is toegevoegd aan uw favorieten.

Christelijke encyclopædie voor het Nederlandsche volk

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

326 GEZICHT

plooi van elkander gescheiden. De oudste cultuurlaag gaat terug tot den vóór-Semietischen tijd, toen "nier een klein menschenras woonde (hoogstens 1 M. 69 lang). Het leefde in holen of in primitieve hutten, gebruikte allereenvoudigst vaatwerk, dat met de hand werd gemaakt, en bediende zich van steenen werktuigen. Het kende als huisdieren schaap, koe, varken en geit. Het beoefende ook landbouw en wreef zijn koren tusschen twee steenen tot meel. De dooden werden in een speciaal daarvoor ingericht hol verbrand. Voor de zielen der afgestorvenen werd voedsel in het hol gedeponeerd.

Op hen volgde kort na 2500 een Semietlsche bevolking, die op hooger peil stond. Daarvan getuigt niet alleen het feit, dat ze niet meer in holen woonden en meer zorg besteedden aan hun vaatwerk, maar bovenal de merkwaardige tunnel, die met 80 treden in den heuvel afdaalde en toegang gaf tot een bron. Hij klimt tot vóór 2000 v. Chr. op en is eerst in den Richterentijd (door een aardbeving?) in onbruik geraakt. Deze Semieten begraven hun dooden binnen de stad, die nu met een sterken muur omgeven was. De Egyptische invloed doet zich in sterke mate gelden. Hiervan ook getuigen vele skarabeën (de heilige mistkevers der Egyptenaren) uit den tijd tusschen de 12de en de 19de dynastie, d.i. van pl.m. 2000—1200v.Chr. Misschien heeft hier toen een Egyptische kolonie gewoond.

Tegen 1500 schijnt de stad in het bezit der Kanaanieten te zijn gekomen, onder wie ze een periode van grooten bloei heeft genoten. Ze wordt belangrijk uitgebreid en met een geweldig dikken muur van goed gevormde steenen voorzien, waarin 30 torens. De dooden werden buiten de wallen begraven. Daar is ook de heilige „hoogte" met haar elf (nu nog acht) opgerichte steenen, voor het meerendeel wonderlijk bewerkt en ten deele van kleine holten in bekervorm voorzien. Onder deze steenen is er een, die de andere in heiligheid overtreft en devotelijk wordt gekust en gezalfd. Hier worden niet alleen dieren geofferd, maar in dagen van grooten nood ook menschen, vooral kinderen. In onmiddellijken samenhang met de „hoogte" zijn hier twee holen tot het geven van orakels. In dezen tijd was naast den Baal vooral Astarte in groote vereering, gelijk de vele Astarte-beeldjes bewijzen, afbeeldingen eener vrouw, die hare naaktheid den toeschouwer aanbiedt en daarbij nog door een handgebaar aan haar onrein bedoelen uiting geeft. Naast Kanaanitische invloeden doen zich ook die der Filistijnen gelden. Daarvan getuigt behalve vaatwerk ook een bijzondere wijze van begraven.

Wanneer Gezer in de macht van Israël komt, is het met haar bloeitijd gedaan. De hoogte komt in verval en wordt zelfs ten deele bebouwd. De opgravingen hebben uit deze periode slechts gegeven twee Assyrische koopcontracten in spijkerschrift, dateerende uit den tijd van Manasse, en een Hebreeuwsche acht-regelige landbouwkalender.

De bovenste cultuurlaag brengt ons in den tijd der Maccabeën. Hiervan spreken de ruïnen van het kort na 142 door Simon gebouwde kasteel

— GEZIN

(1 Macc. 9 : 52; 13 : 43 v.v.). Van den strijd, die tusschen hem en de Syriërs ontbrand is om het bezit der stad, spreekt de in het Grieksch op een steen gekraste verwensching: „Hetvuur vertere Simons paleis I" Na Simons gewelddadigen dood (135 v. Chr.) is de stad door de Syriërs grondig verwoest. [ 3.

Gezicht wordt in de Schrift gebruikt van de oogen (Gen. 2 : 9; 30 : 40; Ex. 10:5, 15; Lev. 13 : 12; Num. 22 : 5, 11; Deut. 28 : 34, 67; Job 33 : 21; Pred. 5 : 10; Jes. 11 : 3; Luc. 4 : 19; 7 : 21); in den zin van nabijheid (Gen. 33 : 18; Richt. 16 : 3; Openb. 12 : 14); maar vooral in de beteekenis van verschijning, en dan bepaaldelijk van een verschijning Gods of van die van een engel Gods (Gen. 15:1;46:2;Ex.3:3; Num. 12 : 6; 24 : 4, 16; 1 Sam. 3 : 1; 3 : 15 en vele andere plaatsen in het Oude Testament, Luc. 1 : 22; 24 : 23; Hand.9: 10; 10:3; 18:9). Wat er bij Zijne verheerlijking op den berg geschiedde noemt Jezus een gezicht (Matth. 17:9). 't Woord wordt ook gebezigd voor visioen (Hand. 9 : 12; 10 : 3, 17, 19; 16 : 9, 10; 2 Cor. 12 : 1), en eenmaal (Hebr. 12 : 21) voor verschijnsel, of schouwspel. [ 20.

Gezin. Het grondwoord, waarvan ons woord gezin is afgeleid, schijnt oorspronkelijk reisgenoot te beteekenen. Een gezin was oudtijds dan ook een gevolg van een aanzienlijk persoon. Vandaar in ruimeren zin al de personen (de vrouw, kinderen en dienstboden), die onder den huisheer stonden en hem ondergeschikt waren; en in engeren zin de gezamenlijke huisgenooten: man, vrouw en kinderen; of soms alleen het kroost, in de uitdrukking i hij krijgt een heel gezin.

Het gezin is volgens Gen. 2 : 18—25, waar ons de eerste echtverbintenis wordt beschreven, uit het huwelijk voortgekomen en een instelling Gods. Hij schiep eerst den man, niet onzijdig, als manvrouw, maar bepaald als man, en wel zóó, dat hij zich eenzaam gevoelde en in het diepst zijner ziel verlangde naar een, die hem gelijk ware; en daarna de vrouw, naar het lichaam uit den man, maar wat haar ziel aangaat door den adem des levens, die haar, evenals Adam, van boven werd ingeblazen. En Hij bracht haar tot Adam (vs. 22). Hij zelf sloot dus het huwelijk, niet door een welsprekende trouwrede, maar door de daad, toen Hij Adam zijn hulpe bracht. Adam gevoelde dit en riep dan ook in heilige verrukking uit: „Deze is ditmaal been van mijn beenen, en vleesch van mijn vleesch; men zal haar Manninne heeten, omdat zij uit den man genomen is", waarmede hij van zijn zijde de vrouw als de zijne aanvaardde en het eerste huwelijk met zijn eigen toestemming gesloten was. En na deze huwelijkssluiting volgt dan de huwelijksordinantie, die voor de volgende eeuwen als onverbreekbare instelling gelden zal: „Daarom zal de man zijnen vader en zijne moeder verlaten, en zijne vrouw aankleven, en zij zullen tot één vleesch zijn". Hij scheide van zijn ouders, hij verlate zijn vader en moeder en kleve zijn vrouw aan; maar van zijn vrouw scheide hij nooit! Daarop volgt dan, dat zij zich aan elkander vertoonden en met elkander verkeerden zooals God hen geschapen