is toegevoegd aan uw favorieten.

Christelijke encyclopædie voor het Nederlandsche volk

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

616

HOLSHAUSEN — HOMIL1ETIEK

bizondere gave om te groepeeren en in te deelen.

Van zijn vele geschriften worden hier enkele voornaamste genoemd.

Allereerst zijn bovenvermelde studie: De corpore et sanguine Christi, 1858. Kanon und Traditton, 1859. Die Synopt-Evangelien, ihr Ursprung und geschichtlicher Charakter, 1863. Krttik der Epheser- und Kolosserbriefe, 1872. Die Pastoralbrtefe kritisch und exegetisch behandelt, 1880. Lehrbuch der Neutest. Einleitung, 1885, 3 1892. Hand-Commentar zum Neuen Testament, 1889 v.v., 3 1901 v.v. (daarin: Die Synoptiker; Die Apostelgeschichte; Evangelium, Brief e und

kjjjciiuui uiig uts jonannes. uit laatste werk in de derde uitgaaf bewerkt door W. Bauer). Lehrbuch der Neutest. Einleitung, 1885, 31892. Lehrbuch der Neutest. Theologie, 1897, 21911 (na zijn dood door A. Jfilicher en W. Bauer). Das Messianische BewusstseinJesu, 1907. Artikelen in Schenkels Blbellexicon en Guthes Kurzes Bibellexicon; en met R.Zöpfel: Lexicon für Theologie und Kirchenwesen, 1882, 31895. Verder zijn arbeid aan Bunsens Bibelwerk, 1865—1870, en Holtzendorffs Protestantenbibel, 1872. Die Entstehung der Evangeliën, 1866. Die Entstehung des N. Testaments, 1904,31911. Praktische Erklarung des 1 Thess. briefs, 1880—1886, 31911 (door E. Simons). [ 7.

Holsnausen (Bartholomeus), geboren 1613 te Langenau, Würtemberg; gestorven 1658; stichtte als canonicus de congregatie der Bartholomieten tot vorming van goede priesters. [ 28.

Homer of Kor, Oud-Testamentische maat voor droge waren, gelijkstaande met 10 efa of

oain, en pi.m. ïuu gomer, alsmede met 5 metreten Nieuw-Testamentische maat, inhoudende ongeveer 200 Liter. Sommigen stellen een hooger aantal liters, 300 en meer. [ 28.

Homeros. Aan het begin van de Grieksche letterkunde staan twee-beroemde heldendichten, de Ilias, welke den toorn van Achilles bezingt, en de Odyssee, die de zwerftochten van Odysseus verhaalt, welke gedichten evenals enkele andere van minder waarde op naam worden gesteld van Homerus. Of de gedichten inderdaad in. den vorm, waarin wij ze nu kennen of zelfs in een ouderen vorm van één dichter afkomstig zijn, of deze Homerus heette, wie deze Homerus was, waar hij woonde en werkte, dat alles en zooveel meer is ons niet met zekerheid bekend, en talrijk zijn de theorieën, die over een en ander ten beste zijn gegeven. Wel wordt vrij algemeen aangenomen, dat de gedichten in de 9e eeuw vóór Christus zijn ontstaan. De Ilias en de Odyssee zijn zoowel door hun vorm (elke versregel telt zes dactyli, waarvan de laatste onvolledig is) als door hun inhoud van zeer groote beteekenis geweest. Ze waren het voorbeeld niet slechts voor vele Grieksche en Latijnsche dichters, maar voor dichters uit alle beschaafde volkeren. Nog steeds worden ze op alle gymnasia gelezen en zonder iemands tegenspraak worden ze gerekend tot de schoonste poëzie, die op de gansche wereld bestaat. [ 17.

Homiletiek is die theologische wetenschap, welke tot object heeft de bediening des Woords in de vergadering der gemeente des Heeren. Het woord homiletiek is afgeleid van het Grieksche

woord homilia, dat gesprek beteekent. Het werkwoord homilein, met elkander spreken, komt in de Heilige Schrift eenmaal n.1. Hand. 20:11 voor in de beteekenis van de verkondiging van het Woord in het midden der gemeente. Het vak is een onderdeel van de ambtelijke theologie, die vaak ten onrechte de „practische" theologie wordt genoemd. Onder de vakken die het ambt van den dienaar des Woords beschrijven, neemt de homiletiek de eerste plaats in.

Het heeft betrekkelijk lang geduurd eer in de Christelijke kerk de belangstelling voor de theorie van de bediening des Woords ontwaakte. In de Oude kerk zijn de voornaamste homileten: in het Oosten Chrysostomus en in het Westen Augustinus. In de Middeleeuwen treden vooral na de twaalfde eeuw homileten op, die aan de prediking leiding geven, b.v. Alanus de Insulis, T 1204, met zijn Summa de arte praedicandi, en Joh. Ulrich Surgant, die in 1503 zijn Manuale curatorum uitgaf. Aan het einde der Middeleeuwen komt de homiletiek bij Reuchlin en Erasmus onder den invloed van de rhetorica te staan. Na de Reformatie wordt Melanchthon de vader van de Luthersche homiletiek, die in de 17e eeuw een formalistisch stempel ontvangt, waarop in het Piëtisme een krachtige reactie volgt. Het rationalisme der achttiende eeuw vindt een bestrijder in Schleiermacher, die op homiletisch terrein de negentiende eeuw beheerscht. De voornaamste van de links staande Luthersche homileten is thans F. Niebergall, hoogleeraar te Göttingen, die een preektheorie gaf in zijn Wie predigen wtr dem modernen Menschen, 1906, en in zijn Practische Theologie, 1918/9. Van de rechts staande Luthersche homileten is te noemen M. Reu, professor aan het Wartburg Seminarie I te Dubuque, Iowa, Noord-Amerika, wiens Homiletics, 1922, een in vele opzichten prijzenswaardig boek is. In de Gereformeerde homiletiek I is Andreas Hyperius de leidsman, wiens werk De formandts conclonibus sacri&L 1553 van

waarde is, omdat hij principieel zuiver heeft gezien, dat de preek Is bediening des Woords. De Gereformeerde homileten van de zeventiende eeuw in Nederland, b.v. Hoornbeek, Martinus, Saldenus, Knibbe, omschrijven de preek als explicatie en applicatie, verklaring en toepassing van het Woord Gods voor de gemeente des Heeren. In de achttiende eeuw laat het Coccejanisme zijn invloed gelden. Bizondere vermelding verdient in dezen tijd de „ernstige" Coccejaan A. F. Lampe | met zijn Instttutlonum homüeticarum Breviarium, \ 742. Aan het einde der eeuw wordt Hollebeek de voorvechter van de synthetische methode, welke later vooral door invloed van Van Oosterzee tot de analytisch-synthetische is verzacht. In de negentiende eeuw hebben Kuyper en Biesterveld de zuiver Gereformeerde lijn doorgetrokken.

In de homiletiek komt ter sprake, ten eerste, wat we naar het principium theologiae, n.1. de Heilige Schrift, onder de Dredikins- hehhe.n te

verstaan, wat haar object, subject, doel, enz. is. Ten tweede, wat de inhoud is van de bediening des Woords. En ten derde, aan welke formeele eischen de bediening des Woords moet voldoen. Zie Dr T. Hoekstra, Gereformeerde Homiletiek, ! Wageningen, 1926. [ 14.