is toegevoegd aan uw favorieten.

Christelijke encyclopædie voor het Nederlandsche volk

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

368

GOEDE-VRIJDAG

telijken gedenkdag te maken, o. a. ook door plechtige avondmaalsviering. Sinds dien tijd werd in tal van Hervormde gemeenten aan dat verlangen gehoor gegeven. De vader der ethische richting, Ds D. Chantepie de la Saussaye, schreef echter in Ernst en Vrede 1858, blz. 165: „Bij de toenemende afzondering van den Goeden Vrijdag ook tot viering des heiligen avondmaals, wensch ik de vragen te opperen: 1°. of men daardoor geen aanleiding geeft tot de voorstelling van het avondmaal, als alleen een herinnering aan den dood des Heeren, met terzijdestelling van het meer evangelische en zoo veel rijkere denkbeeld, van gemeenschapsoefening met den levenden Heer, waartoe de paaschteksten zooveel meer aanleiding geven; 2°. of hierdoor niet twee eigenaardigheden, die de Gereformeerde Kerk bepaaldelijk van haar Luthersche zuster onderscheiden, verloren gaan, vooreerst dat zij den dood des Heeren niet isoleert, maar in betrekking stelt tot het geheel van zijn persoon en werk, en ten andere, dat zij de bijzondere heiliging van andere dagen, buiten den rustdag, geenszins begunstigt." Toch ontving de Hervormde Synode meermalen verzoekschriften, om haar te bewegen, dat zij bij de Regeering pogingen zou aanwenden om den Goede Vrijdag onder de „erkende Christelijke Feestdagen" op te nemen. Maar hiertegen maakte de Synode nog in 1896 bezwaar, omdat haars inziens van de Regeering niet geëischt mocht worden, een dag, die door de RoomschCatholieken en andere gezindten niet hoog gehouden werd, door een „afzonderlijke Christelijke gezindte" als feestdag vast te stellen of te erkennen. Bij die „andere Christelijke gezindten" die dezen dag niet hoog houden, dacht de Synode toen stellig ook aan de Gereformeerde Kerken. Evenmin toch als vroeger in de kerken uit de Afscheiding, wilde men er later in de kerken uit de Doleantie iets van weten, om den Goede-Vrijdag tot een kerkelijken feestdag te maken. In de moederkerk der Doleantie, te Voorthuizen, waar het sedert 1820 gewoonte was geweest, om op dien dag des avonds het Heilig Avondmaal te vieren, schafte de kerkeraad, na de komst van Dr. Van den Bergh, dezen vierdag aanstonds geheel af. En de gemeente legde zich er gewillig bij neer. En nog tot op heden wordt de Goede-Vrijdag in de kerk van Voorthuizen niet gevierd. In de vergadering van de Nederduitsche Gereformeerde Kerken der Classis Franeker op 12 Maart 1890 te Harlingen gehouden, werd door Dr. Hania een rapport over de feestdagen uitgebracht, aantoonende, dat de Overheid ze vroeger had doorgedreven, en dat de Goede-Vrijdag eerst in de negentiende eeuw onder de synodale hiërarchie was opgekomen. De classis besloot, in overeenstemming met Artikel 67 der Kerkenordening, dien dag niet als kerkelijken vierdag te sanctioneeren. In 1893 staken vele moderne predikanten uit de Zaanstreek de hoofden bij elkaar, om voortaan den Goede-Vrijdag niet enkel 's avonds, maar heel den dag te doen vieren, en dienden zij bij het Dagelijksch Bestuur een petitie in om op dien dag sluiting van alle openbare scholen te verkrijgen. Dit laatste verzoek bleek later met het oog op de ingestelde Paaschvacantie overbodig.

Maar de beweging zelve vond over 't algemeen weinig sympathie. Want wel wetende hoe de Dag des Heeren boven 't IJ almeer in minachting was gekomen, zag men in deze actie tot viering van den Goede-Vrijdag als bizonder heiligen. ] dag boven den Zondag, slechts een teeken van het godsdienstig verval in Noord-Holland. Nog in 1921 werd de poging om den Goede-Vrijdag ook in het openbare leven te erkennen herhaald. I Het plaatselijk karakter werd toen ook door een meer algemeen karakter vervangen. Zelfs trad een comité „Goede-Vrijdag Herdenking" op, dat in 1921 aan den Minister van Binnen- I landsche zaken een request verzond, waarin het o.a. heette: „dat het aan de verzoekers gebleken is, dat in het thans aanhangige ontwerp- 1 Zondagswet geen gelijkstelling is gemaakt van ] de algemeen erkende godsdienstige feestdagen ] met den Zondag; dat het aan verzoekers gewenscht voorkomt, ter bereiking van hun doel, J hetzij deze gelijkstelling in de nieuwe Zondagswet 1 op te nemen en onder deze gelijkstelling tevens ] te vermelden den Goeden Vrijdag, hetzij bij een eenvoudige wet de zaak te regelen; dat dergelijke regelingen reeds vroeger voor andere j herdenkingsdagen zijn geschied; en verzocht wordt, hetzij het ontwerp-Zondagswet in dien zin aan te vullen, dat de algemeen erkende | Christelijke feestdagen met inbegrip van den Goeden Vrijdag met den Zondag worden gelijk I gesteld, hetzij op andere wijze te willen bevorderen, dat de Goede Vrijdag kan worden herdacht."

De petitionarissen kregen echter nul op hun] request. Intusschen blijven de adressen, om vee- ] markten op Goede-Vrijdag te verbieden, aan-] houden. En dergelijke betoogingen worden goeddeels door vrijzinnigen op touw gezet. Ook ] hebben zij liturgisch den Goede-Vrijdag vastgeknoopt aan de aanneming en de bevestiging. ] Door n.1. op Palmzondag de nieuwe lidmaten te bevestigen en op Goede-Vrijdag voor het eerst te laten deelnemen aan het avondmaal, hebben zij voor laatstgenoemde instelling nieuwe belangstelling gewekt. De Gereformeerden daarentegen vieren niet op Goede-Vrijdag, maar liefst op Paschen avondmaal, omdat de kerk eerst na de opstanding voor het aanvaarde offer staat. En in elk geval stellen zij, ter gedachtenis van den dood des Heeren, een avondmaalsviering hooger dan den Goéden-Vrijdag. Overigens schijnt ook onder de orthodoxen de tegenstand tegen de viering van dezen dag te gaan luwen. O. i. behoort de kerkelijke viering ervan tot de middelmatige dingen. En al is de Goede-Vrijdag voor ons geen heilige dag noch een feestdag, toch is principiëel niet het minste bezwaar om dezen dag door een avonddienst te onderhouden. Vooral nu dit reeds lang gebruikelijk is geweest, zou het niet goed zijn deze eerbiedwaardige gewoonte af te schaffen. Ze hangt immers samen met den naam van Golgotha, die steeds de teederste tranen in het vroom gemoed trillen deed. Afschaffing nu van deze usantie zou dit teeder gevoel zoo licht kunnen kwetsen. Bovendien biedt zulk een godsdienstoefening j aan den avond van den Goede-Vrijdag juist de j gelegenheid om er met nadruk op te wijzen, dat j