is toegevoegd aan uw favorieten.

Christelijke encyclopædie voor het Nederlandsche volk

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IDENTITEITSFILOSOFIE — IDYLLE

5

Identiteitsfilosofie wordt o.a. de filosofie van Schelling genoemd, toen hij in zijn derde periode op het voetspoor van Spinoza het fysische en het psychische, natuur en geest in dezen zin vereenzelvigde, dat hij ze beschouwde als twee zijden van dezelfde zaak. Het Absolute is tweepolig, het is natuur en geest. De natuur is zichtbare geest, de geest is onzichtbare natuur. Deze korte aanduiding is voldoende om te verstaan, dat alleen bij een pantheïstisch stelsel, waarbij de scheidslijn tusschen God en het schepsel wordt uitgewischt, van identiteitsfilosofie sprake kan zijn. [ 14.

Idiotie, imbecillitas, debilitas mentis. Met deze drie woorden worden aangeduid verschillende graden van achterlijkheid van geest. Zulke personen noemen we dan idioten, imbecillen of debielen. Men spreekt ook wel van aangeboren zwakzinnigheid, in tegenstelling met de verkregen zwakzinnigheid (dementie), die ontstaat door een geestesziekte, die de geestelijke vermogens in meerdere of mindere mate vernietigt. Men is gewoon iemand, die achterlijk is, idioot te noemen, wanneer zijn geestelijke ontwikkeling blijft beneden een kind van 6 jaar; iemand is imbecil, wanneer zijn geestelijke ontwikkeling blijft staan op 't peil van een schooljongen, en kan iemand op school nog wel tamelijk leeren maar ontwikkelt iemand zich daarna niet verder, dan hebben we iemand voor ons, die debiel (zwak van geest) is, De grenzen tusschen deze verschillende graden van zwakzinnigheid zijn natuurlijk niet scherp, evenmin als de grens tusschen debiel en dom. In sommige gevallen is de oorzaak der gebrekkige geestelijke ontwikkeling te zoeken in misvormingen der hersenen of in hersenziekten, die het kind in zijn prilste jeugd of zelfs vóór de geboorte reeds doormaakt; maar in vele gevallen kunnen we de oorzaak, waarom ouders een idioot kind krijgen, niet aangeven. Zeker is wel, dat een kind niet alleen door een val op 't hoofd achterlijk wordt. Dikwijls gaat achterlijkheid van geest samen met gebrekkige ontwikkeling van het' lichaam, maar volstrekt niet altijd; zelfs zijn er onder de idioten, wier lichaam zoo harmonisch ontwikkeld was, dat ze als schoonheden in hun omgeving bekend waren.

De laagst staande idioten staan in ontwikkeling verre beneden onze huisdieren; ze kunnen zelfs niet leeren loopen; ondanks dat hun zintuigen gezond zijn, nemen ze niets met bewustzijn waar; andere idioten leeren nog wel loopen en andere bewegingen, maar verder niets en zijn dan dikwijls zeer lastig door hun doellooze bewegingsdrang. Matige graden van idiotie worden dikwijls eerst opgemerkt, wanneer een kind op school komt, hoewel opmerkzame ouders vóór dien tijd reeds bespeurd hebben, dat het kind veel later heeft leeren spreken en zindelijk zijn, dan anderen. Onder de lichte vormen van achterlijkheid treffen we dikwijls personen aan, wier kennis vrij voldoende is voor hun leeftijd, maar die mislukken als ze in het leven op hun eigen beenen moeten staan; natuurlijk kunnen zulke personen in een ondergeschikte positie onder goede leiding nog bruikbare leden der maatschappij worden. Dikwijls is het niet ge¬

makkelijk uit te maken of een kind of een volwassene achterlijk is; men moet zoo iemand dan vergelijken met een persoon van denzelfden leeftijd en die onder dezelfde omstandigheden opgroeit of is opgegroeid: iemand uit hoogere kringen en aan wiens opvoeding alles is ten koste gelegd, zal vrij wat achterlijk kunnen zijn en toch veel meer kennis kunnen bezitten (van vreemde talen, b.v.) dan een boerenjongen met een goed verstand. Iemand die achterlijk van geest is, blijft zijn leven lang natuurlijk achterlijk; in sommige gevallen treedt op verderen leeftijd een versuffing in, en bij anderen vinden we later allerlei verschijnselen van geestesstoornis, als b.v. onrust, hoogheidswaan enz. Achterlijke kinderen moeten 't liefst in afzonderlijke inrichtingen worden opgevoed, waar men aan velen nog iets leeren kan, en waar de Iaagststaande en de onmaatschappelijke idioten op een doelmatige manier verzorgd kunnen worden. [ 38.

Idolatrie of juister Idololatrie is gevormd uit twee Grieksche woorden eidolon (beeld) en latrela (vereering, dienst). Het beteekent dus beeldendienst. Daar echter bij de vereering van de godheid door middel van een beeld dit laatste ook zeer gemakkelijk met de godheid zelve kan geïdentificeerd worden, en eidolon daardoor niet alleen het afgodsöeeW, maar ook den afgod zelf aanduidt, wordt idolatrie ook wel gebruikt in den zin van afgoderij in het algemeen. In aansluiting hieraan wordt het verder, gelijk b.v. aan de Theologische School te Kampen gebruikelijk is, toegepast op de studie van de niet-Christelijke godsdiensten. [ 10.

Iduna of Idhun, een godin uit de Noorsche fabelleer, een dochter van den dwerg Ivaldi en de echtgenoote van Bragi, den god der dichtkunst. Zij was de bezitster der gouden appelen, waaraan de goden hun eeuwige jeugd te danken hadden. De reus Thiazi dwong eens den door hem gevangen genomen Loki, om Iduna met haar appelen aan hem over te leveren. Loki zorgde er voor, dat zij naar de goden kon terugkeeren. [ 24.

Idylle afgeleid van het Grieksche woord eldiyyiov (een klein beeld) is een dichterlijk tafereel aan den eenvoudigen aartsvaderlijken tijd ontleend, toen men zich in de bevrediging der eenvoudigste behoeften gelukkig gevoelen. Een idylle is hoofdzakelijk aan het eenvoudige leven van herders, jagers of visschers ontleend. Vooral het herdersbednjf bood ruime stof voor de idylle. Zulke gedichten werden door de Grieken gerangschikt onder de bukolische poëzie. De idylle had bij de Grieken eerst een epischen vorm, maar later kwamen er lyrische elementen bij bij zooals Stesichoras, die het lijden van Daphnis bezong. In het Alexandrijnsche tijdperk schetste Theokritus schoone tafereelen uit het herdersleven. Bij de Romeinen muntte op dit gebied uit Vergilius. Bij de Italianen Tasso en Guarini. In Frankrijk maakte de idylle dichters teveel jacht op sierlijkheid om natuurlijk te blijven. In Duitschland was een idylle dichter Salomon Qeszner. Later groeiden Muller, Vosz en Goethe hem over het hoofd. In Nederland beoefenden Wellekens en Vlaning deze dichtkunst, alsmede Poot. [ 24.