is toegevoegd aan uw favorieten.

Christelijke encyclopædie voor het Nederlandsche volk

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ISABELLA

81

uren ten Zuiden van Londen, sinds 1826 om zich onderscheidene mannen die zich ten doel stelden het onderzoek van de profetische geschriften van het Oude Verbond en de Openbaring van Johannes. Als vrucht van dit onderzoek stelden zij hun conclusies vast. De tegenwoordige bedeeling zou weldra moeten eindigen. Oods oordeelen waren aanstaande. De zichtbare Kerk en Staat zou Hij vernietigen. De Joden zouden in hun land worden teruggeleid. De oordeelen zouden eindigen in de oprichting van het duizend-jarig rijk en bij de stichting daarvan zou plaats hebben de wederkomst van Christus. Spoedig zou de Heere komen ; die het geloofden moesten deze verwachting onder de volkeren verbreiden.

Eén uit dezen kring nu kwam op de gedachte dat het niet weinig tot het aanzien en de vordering van hun beweging zou bijdragen indien het kon gelukken den gevierden Londenschen prediker Irving op hunne zijde te krijgen. En inderdaad gelukte dit, mee in verband met Irvings lust tot al wat nieuw was en groot scheen. De eschatologische gedachten trouwens waarmee hij hier kennis maakte, boden hem een welkomen prikkel voor zijn ernstige prediking tot boete en bekeering. Weldra werd hij de ziel van de Alburyconferenties en van het tijdschrift: The Morning Watch, Journal of Prophecy. Overigens was hij met de erkende leider der beweging; veelmeer hield hij zich op den achtergrond.

Maar toch ging van hem de invloed uit die de nieuwe leer deed ingang vinden. Reeds in

loco wisi nij, volgens oerekeningen gegrond op Openb. XVI, te voorzeggen in welk jaar Christus wederkomen zou, nl. in het jaar 1864. De in Openb. XI : 3 genoemde 1260 dagen, zoo maar even in jaren veranderd, waren sinds Justinianus I juist met de Fransche Revolutie beëindigd en nu jeefde men in het laatste der dagen. Dat Christus niet veel vroeger teruggekomen was, het was de schuld der Kerk die het vijfvoudig ambt van apostelen, profeten, evangelisten, herders en leeraars tot verval had laten komen. Men verwachtte nu terugkeer van de buitengewone verschijnselen die den apostolischen tijd gekenmerkt hadden. En inderdaad, zoo waande men, die verschijnselen keerden weder. Er werd weer gehoord een spreken in wondere klanken, te vreemd om er eenige verklaring van te kunnen geven. Meermalen herhaalde het zich. En reeds werd weer beluisterd de roep, dien men overtuigd was dat de Geest ingaf: zend ons apostelen! berst geschiedde dit spreken in tongen bij gelegenheid van huisgodsdienstoefeningen. Maar na eemg aarzelen liet Irving de profetische stemmen ook in de kerkelijke godsdienstoefeningen aan het woord komen. Dit leidde tot een breuk met zijn Kerk, aangezien het Presbyterium van zijn geboorteplaats Annan, aan hetwelk zijn zaak door de commissie uit de Generale Synode der Schotsche Kerk was opgedragen, hem deswege afzette Trouwens, voor deze afzetting was de verstoring per orde in de godsdienstoefening niet de eerste ■elfs niet de voornaamste reden. Er was bij ■«Y/"8 ook gecona*ateerd afwijking van de belijdenis op een bepaald punt. Irving had zijn bijzondere gedachten aane-aande de men«,-heiK£»

natuur van Christus en m»tiQ Hio —i. I

— «... ...twAit uit um uuuiien. i

Ene. III

Hij oordeelde dat in Christus' menschelijke natuur evenals in de onze, neigingen tot de zonde werden gevonden, ofschoon Christus — anders dan wij — die neigingen altijd overwon. Het vleesch des Heeren noemde hij zondig; de verzoeking had hier haar aanknoopingspunt; de mogelijkheid had bestaan van Christus' val. In alles toch zeide hij, is Christus ons gelijk geworden. Het „uitgenomen de zonde" bepaalde hij tot de zondige daad. Vandaar dat er ook een soort wedergeboorte voor den Heiland noodig was geweest en Hij ook daarin ons ten voorbeeld mocht heeten. Hij vergat dat het éénzijdig en ongeoorloofd is het „zonder zonde zijn" van Christus, dat de Schrift leert, slechts op de daad *e betrekken en dat wii een volmaakt-reinen Middelaar noodig hebben ter zaligheid.

De eerste „Irvingianen" hebben deze dwalingen terzijde gelaten; bij vele Neo-Irvingianen zijn ze herleefd.

Na zijn afzetting kwam Irving met zijn hem »«ouw blijvende volgelingen in een zaal bijeen. Maar op den achtergrond kwam hij, toen door de profeten apostelen werden aangewezen en allengs het bovengenoemde vijfvoudig ambt welks verval men betreurde, volledig herleefde. Irving heeft deze ontwikkeling meer geduld dan aangemoedigd. Na zijn afzetting moest hij door een apostel weer in het ambt worden gezet. Maar zijn ambt klom niet hooger dan dat hij net bracht tot „engel" van de hoofdgemeente te Londen, waarnaast weldra zes andere gemeenten verrezen, samen vormende de vernieuwing van de zeven gemeenten uit Johannes' Openbaring Maar apostel werd hij niet. Zelfs de profetische gave bleef hem tot zijn diepe smart ontzegd (hoewel hij aan de andere zijde zich zoozeer zelf de ziel der beweging voelde dat hij ergens van „mijn" apostelen en profeten spreekt). Hij heeft veel strijd gekend en veel lijden doorgemaakt. Op zijn veertigste jaar zag hij er uit als een grijsaard. Zijn gezondheid bleek geschokt Zijn geneesheer ried hem aan een verblijf in het Zuiden, maar profetische voorspelling gebood hem naar het Noorden, naar Schotland, te gaan waar massale bekeering hem als gevolg van te houden prediking werd toegezegd. Evenwel, het liep geheel anders af. Hij kwam in Schotland alleen om er te sterven.

Hij was een man versierd met de gave van het zich gemakkelijk te kunnen bewegen op elk terrein van het leven; een man die velen wist te winnen v*or zijn eigenaardige inzichten • een man die meer predikte de dure roeping om den oorspronkelijken adeldom van het menschelijk geslacht weder te vertoonen dan den rijkdom der genade die zich over het verlorene ontfermt Niettemin werd zijn oprechtheid en vroomheid door vriend en vijand erkend.

Zijn Kerk noemde zich niet bij voorkeur naar hem, schoon anderen zijn volgelingen gemakshalve gaarne als „de Irvingianen" betitelden maar liever: de Heilige,Catholieke, Apostolische Kerk (zie het art. Apostolischen). [ 41.

isabeUa. I. Isabella van Castilië, geboren 1451. Zij was de gemalin van Ferdinand van Arragon. Ijverig heeft zij gearbeid voor de verdrijving der Mooren uit Spanje. Zij is tevens