is toegevoegd aan uw favorieten.

Christelijke encyclopædie voor het Nederlandsche volk

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HARTSTOCHTEN — HASE

475

vervul aan ons het werk van Uw welbehagen! Geloofd en geprezen zij Uw driemaal heilige Naam, dien wij aanroepen over deze stichting 1 Dat zij zoo 1" Voor de gansch moeilijke taak van het Regentschap had hij niet alle gaven in gelijke mate. En terwijl hij de eerste was om dit te gevoelen, was een ander niet altoos bereid, om bij voorkeur op zijn beste gaven te zien. Jeugdig van hart, nog lang nadat hij vijftig zomers achter zich had, voelde hij zich tot een opgeruimden omgang met studenten aangetrokken, en wist hij onder hen altoos een juisten, blijden toon op te wekken. Zoo verspreidde hij vriendelijkheid, licht en liefde rondom zich, en noemde hij eiken hospitant gaarne zijn edelen vriend. Zijnerzijds was er dan ook geen afstand. Maar daardoor werd wel eens voorbijgezien, dat dit anderen nog geen recht gaf dien uit het oog te verliezen. Wars van al het gemaakte, van het zich opsluiten in stijve vormen, was hij een levend protest tegen alle gekunsteldheid, en de student die, predikant geworden, meende, veel uiterlijke eerwaardigheid te moeten toonen, deed voorzichtig met den Regent te mijden. Zoo was zijn verkeer onder de studenten, voor wie hij leefde en werkte, hetzij hij in de schoone voorzaal van het Hospitium te midden van zijn boekerij studeerde, hetzij hij in de eetzaal bij avond en bij morgen steeds met denzelfden aantrekkelijken lach op het gelaat, met een bijna vaderlijke liefde zich onder zijn „jongens" bewoog. Ja, ofschoon hij van nature moeite had 's morgens vroeg op te staan, voelde hij zich toch verplicht, ook in den winter, met zijn studenten te ontbijten, en zijn avonden gaf hij om hen met zijn muzikale en literaire gaven te dienen. Ook in zijn huiselijken kring ontving hij hen gaarne. Iets wat te meer gewaardeerd werd, waar zijn huiselijk leed groot was. Maar altoos hief hij het hoofd weer vroolijk in zijn God op. Zijn aangeboren humor bracht niet alleen anderen een lach om den mond, maar beurde ook hemzelf menigwerf op. Dit vroom gemoed werd gesteund door een vroolijken geest; deze vroolijke geest werd in toom gehouden door een vroom gemoed. En wie hem wel eens een Betuwsche novelle hoorde voordragen, voelde welk een rijke gave ook voor het geestige, hem gegeven was. Voorts had hij smaak voor alles wat liefelijk is en wel luidt, in den ruimsten en ook in den hoogsten zin. En in zijn preeken — ook tijdens zijn professoraat trad hij nog vaak voor de gemeente op — vloeide er een met de Schrift doordrenkte eigen „tale Kanaans" van zijn lippen, die meermalen als hemelsche melodie klonk.

Zijn levenseinde kwam onverwacht, 5 Februari 1895.

De Hartog is tweemaal gehuwd geweest. Zijn tweede echt bleef kinderloos. Uit zijn eerste huwelijk overleefden hem twee kinderen. Zijn eenige zoon is zijn naamgenoot, Dr. A. H. de Hartog, Nederlandsch Hervormd predikant te Amsterdam.

Onderscheidene leerredenen zagen van hem het licht. Voorts Uitlegkundige Wenken. Ook werkte hij mede aan de Bibliotheca Reformata. In De Heraut verzorgde hij de rubriek: Uit den Schat der Kerk. Van de Amsterdamsche Kerk¬

bode was hij enkele jaren redacteur. Ook aan het weekblad Patrimonium leverde hij bijdragen. Onder den pseudoniem „Batavus" schreef hij Plukselbloadjes en Nete Bloadjes.

Van het Christelijk Gymnasium te Zetten was hij President-Curator. [ 30.

Hartstochten, niet te verwarren met aandoeningen of affecten, zijn voortdurende domineerende strevingen in de menschelijke ziel. In het gewone spraakgebruik is de beteekenis enger dan in de psychologie; men verstaat in het eerste geval onder hartstocht een sterke zinnelijke begeerte, vooral op sexueel gebied. In de psychologie is de beteekenis ruimer en wordt onder hartstocht verstaan een ontwikkelde, volgroeide aandrift, die in het zieleleven leiding geeft. Wanneer men in den loop der jaren aan een sterke streving telkens voedsel geeft en de begeerte voortdurend inwilligt, wordt de neiging tot een zucht, soms tot een woede, en is de mensch een slaaf van zijn hartstocht. De hartstocht is het resultaat van een proces. Hij komt meestal in den volwassen leeftijd voor en is bij adolescenten slechts in nuce aanwezig. Een hartstocht behoeft op zichzelf niet zondig te zijn (b.v. de ijver), maar in de meeste gevallen is zij dit wel, omdat ze uiting en vrucht is van diepgewortelde zondige strevingen. Hij richt zich op een verkeerd object, is ontembaar in zijn werkingen en kan, b.v. bij drankzucht, eerzucht, genotzucht, geldzucht in zulk een mate de andere psychische functies overheerschen, dat de mensch blind wordt voor de zonde, redelijk overleg niet meer baat, en het intellect zich stelt in dienst van den hartstocht, omdat het de zonde wegredeneert en het verbodene als een begeerlijk goed voorstelt. Dan verliest het redelijk denken zijn macht, is de mensch niet meer actief maar „lijdend voorwerp". Vandaar den naam „passio" en „Leidenschaft". De hartstocht kan zelfs zóó abnormaal werken, dat psychose intreedt en de mensch een „lijder" wordt. Er zijn hartstochten (als drankzucht) die meer op het zinnelijke leven en andere (als zelfzucht) die meer op het geestelijke leven betrekking hebben. Er zijn kwade en goede hartstochten. Een van de edelste hartstochten is de liefde. [ 14.

Hase (Karl August von), geboren 1800 te Steinbach in Saksen. Sinds 1829 professor in de theologie te Jena. Zijn verdiensten liggen hoofdzakelijk op kerk-historisch terrein. Hij schreef een Kerkgeschiedenis, welke tal van herdrukken beleefde. Hij gaf ook uit Voorlezingen over de kerkgeschiedenis, 3 deelen. Voorts zagen van zijn hand talrijke Monograflën het licht. De geschiedenis van het eerste Christendom behandelde hij in zijn Leven van Jezus. Hij bewoog zich ook op dogmatisch en polemisch terrein. Dat bleek uit zijn Gnosis, Leerboek der Dogmatiek en uit zijn Handboek der protestantsche polemiek en uit zijn Hutterus Redivivus.

Als kerkgeschiedschrijver heeft hij groote beteekenis gehad. Hij had een kunstzinnigen aanleg. Vandaar dat de behandeling van de kunst in zijn leerboek een voorname plaats vond. Zijn stijl is kernachtig. Hij was een tegenstander van het Rationalisme, n.1. het vulgaire; maar hij