is toegevoegd aan uw favorieten.

Christelijke encyclopædie voor het Nederlandsche volk

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HERCULES — HERDER

557

herkozen ouderlingen en diakenen is er geen uitdrukkelijke bepaling, die het voorschrijft, noch in de Schrift, noch in de Belijdenis of Kerkenordening. Sommigen achten ze daarom onnoodig, ja zelfs in strijd met het woord van Christus in Matth. 5 : 37: „Maar laat uw woord zijn: ja ja; neen neen; wat boven deze is, dat is uit den booze". Wij moeten hier echter goed onderscheiden. Bij de continuatie d.i. bij verlenging van mandaat zonder herkiezing, enkel bij besluit van den kerkeraad, was er geen reden om zoo iemand op nieuw te bevestigen, wijl de belofte voor den geheelen diensttijd gold en deze niet onderbroken was, maar alleen bij wettig besluit werd verlengd. Maar bij herkiezing is in den regel ook herbevestiging noodig. Immers de aftredende is bij het stellen der nominatie door den kerkeraad weer op het dubbel getal geplaatst, en opnieuw door de gemeente gekozen. Er heeft hier dus een nieuwe roeping plaats voor een bepaalden tijd. Deze herkiezing brengt dus ook een herbevestiging mee. Dit geldt reeds de aftredende ambtsdragers, die in dezelfde vacature weer herkozen worden, hoeveel te meer geldt het dan degenen, die na één of enkele jaren rust weer herkozen worden. Immers het ambt is wel blijvend, maar de dragers van het ambt kunnen èn wegens ouderdom of ziekte, èn wegens periodieke aftreding wisselen. Een afgetreden ambtsdrager toch staat buiten het ambt. Men kan bijv. een ouderling, die aftrad wel een oudouderling, d.i. een ouderling, die vroeger ouderling was, maar nu niet meer, noemen. Maar eerst door herkiezing en herbevestiging komt hij weer in het ambt te staan. [ 11.

Hercules. Zoo noemden de Romeinen Heracles, den gevierden nationalen held der Grieken, geboren te Thebe als zoon van Zeus uit Alcmene, de vrouw van Amphitryo. Om hem van het eerstgeboorterecht te berooven, vertraagde Hera (Juno) de verlossing van Alcmene, en verhaastte die van Nicippe, de vrouw van Sthenëlus, welke Eurystheus, zoon van Perseus ter wereld bracht. Gevolg was, dat Hercules zijn leven lang stond onder de heerschappij van den vroeger geboren maar zwakkeren Eurystheus. Op diens bevel volbracht hij de volgende 12 werken:

I. gevecht met den nemeïschen leeuw; 2. gevecht met de lernaeische slang; 3. jacht op de arcadische hinde met gouden horens; 4. vangst van het erymanthisch wildzwijn; 5. reiniging van de stallen van Augias, den koning van Elis, die in geen 30 jaren waren schoongemaakt; 6. verdrijving der stymphalische vogels; 7. vangst van den cretensischen stier; 8. strijd om de hengsten van Diomedes; 9. roof van den gordel van Hippolyte; 10. roof der ossen van Geryon;

II. roof der gouden appels uit den tuin der Hesperiden ; 12. roof van Cerbërus, den helhond. Na het verrichten dezer werken uit den dienst van Eurystheus ontslagen, keerde Hercules naar Thebe terug en dong naar de hand van Iole, de dochter van Eurytus, koning van Oechalië, die hem echter geweigerd werd. Na vele wederwaardigheden wist hij Oechalië te veroveren, en Iole te bemachtigen. Toen hij kort daarna ten gevolge van vergiftiging sterven moest, liet hij zich op den Oeta een brandstapel oprichten, en

besteeg dien, waarop hij onder 't knetteren der vlammen in een donderwolk ten hemel voer. Heel Griekenland vereerde den held, die door lijden en strijden de onsterfelijkheid verworven had, als een god, met offers en spelen. Ook in Italië werd zijn eeredienst gevestigd, en in 312 vóór Christus tot staatsgodsdienst verklaard.

Herder. I. Onder herder verstaat de Heilige Schrift allereerst een schaapherder. Reeds in Gen. 4 : 2 lezen wij van Adams zonen: „en Abel werd een schaapherder en Kaïn werd een landbouwer". Van den aanvang af ontwikkelde zich dus tweeërlei beroep: de landbouw en de veeteelt. Adam beoefende ze waarschijnlijk reeds beide. Maar zijn beide zonen gingen ze deelen. Kaïn werd landbouwer en Abel een schaapherder. Deze beide beroepen vinden wij later ook in Palestina. Het land was er uitstekend voor geschikt. Uit den tijd van Abraham blijkt dat duidelijk. In de nabijheid der steden en dorpen was het land in cultuur gebracht voor akkerland, wijn- en olijfgaarden. Daar tierde de landbouw welig. Maar daarachter lag de woestijn d. i. steppe, de hoogliggende, uitgestrekte vlakten,

slechts met grassen en zich het herdersbedrijf ontwikkelde. Daar kon met hun groote kudden verblijf heen en weder werd het herdersbedrijf

Herder.

kruiden begroeid, waar en het nomadenleven men de herdersvolken vinden, die zonder vast trokken. In die steppen tot een eigen leven, en