestesgetuigenis.

1. Het algemeene getuigenis des Heiligen Geestes. Wanneer men van het getuigenis des Heiligen Geestes spreekt, bedoelt men daarmee steeds een inwendige werking van den Geest Gods. Echter mag niet worden vergeten, dat aan alle inwendig getuigenis een uitwendig getuigenis beantwoordt. Zoo ook bij het algemeene Geestesgetuigenis.

1. Het algemeene uffu'enü'ig'eGeestesgetuigenis. Dat de Geest Gods niet alleen in de genade, maar ook in het natuurlijke leven werkzaam is, wordt de geheele Schrift door geleerd. Reeds Gen. 1 : 2 wijst daarop. Met name leidt Hij ook hier den mensch in de algemeen menschelijke waarheden. De waarheid rust ook in algemeenen zin in openbaring, en in die openbaring is de Geest de eerste Auteur.

2. Het algemeene Inwendige Geestesgetuigenis. De waarheid zou voor den mensch niet tot waarheid worden, hij zoii geen zekerheid aangaande de waarheid hebben, indien er geen innerlijke overbuiging van zfjffl geheele persoonlijkheid naar de waarheid plaats vond, indien hij niet overtuigd werd. Die overtuiging kan hij zichzelf niet schenken, want dan zou zij op clonclusies van zijn denken rusten en nooit kan zijn denken tot de fundamenten der waarheid afdalen. Hij, die de waarheid eenigszins voor den mensch ontsluit, moet ook in hem getuigen, dat de waarheid de waarheid is, moet hem daarvan overtuigen.