is toegevoegd aan uw favorieten.

Christelijke encyclopædie voor het Nederlandsche volk

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

124

JAVA

durende toestand ingetreden, dat alle Residenties staan onder Nederlandsch gezag, maar de Vorstenlanden nog het bewind der vorsten uit de aloude dynastie hebben; ais van zelf staan ook die vier vorsten, van wie de Soesoehoenan te Solo de voornaamste is, onder Neerlands heerschappij. Doch in die overblijfselen van Matarams macht schittert voor de Javanen nog altijd iets van hun eeuwenoude glorie; naar Djocja en Solo houden zij het oog gericht; in zooverre zou Solo de stad van Java kunnen genoemd worden. Gerekend evenwel naar den zetel der vele regeeringscolleges en der meeste departementen (al woont de Gouverneur-Generaal te Buitenzorg) en naar het centrum van het leven der Nederlandsche bevolking is Batavia de hoofdplaats niet alleen van Java, maar van geheel Insulinde. — De overheersching, eerst van de Hindoe's, daarna van de Mohammedanen en eindelijk van de Hollanders, heeft diepe sporen in het Javaansche volksleven getrokken, a. Gedurende de ongeveer duizendjarige overheersching (403— 1400), waarin zij hun heerschappij steeds verder over Java uitbreidden, hebben de Hindoe's het in Voor-Indië gebruikelijke kastenstelsel met zijn scherpe grenzen tusschen de verschillende standen niet overgeplant, maar toch wel den enormen afstand tusschen „meerderen" en „minderen" in het leven geroepen, die aan het Javaansche karakter den trek van kruiperige onderdanigheid en slaafsche gedweeheid ingedrukt heeft. Er worden op Java zelfs tweetalen gesproken: Ngoko (laag-javaansch), de taal van de meerderen tot de minderen en van eikaarsgelijken wanneer zij vertrouwelijk willen zijn, èn Kromo (hoog-Javaansch), dat de mindere, in het Ngoko toegesproken, tegenover zijn meerderen heeft te gebruiken, en dat eikaars-gelijken gebruiken als zij vormelijk-beleefd begeeren te wezen. Ook hebben de „minderen" allerlei hormat-vormen (eerbetoon) in acht te nemen, zooals silo-zitten en de semba-maken. Toch heeft het Hindoe-tijdperk den Javanen ook veel goeds gebracht: verbetering van het landbouwbedrijf en van den sawah-bouw, óók van de ruwe zeden en van de rechtspraak; letterschrift en litteratuur ; niet 't minst op het gebied van de kunst; de gamalan werd een orkest, de wajang (schimmenspel) groeide tot een soort van Javaansch tooneel, en de tempels voor den Hindoe-eeredienst verrezen op onderscheidene plaatsen, waarvan de ruïnes (tjandi's) nu nog altijd de bewondering gaande maken; zoo de Boeddhistische tempels Boro-Boedoer en Mendoet èn de Shiwatempels op het Doëngplateau en te Pzambanas. b. Tijdens de Mohammedaansche overheersching (van de 15de tot de 17de eeuw) kreeg de Javaansche saamleving, ook al behield zij heel veel van het oude, toch het stempel van het Islam-leven, dat maar één bepaald en vaststaand stelsel erkent. Het eigenlijke harem-leven bleef de Javaansche vrouw gespaard, maar in het tijdens de Hindoe-periode streng monogamische huwelijksleven traden al sterker de door den Islam geoorloofde practijken der polygamie te voorschijn; de sluier werd niet ingevoerd, maar wel de „verstooting" van de vrouw, zij 't dan ook in milder toepassing. Dat de doordringing

van den Islam aan Java's beschaving ten goede zou gekomen zijn, wordt door bevoegde beoordeelaars steeds ontkend; er zijn er ook onder de huidige leiders op Java, die openlijk zeggen „dat de Islam de bederver was der javaansche beschaving", c. Oost-Indische Compagnie en Nederlandsch Bestuur. Hebben beide zeker veel gedaan voor Java's volk, zooals het nemen van verschillende maatregelen tot bescherming van de Inlandsche bevolking tegen de inhaligheid van haar eigen „hoofden", een einde maken aan die steeds weer voorkomende oorlogen tusschen de Inlandsche vorsten, die 't beste van het volksleven wegroofden, het-zich-aantrekken van het lot der verdrukte Inlanders (Daendels), het aanleggen van goede verkeerswegen (Daendels) etc. etc. Maar hebben beide toch ook Java's volk „geëxploiteerd", getuige o. m. de gedwongen koffiecultuur, de verplichte leveranties, de contingenten, de heerendiensten en het cultuurstelsel; ook hebben beide zich aan de opvoeding, ontwikkeling en verheffing van Java's bewoners niet veel gelegen laten liggen. Die koloniale politiek verdiepte en vergrootte de toch al tusschen Westerling en Oosterling gapende klove. Gelukkig is er sinds de helft der vorige eeuw in de regeeringswijze een gunstige ommekeer gekomen; maar het blijft toch altijd nog een eereschuld voor Nederland, om de zoogenaamde „ethische koloniale politiek" zoo overtuigend te voeren, dat Java's bevolking het donker verleden gaat vergeten, en aan de leiding van uit het Westen zich van harte overgeeft.

Tengevolge van deze onderscheidene perioden van overheersching hebben de godsdienstige denkbeelden en practijken der Javanen in der eeawen loop groote en ingrijpende wijzigingen ondergaan. Van Animisten werden zij belijdërs van den Hindoe-godsdienst en later weer aanhangers van het Mohammedanisme. Sinds de op Oost-Java 't langst weerstrevende Hindoe-Javen verdreven werden naar Bali, is Java een geheel Mohammedaansch land, op een paar kleine heidensche stammen na, n.1. de Badoewi's in het Zuiden van Bantam en de Tenggereezenopden vulkaan Tengger in den „Oosthoek". — Bij de aanvaarding van het Hindoeïsme bleef het Animisme evenwei behouden, en ook bij het overnemen van het Mohammedanisme bleef het Animistisch-getinte Hindoeïsme voortleven; zoodat der Javanen religie een mengsel is van drie godsdiensten: Animisme, Hindoeïsme en Mohammedanisme. Officiëel zijn de Javanen Mohammedanen; en willen zij dat ook zijn; maar de overgroote meerderheid is toch nog Animist (meer of minder Hindoeïstisch gekleurd) in hatt en religieus leven. — De kracht van den Islam is op ÏVesf-Java vrij sterk; oorzaken daarvoor: a. de Islam kreeg er ingang door de gewone propaganda van „doordringing"; b. het Hindoeïsme was er niet een macht geworden als op andere deelen van het eiland. Ook de Madoereezen op Oosf-Java (en Madoera) zijn over het algemeen nog al fijn-Mohammedaansch; doordat de Hindoe-Javanen vandaar verdreven werden, kon de Islam al dieper wortel schieten in het volksleven. In betrekkelijk geringe mate heeft op Midden- en Oos.-Java de Islam de oude