is toegevoegd aan uw favorieten.

Christelijke encyclopædie voor het Nederlandsche volk

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

608

HOFFDINO — HOFFMANN

geloofsovertuiging, schoone zeggingskracht, rijkdom aan kernachtige gedachten en homiletische vormen. In samenwerking met Karl Kapff en Wilhelm Hofmann redigeerde hij het Wllhelmsdorfer Predigtbuch (1834) en met zijn zwager Prof. Schmid in Tübingen gaf hij uit Zeugnisse der Wahrheit (1839—1841). Tegenover de Hegelianen Marklin en Vischer verdedigde hij het Piëtisme, d.w.z. het Bijbelsche Christendom in zijn Bekenntnis und Verteidigunggegen Marklin, Predigt gegen Vischers Academische Antrittsrede. Hofacker was ook lid van de Commissie voor uitbreiding van de Liturgie in de Evangelische Landskerk in Würtemberg, die 1845 het licht zag. Zijn leven is beschreven door zijn zoon Ludwig (1872). [ 24.

Höffding (Harald), Deensch wijsgeer, geboren 1843; studeerde eerst In de theologie, daarna in de filosofie onder invloed van Kierkegaard, en promoveerde 1870 op een dissertatie over de Stoische opvatting van den vrijen wil.

In zijn psychologie treedt op den voorgrond de beteekenis van den wil. Physisch en psychisch gebeuren loopen evenwijdig. Hij schreef verschillende werken van wijsgeerigen aard o.a. ook over de wijsbegeerte in Duitschland na Hegel (1872); de Engelsche wijsbegeerte van heden (1874); verder over de filosofie van Spinoza (1889); over S. Kierkegaard (1892); over Rousseau en zijn wijsbegeerte. [ 28.

Hoffmann (Meichior), geboren te Hall in Zwaben tegen het einde van de 15e eeuw, behoorde tot een handwerkersfamilie en werd bestemd voor bontwerker. Hij toonde als knaap een buitengewonen aanleg, maar van een wetenschappelijke vorming was bij hem geen sprake. Hij is tot zijn dood bontwerker gebleven. Zooals velen in de dagen der Reformatie trok hij als leekenprediker rond. Toen hij op zijn reizen in Lijfland vertoefde, waar in reformatorischen geest gepredikt werd, werden hem „door Gods genade de oogen geopend, zoodat hij de goddelijke waarheid in Christus begon te erkennen". In 1523 trad hij op als een vurig verbreider van Luthers leer, het eerst in de stad Wolmar, in Lijfland. Hoffmann werd er vervolgd en in den kerker geworpen. Het einde was, dat hij uit het land verdreven werd. In 1524 ging hij naar Dorpat, waar hij veel tegenstand ondervond van Roomsche zijde en ook van vele „Evangelischen", die den bontwerker niet begeerden. Bij de arbeidersbevolking vond hij veel ingang, en, toen de slotvoogd van het bisschoppelijk kasteel hem gevangen wilde nemen (1525), nam het volk het voor hem op en brak een oproer los, gepaard met beeldenstorm, waarbij vooral de domheeren en de kloosters het moesten ontgelden. Hoffmann zelf had aan dat oproer geen schuld. Hij heeft het zelfs afgekeurd. Na het oproer te Dorpat, ging hij naar Riga. Hij wilde het vertrouwen winnen der Hervormingsgezinden. De beide predikanten in Riga legden een gunstig getuigenis van hem af. Daarna reisde hij naar wittenberg, waar hij het vertrouwen van Luther wist te winnen, zoodat deze hem ook een goed getuigenis gaf (1525). Ook Bugenhagen deed zoo.

Hoffmann gaf omstreeks dezen tijd een brief uit, waaruit blijkt, dat zijn opvatting van de

leer toen zuiver Luthersch was (rechtvaardigmaking en praedestinatie). Hoffmann drong echter ook op heiliging des levens aan, en men kon reeds uit dit schrijven proeven, dat de eschatologie hem bijzonder aantrok.

In den herfst van 1525 keerde hij naar Dorpat terug, waar hij in conflict geraakte met de Luthersche predikanten, niet zoozeer om zijn leer als wel om het feit, dat hij zijn roeping goddelijk noemde en die der predikanten menschelijk. Toen hij het in Dorpat niet langer kon uithouden, ging hij naar Reval, waar hij veel deed aan krankenverpleging. Daar bleef hij slechts kort. Hij begaf zich, omdat de predikanten het hem lastig maakten, naar Stockholm. Van zijn werkzaamheid in Zweden weten wij zeer weinig. Hij schreef daar twee boeken de Formaninghe en de Uitlegging van het 12de capittel van Daniël. Uit deze boeken blijkt, dat hij in hoofdzaak nog Luthersch was. Zijn avondmaalsleer was echter geheel anders dan die van Luther. Hij had ook afwijkende gedachten over de overheid en hij verwierp den eed. En in zijn eschatologische opvattingen bleek, dat hij zich een profetisch inzicht in de Schrift toeschreef, dat de kennis der Schriftgeleerden teboven ging. Tegen het einde van 1533 was de wederkomst van Christus te wachten. In Duitschland trad Nicolaas Amsdorf als de bestrijder van deze denkbeelden op. Koning Gustaaf, gewaarschuwd voor Hoffmanns invloed, verbood in 1527 aan dezen het prediken in zijn rijk. Daarop ging Hoffmann naar Lübeck. Daar werden de Luthersche predikanten gevangen genomen en ook Hoffmann kwam in gevaar. Hij vluchtte met; zijn jonge vrouw (hij was in Zweden gehuwd) en met zijn pasgeboren kind naar Maagdenburg, waar hij een ontmoeting had met Amsdorf, die de eerste week daarna al een geschrift tegen Hoffmann in het licht gaf (1527). Hoffmann verdedigde zich in een boekje, dat echter verloren gegaan is. Bij een bezoek aan Luther bleek de hervormer thans zeer tegen Hoffmann ingenomen. Hij zeide, dat Hoffmann beter bontwerker kon zijn dan prediker. Zoo werd Hoffmanns hope op Luther verijdeld.

Over de bejegening, hem aangedaan, verontwaardigd, verliet Hoffmann in den zomer van 1527 Wittenberg. Te Maagdenburg teruggekeerd, werd h^ aldaar gevangen genomen, en van zijn have beroofd. Hij ging nu naar Kiel in Holstein. Frederik I, koning van Denemarken, gaf hem, op zijn verzoek, verlof om zich daar te vestigen en in geheel Holstein te prediken. Zijn manier van optreden prikkelde ook hier zijn tegenstanders en de strijd werd vooral hevig, toen Hoffmann een boekje uitgaf over Inhalt und bekentnisse vom Sacrament und Testamente des leibes und blutes Jesu Chrlstl. Daarin wees hij op het verschil, dat tusschen hem en Luther en Bugenhagen over de leer des avondmaals bestond. Dit boekje verwekte een grosz geschrey. Intusschen had Amsdorf ook weer zijn strijd tegen Hoffmann hervat (1528). In Saksen heerschte groote verontwaardiging tegen Hoffmann. Ook in Sleeswijk schreef Marquard Schuldorp, Luthersch predikant, tegen Hoffmann. Laatstgenoemde maakte Schuldorp uit voor „kettersch" en „misleidend".

Luther wendde zich nu met een brief (1528) tot hertog Christiaan, die in naam zijns vaders