is toegevoegd aan uw favorieten.

Christelijke encyclopædie voor het Nederlandsche volk

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

128

JAVA-COMITE

onderwijsinrichting te sluiten en de school in naar tegenwoordigen vorm te liquideeren.

Kort geleden bracht Dr J. R. Mott, de voorzitter van den Internationalen zendingsraad, een bezoek aan Java. Hij was verbaasd over den zegen, waarmede dejava-zending wordt gekroond. Hij drong zeer aan: a. op de zorg voor de rijpere jeugd, b. op meer naar voren brengen van het Inlandsche element, b.v. als sprekers in vergaderingen en als leden van besturen en c. op meer bekendheid geven van het in NederlandschIndië en óók op Java verrichte zendingswerk aan de Christelijke gemeenschap van andere landen. [ 35.

Java-Comité. Ontstaan. Opgericht in 1855 te Amsterdam, als gevolg van een door den heer J. Esser, oud-Resident van Timor gehouden zendingsrede, waarin bijzonder gehandeld werd over den zedelijken en godsdienstigen toestand van Java; gelijk de heer Esser trouwens daarna nog herhaaldelijk gesproken heeft over den geestelijken nood der Madoereezen in Java's Oosthoek en op Madoera. Onderdeel van de „Vereeniging tot Verbreiding der Waarheid" te Amsterdam, trad het Java-Comité op als Nederlandsche afdeeling van het „Genootschap van in- en uitwendige zending" te Batavia; met de bedoeling, niet om zelf het zendingswerk ter hand te nemen, maar alleen om dat te steunen. Langzamerhand evenwel toch betrokken in directen zendingsarbeid, verbrak het in 1898 zijn banden aan de twee genoemde corporaties, en werd het omgezet in de vereeniging Het Java-Comité. — Grondslag. Bij de oprichting koos het Java-Comité den grondslag der beide corporaties, waaraan het verbonden was; en óók in zijn nieuwen vorm van vereeniging Het Java-Comité bleef het de Schriften van het Oude en Nieuwe Testament als het Woord van God erkennen. Ten doel heeft de vereeniging: de verbreiding van het Christendom op Java en in de andere deelen der Nederlandsche Oost-Indische bezittingen; welk doel zij tracht te bereiken door de opleiding en uitzending van zendelingen en de Evangelie-prediking der uitgezonden personen. —

Zendingsarbeid. — A. Batavia. In 1860 is het Java-Comité te Batavia begonnen te werken, vooral op het gebied der inwendige zending, waaraan P. B. Haag een groote uitbreiding gaf; ten slotte is deze arbeid overgedragen aan de Indische kerk. — Ruim een tiental jaren wijdde zendeling Geissler zich daar aan de zending onder de Chineezen; in 1903 werd de gemeente, bestaande grootendeels uit Christen-Chineezen, met haar kerkje in de benedenstad, en met al het personeel overgedragen aan de Nederlandsche zendingsvereeniging. Sinds heeft het Java-Comité nog twee zendingsterreinen: Angkola op Sumatra en Oost-Java met Madoera.

B. Angkola. Daar kwam bet Java-Comité in 1864, toen het de drie door de zendingsgemeente van Ermelo gezonden zendelingen overnam: J. Dammerboer, M. van Dalen en J. Ph. D. Koster, welke laatste nog in datzelfde jaar overleed. — Angkola, gelegen onmiddellijk ten Zuiden van het gebied der Rijnsche zending, was door den Islam «1 aangegrepen, zoodat de twee overgebleven zendelingen den zwaren twee-fronten-

strijd hadden te voeren: zoowel tegen den opdringenden Islam als tegen het Bataksche heidendom. In 1882 moest van Dalen voor goed repatrieeren, waardoor heel het moeilijk werk op Dammerboer alleen kwam te rusten; deze heeft heel zijn leven tot in zeer hoogen ouderdom — langen tijd was hij de oudste dienstdoende zendeling in Oost-Indie — met voorbeeldige toewijding de Angkola-zending gediend en ook betrekkelijk veel vrucht op zijn arbeid gezien; zijn naam zal in de geschiedenis der zending steeds met eere genoemd worden. (10 October'25 is hij op 96-jarigen leeftijd ontslapen). — Mede door de hulp van de zendelingen W. H. Th. van Hasselt (uitgezonden 1897) en H. J. Eggink (uitgezonden in 1900) kwam de zending hier, zij 't met kleine passen, vooruit, nam het getal Christenen langzaam aan toe, en breidde het getal posten zien uit, waaronder als bekende: Oeta Rimbaroe, Si-Matorkir en Pangaroetan. Naar de laatste berichten groeit onder de ChristenBatakkers van Angkola de belangstelling, en ook het streven, om deel te nemen aan den arbeid. Een paar nieuwe gemeenten werden gevormd, hoofdzakelijk door emigranten van het terrein der Rijnsche zending. De gezondheidstoestand van zijn vrouw liet zendeling Eggink nog niet toe van verlof terug te keeren, zoodat zendeling van Hasselt al geruimen tijd alleen dit arbeidsveld te verzorgen heeft. — De groote beteekenis der Angkola-zending is tweeledig: a. het verder oprukken van den Islam tegenhouden en b. de uit Toba naar het Zuiden emigreerende ChristenBatakkers bewaren bij de waarheid van het Christendom. — Twee goeroe's konden als pandita-Batak worden geordend. Het hulpziekenhuis blijkt steeds meer in een behoefte te voorzien.

C. Oost-Java. Geheefin den geest van den heer Esser, bood diens zoon Dr. J. P. Esser zich in 1878 bij het Java-Comité aan, om te beginnen met de zending in Java's Oosthoek en op Madoera. Eenige jaren was hij op Java werkzaam, toen hij naar Holland terugkwam met groote plannen voor de zending onder de Madoereezen, maar midden in het voorbereidingswerk overleed (1899). De door hem geordende Paq Ebyng zette het werk te Soember-Paken voort, deed in later tijd niet weinig tot steun en versterking van het zendingswerk, zelfs mocht hij in 1912 zijn 25-jarig ambtsfeest vieren. —

De zendelingen Van der Spiegel en Dedecker hebben het door Esser begonnen werk voortgezet en uitgebreid; zij vonden echter bij de Madoereezen maar weinig ingang; doch, vooral ook door de uitzwermingen uit Modjo-Warno, kregen zij belangrijke Christen-gemeenten uit de Javanen",' die thans over de 4000 leden tellen. Hoofdpost is Bondowoso, met 10 bijposten.

Op Madoera werkte Paq Ebyng korten tijd, zonder gehoor te vinden. Zendeling K. Hendriks deed daar in 1905 een onderzoekingsreis, en ook op de Kangeon-eilanden. Zendeling H. W. v. d. Berg werd uitgezonden om het werk onder de bewoners van Madoera te hervatten; en sedert 1912 is zendeling Schelfhorst werkzaam op de Kangean-eilanden, waar de Islam niet zoo overheerschend is als op Madoera; toch klaagt ook