is toegevoegd aan uw favorieten.

Christelijke encyclopædie voor het Nederlandsche volk

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUKKEN - HOOGE RAAD

633

wien Elia den dood aankondigde, omdat hij Baai-Zebub, den god van Ekron liet vragen, tot Elia kwam met het bevel: „Gij man Gods! de koning zegt: Kom af", en die op het woord van Elia door het vuur van den hemel verteerd werd (zie vs 11, 13, 14 en 2 Kon. 9 : 5). En in het Nieuwe Testament duidt het blijkens de grondwoorden, waarvan het de vertaling is, aan: a. een hoofdman over honderd soldaten bij het Romeinsche leger, zoo b.v. in Matth. 8 : 5, 8, 13; en in Luc. 7 : 2, 6; in de geschiedenis van de hoofdman te Kapernaüm, zoo ook in Hand. 10 - 1 22 in de geschiedenis van Cornelius; verder' in Hand. 27, waar er mede aangeduid wordt de hoofdman over de bende soldaten, die Paulus (met de gevangenen) op zijn reis naar Rome moest bewaken; b. de hoofdman van de tempelwacht, b.v. in Luc. 22 : 4, 52; Hand. 4 en 5; en c. de praetor of hoogste magistraatspersoon in de koloniën, die daar het Romeinsche gezag vertegenwoordigde (Hand. 16 : 20, 22, 23, 36, 28). [ 11.

Hoofdstukken. In al de tegenwoordige Bijbeluitgaven is de tekst der boeken verdeeld in capita of hoofdstukken. Deze indeeling is niet door de Bijbelschrijvers zelf aangebracht. Wel vindt men in verschillende oude handschriften indeelingen, waardoor de tekst m.n. om hem gemakkelijker te kunnen aanhalen, In grootere of kleinere stukken, die afzonderlijk gemerkt of genummerd zijn, is verdeeld. Onze tegenwoordige hoofdstuk-indeeling is volgens sommigen afkomstig van den kardinaal Hugo van St. Caro, + 1263. Anderen schrijven haar en wel met meer recht toe aan Stephan Langton, aartsbisschop van Canterbury, t 1228. In elk geval is de ver-

u„j. ;« i otilnsMie Riihplhandschnften

(Parijzer bijbel van 1226) aangebracht, daaruit > 1 uoK.po„.,rcoho on nriplfschp hand-

KWam IX, ui ncun.iunoi.uv —„_ —-—

schriften en drukken. Volmaakt is de verdeeling zeker niet, op tal van plaatsen zou men haar anders wenschen. De hoofdstukken hadden aanvankelijk nog geen verzen, doch werden door

,.xi a d n „„™ «n^orworHppIrl Misse ti i en is

leners n. o \* cut*. «uu^

deze onderverdeeling het eerst aangebracht door Hugo van St. Caro. [ 17.

Hooft fPïeter Corneliszoon), 1581—1647,

beroemd Nederlandsch dichter en geschiedu.::,,*~ Ai0 Aon invlnprl ondergaan had van

de Italiaansche-Renaissance litteratuur. 1609 Drost te Muiden, baljuw van het Gooi. Op het Muiderslot verzamelde Hooft een voornamen kring van letterkundigen, onder welke ook Vondel, Tesselschade. Zijn levensspreuk was:

uiu1uuu3 lUEUl , IUU1 * . ,

Hoogaltaar. Het voornaamste altaar in ae Roomsch-Catholieke kerk. Sints Gregorius VI i l Ac D^nn.c./.li-r'atlinliptp lfprtpn ge¬

was lici ui KUUU101.II-V.U.V..W.. g-

bruikelijk meerdere altaren op te richten. Het i ü t,Q+ onn,iotii;;wtp hphipld ziin nlaats

MUUgdUaai, lltl cuuu.u.ni.|...v| —r-- -

in het koor van de kerk, het was boven aen beganen grond, en van trappen voorzien, terwijl de andere altaren zich bevonden aan pilaren, tegen de muren, in nissen en in kapellen. [ 28. Hooge Raad (Sanhedrin), een college van

grooie oeiecKenis ui isiaci. i/e •->".««..—.■■•, van het Grieksche Synhedrion, dat vergadering beteekent, in het Latijn Synedrium, is ook in

het latere Hebreeuwsch overgegaan. Een tractaat van de Mishna draagt den naam Sanhedrin, en

bevat allerlei Duzonaerneuen.

De joodsche overlevering leidt den Hoogen Raad af van Mozes (Num. 11 : 16), doch ten onrechte. In het Oude Testament is in de dagen van Mozes noch in den tijd van Israëls wonen in KanaSn tot de ballingschap een spoor van zulk een lichaam te ontdekken.

Eerst in den tijd der uneKscne overiicci»wiiuB wordt hij vermeld door Flavius losephus onder den naam gerousia, d.i. senaat, of raad der oudsten.

De naam sanneann kuuu u."*"»

Herodes. „„*„i^

Het Sanhedrin was waarscnijnitjK samcugco.c.v. uit 71 leden, en gevormd uit de aanzienhjksten der Joden, Aanvankelijk telde het zijn leden voor¬

namelijk onaer ae priesters. ^ —■ —

Alexandra (69-68 v. Chr.) behoorden er ook

Farizeërs toe. Ais in maun. e.i . n, ".«.v..-., . io eo ,k . 1 onnt» ia van ^overonesters.

schriftgeleerden en oudsten", hebben wij te

denken aan de saaauceescnc w — leden van den Raad.

Voorzitter was de hoogepnesier, me ai»™» __i ij. __i. ,•„ „o* rpchtsgpding tegen

aanig optreeui uun m «v. "*»»ti ° "

jezuf (Matth. 26:59). Wanneer ^maatregelen

tegen ae apostelen en uc juiib». -~---genomen (Handel. 4 : 15; 5 : 21, 27 34L 41, 6:12,15), en bij andere gelegenheden (Joh. u . 4/,

Handel, il \ om; &o :

De werkkring van den Hoogen Raad lag op administratief gebied en op dat der rechtspraak, terwijl hij ook politieken invloed had.

Wat het administratieve betreft: hem was door de Romeinsche overheid de inning van belasting opgedragen, althans in de jaren 6—66 n. Chr.; dit geschiedde door de „tollenaren", die deze belastingen pachtten.

Niet altijd was de bevoegdheid van het banhedrin even groot: Gambinius, in 57—55 v. Chr. proconsul van Syrië, deelde het Joodsch gebied in 5 districten, en gaf aan ieder van deze zijn Sanhedrin of synode, wat natuurlijk de beteekenis en den invloed van het Jeruzalemsche Sanhedrin beknotte. Aan zulk een plaatselijken, dtótricts-; raad zullen wij Matth. 5 : 22 te denken hebben.

Julius Caesar gaf in 47 v. Chr. aan den Hoogen Raad zijn oude bevoegdheden terug.

Als rechtsprekend college zien wij den Kaaa in werking bij verschillende gelegenheden, die het Nieuwe Testament vermeldt. De Heere Jezus wordt door hem ter dood veroordeeld; de Raad had het recht verschillende straffen op te leggen, ook kon hij een doodvonnis uitspreken, dat echter door de Romeinsche overheid moest bekrachtigd en ten uitvoer gelegd worden.

Van het geding tegen Stefanus (Handel. 7), kan niet gezegd, dat het in allen vorm ten einde werd gebracht: zijn ter dood brenging was niet het gevolg van een in alle deelen formeel proces.

Het is, naar den vorm, bij de veroordeeling van Jezus naar de regels der rechtspraak, die voor den Hoogen Raad golden.

Mpt dpn val van leruzalem, 70 n. Chr., ver¬

dween ook het Sanhedrin. Wel wordt er ook daarna nog hier en daar in Palestina, bijv. in Jabne, later ook in Tiberias, een „Sanhedrin ge-