is toegevoegd aan uw favorieten.

Christelijke encyclopædie voor het Nederlandsche volk

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

442

HALDANE — HALL

Haldane. I. James Alexander Haldane (1761—1851) een rijk grondbezitter in Edinburg. Hij was een ijverig man in het werk der Evangelisatie. Tegenover het verzuim van herderlijken arbeid in de kerk en tegenover het naam-Christendom van zijn tijd trad hij in zijn leekenprediking gedurig op. Hij was mede-oprichter van het Edinburgsche Traktaatgenootschap (1796). Door zijn vijanden, vooral onder de Moderates, werd hij dikwerf onaangenaam bejegend. Hij werd later prediker van een vrije gemeente en daardoor legde hij den grondslag van het congregationalisme in Schotland. Sinds 1808 was hij Baptist.

II. Robert Haldane (1764—1842), broeder van bovengenoemde, bouwde voor James een kapel (Tabernacle) in Edinburg. Deze legde den grondslag van een thedlogisch seminarium in die stad. Sinds 1816 hield hij te Genève voor de studenten in de theologie tegenover de Ariaansch-Sociniaanscherichtingapologetische voordrachten. Hij las met de studenten den brief aan de Romeinen en werd door zijn arbeid de vader van een geestelijke opwekking (Reveil). De voornaamste geloofsstukken (de Godheid van Christus, de erfzonde, de verzoening door Jezus Christus, de rechtvaardigmaking door het geloof, de wedergeboorte, de verkiezing enz.) werden weder op den voorgrond geplaatst. En het bleef niet bij de leer, ook het leven werd door Haldane opgeëischt voor den dienst des Heeren. Onder zijn volgelingen waren Cesar Malan, Gaussen, Merle d'Aubigné e. a. De tegenstand der rationalistische staatskerk leidde tot de stichting van een vrije kerk (1818). Nadat hij naar Schotland was teruggekeerd, arbeidde hij samen met zijn broeder James. Hij gaf vele apologetische geschriften uit en deed veel goed, waar zijn aanzienlijk vermogen hem toe in staat stelde en waartoe de liefde van Christus hem drong. Zijn richting was streng-Gereformeerd. Van zijn geschriften noemen wij The Epistel to the Romans, Evldence and Authorship of Revelation, The Insptratlon of Scripture. A. Haldane heeft tot gedachtenis aan de beide broeders een boek geschreven in 1852. [ 24.

Halevy (Juda). Jehuda ben Samuel Ha-levi (de Leviet), geboren te Cordova in het laatste verrel van de elfde eeuw, was een beroemd Hebreeuwsch theoloog en dichter. Hij leefde als arts in Toledo. En in het Spaansche vaderland ontbrak hem rijkdom noch rust. Ook had hij voorspoed in zijn huis en geslacht. Zijn dochter had hij uitgehuwelijkt aan Aben Ezra, zijn waardigen, toen nog jeugdigen bloedverwant. Maar een onweerstaanbaar verlangen vervulde zijn ziel, om, vóór zijn dood, het land zijner vaderen te bezoeken. Het was even na het midden der twaalfde eeuw. Jeruzalem was weinige jaren vroeger door den Muzelman hernomen, en de stem van den abt van Clairvaux riep opnieuw de koningen en ridders ter kruistocht. Omstreeks dezen tijd dan begaf zich Juda Ha-levy, de Jood, naar Palestina. Hij zag de eenzaamheid van het eens zoo rijk bevolkte land, de dorheid van den eenmaal zoo vruchtbaren bodem, de barbaarschheid en ellende der bewoners. Eindelijk nadert hij de muren van Jeruzalem. Zijn ziel wordt diep

getroffen bij de gedachte aan de smarten van zijn volk. Hij verscheurt zijn kleederen als een die rouw bedrijft; hij legt zijn schoeisel af, en vervolgt barrevoets zijn weg. Hij heft een dier treurliederen aan, die hij zelf op jeruzalems ondergang gedicht had. In deze zijn zielsspanning merkt of hoort hij niets van wat hem nadert, of om hem heen gebeurt. Een Muzelman te paard bespot hem, grauwt hem toe, vordert antwoord. Maar de dichterlijke balling hoort niets. Daar valt de ruiter op hem aan, daar werpt zijn Arabisch ros den Israëlitischen voetganger ter aarde; | daar vertreden zijn hoeven het hart van den ' treurende, dat hij het besterft. Juda Ha-levy werd lj op den bodem zijner vaderen, gelijk die bodem zelve, onder de voeten der heidenen vertreden en vertrapt.

Van zijn Hymnen levert de Liturgie der Joden meer dan één proeve op. Al-Charisi, zijn stamen schier tijdgenoot, een kundig rechter over dichterlijke verdiensten, en die een soort Ars poëtica uitgaf, gansch niet ontbloot van smaak en vernuft, zegt van Ha-levy: „Hij Het alle Joodsche dichters achter zich; hij putte uit de diepten van den dichterlijken schat. In zijn Lofzangen heerscht een aangrijpend vuur, in zijn Treurliederen de teederste weemoed, die onweer- 1 staanbaar op de gemoederen werkt, in zijn l Brieven de schoonste helderheid, in zijn schilderin- 1 gen het verhevenste inzicht. Hij voldoet aan al ] de vereischten van een dichter." Zijn Sionide, I een klaagzang over het verloren Jeruzalem, wordt tot op heden in de synagoge op den dag der verwoesting van Jeruzalem gezongen. Van zijn naamgenoot Salomo Halevy bestaat een lied op den wekelijkschen sabbath. Het wordt nog wekelijks in de synagoge des Vrijdagsavonds gezongen bij de intrede van den sabbath. Een vertaling van beide liederen vindt men bij H. J. Koenen, Geschiedenis der Joden in Nederland. [ 30.

Halfgoden. Dit waren bij de Romeinen de onder de goden opgenomen menschen (semidei). Ook worden hieronder verstaan de heroën of helden der oudheid, van wie men meende, dat zij een god tot vader en een sterfelijke vrouw tot moeder, of ook een sterfelijken man tot vader èn een godin tot moeder hadden.

Halfvasten is in de Roomsch-Catholieke ] kerk de tijd, wanneer het veertigdaagsche vasten voor de helft voorbij is. In vroegeren tijd hadden er op dien dag allerlei feestelijkheden plaats. I Er werden dan markten gehouden. Tegenwoordig wordt vooral in België in dien tijd nog een soort carnaval gevierd. [ 24.

Halieutiek = benaming voor het studievak, ] dat onderzoek doet naar de beste wijze, om de I nog ongedoopten die buiten Christus' kerk staan, te kerstenen. Ze is ontleend aan de beeldspraak jl in Matth. 4:9, en omdat die slechts eenmaal voorkomt en gebezigd wordt van personen, die feitelijk visschers geweest waren, acht Dr. Kuyper I (Encyclopaedie UI, blz. 518 v.) ze minder geschikt 1 dan die van Prosthetiek, aan welke hij de voor- 1 keur geeft. [ 20.

Hall (Anne Maurits Cornelis van), advocaat, zoon van Mr. Maurits Cornelis van Hall en Christina Maria Klinkhamer, werd geboren te Amsterdam 26 Februari 1808, en over- Ij