is toegevoegd aan uw favorieten.

Christelijke encyclopædie voor het Nederlandsche volk

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

506

HEIDEGGER

Heidegger (Johann Heinrich) werd den lsten Juli 1633 te Barentschweil in het canton Zürich als predikantszoon geboren. Zijn levensloop is in het kort deze: Zijn professoren waren in Zürich J. Rud. Stucki en J. Heinr. Hottinger. Naar de gewoonte dier tijden sloot hij zijn studiën in het buitenland af. Zoo was hij in 1654 in Marburg, waar hij bij Crocius inwoonde en dezen over de Oostersche talen en Curtius over het leersysteem van Maresius volgde. Hierop trok hij naar de hoogeschool te Heidelberg, waar toen Hottinger van Zürich en Friedrich Spanheim Jr. theologie doceerden. Hier werd hij de innige vriend van Ludwig Fabrlcius. Zooals deze voor het Nieuwe Testament, zoo werd Heidegger voor de Hebreeuwsche taal aangesteld; ook gaf hij onderwijs in de filosofie en in de Latijnsche classieken.

Reeds in 1659 werd hij professor in dogmatiek en kerkgeschiedenis te Steinfurt, nadat hij eerst te Heidelberg gepromoveerd was. Van 1659 tot 1665 werkte hij nu te Steinfurt. Van hieruit bracht hij een bezoek aan ons land, waar hij met de meest vooraanstaande geleerden kennis maakte en vooral ook Coccejus meer leerde waardeeren dan velen in Zürich lief was.

Toen, dank zij den oorlog, de hoogeschool te Steinfurt werd opgeheven, begaf hij zich met zijn geheele gezin naar Zürich, waar men hem de professuur in de Christelijke ethiek opdroeg. De Züricher school maakte juist een bloeiperiode door. Hottinger en Suicerus doceerden er ook. Na Hottinger's dood nam Heidegger den professoralen zetel van dezen in en werd hij de zeer getrouwe vriend van collega Suicerus. Ook bleef Heidegger Zürich trouw, toen hem in Leiden de leerstoel van den in 1669 gestorven Coccejus aangeboden werd en Groningen hem uitnoodigde dien van professor Alting in te nemen.

De aangename verhouding aan de Züricher school werd door de komst van een zekeren joh. Müller (1672), voorheen archidiaken, verstoord. Juist in dezen tijd bereidde men in Zwitserland de Formula Consensus Helvetica, een nieuw belijdenisgeschrift, voor. Men wilde de Gereformeerde leer tegen de school van Saumur In Frankrijk verdedigen. Daar waren dwalingen onder de hoogleeraren de la Place, Cappel en Amyraut binnengeslopen. Met name op drie punten weken zij af: in het stuk der inspiratie, der voorbeschikking en der erfzonde. Cappel stond een bepaalde critische behandeling van den tekst der Schrift voor. De la Place leerde de zoogenaamde middellijke toerekening van Adams zonde; hij maakte de smet tot grond voor de schuld der zonde. Amyraut leerde het conditioneele universalisme en legde een remonstrantschen grondslag onder het Calvinistische gebouw. Feitelijk werden door de school van Saumur deïsme en rationalisme voorbereid. In Zwitserland had vooral Turretinus den strijd tegen de verderfelijke leerstellingen der Saumursche school aangebonden, die nu weldra door Heidegger krachtig werd bijgestaan. Wel bleef deze gematigd en wilde hij de aanhangers van de school van Saumur nog wel als zijn broeders erkennen. Velen, waaronder tal van predikanten en ook Müller» wilden niet alleen een veroor¬

deeling van de school van Saumur, maar ook (zij waren aanhangers van Maresius te Groningen) een scherpe veroordeeling van Coccejanen en supralapsariërs en van Alting. De gematigden, waaronder onze Heidegger, behaalden de overwinning, zoodat in de nu weldra mededoor hem ontworpen Formula Consensus Helvetlca alleen de leerstellingen van de school van Saumur werden bestreden. In 1675 werd ze vastgesteld, maar pas in 1714 gedrukt. Wat de inspiratie betreft wordt in deze confessie zelfs die der klinkers en leesteekens geleerd. Tegen deze opvatting kwamen sommigen in verzet, waarop Heidegger zich verdedigde met te zeggen, dat hij slechts den tekst zuiver wilde hebben. Voorts werd tegenover de dwalingen van Saumur de Gereformeerde leer ontwikkeld; in het stuk.der voorbeschikking in infralapsarischen geest De cantons van Zürich, Basel en Genève namen de Formula Consensus Helvetlca aan als bindenden regel voor het onderwijs van hoogleeraren en predikanten. Maar reeds 50 jaar later begon men de onderteekening te weigeren. Buiten Zwitserland is zij niet van symbolisch gezag geworden. Heel deze confessie draagt dan ook de sporen, dat zij is opgesteld in een tijd, toen de orthodoxe leer nog werd gehandhaafd, maar het leven niet zoo diep ging als in den bloeitijd van de confessioneele ontwikkeling van de Gereformeerde kerken. Feitelijk is die gesloten met de confessie van Westminster.

De aanhangers van Maresius lieten echter onzen Heidegger niet met rust. Wel keerde zich de Formula Consensus Helvetica tegen de school van Saumur, maar de strijdpunten, door de Maresianen in 't geding gebracht, ging zij stilzwijgend voorbij. Heidegger en de met hem bevriende theologen stonden dan ook voortdurend aan verdenking bloot en Muller liet niets onbeproefd om de gemoederen tegen hen en de door hen uit te geven en uitgegeven geschriften op te zetten. Heidegger"s later zoo bekend geworden Enchetridtum bibucum kon maanden-lang niet worden gedrukt. Heidegger begreep zeer wel, dat heel het ijveren tegen de Hollandsche „nieuwigheden" feitelijk zijn persoon gold, vandaar dat hij meermalen met klem beweerde, dat hij Coccejus wel hoog schatte, maar allerminst bij hem zwoer.

Ondertusschen had Heidegger tegen Rome een felle polemiek gevoerd. In 1664 verscheen zijn: De flde decretorum concilii Trtdentlni quaestlones theologicae. Tegen Baronius schreef hij in 1667 en 1671 zijn: Historia patrtarcharum, in 2 deelen. Ook trad hij met eenige geestelijken in dispuut Hij schreef tegen bedevaarten en gaf zijn: Anatome Concitit Tridentini uit (1672), pas vele jaren later van Roomsche zijde beantwoord. Nog schreef hij: De conceptione B. virginis Mariae en: Dtssertatto de Apocrypms (1678 en 1680). In 1684 trad hij zelfs aanvallend tegen Rome op in zijn: Historiapapatus, bij Wettstein te Amsterdam uitgegeven, een werk, dat groot opzien baarde. Ook over den nooddoop en de daarmee verbonden sacramentsleer van Rome viel hij de Roomsche kerk aan. Zoo passeerden schier alle controverse punten bij hem de revue. Tegenover de Luthersche kerk stond Heidegger