is toegevoegd aan uw favorieten.

Christelijke encyclopædie voor het Nederlandsche volk

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

130 JEBUS -

haar mededeelingen voor ongeloofwaardig. Zij hadden nooit in de boeken van zoo iets gelezen. Zij antwoordde: „In de boeken van mijn God staat meer dan in de uwe". Toen vroeg men haar naar een teeken. Zij antwoordde: „Ik ben hier niet gekomen om teekenen te doen, maar opdat gij met mij naar Orleans zoudt gaan. Daar zult gij het teeken zien". Eindelijk verklaarden de geleerden van Poitiers, dat zij niets bij haar gevonden hadden, dat strijdig was met het Catholieke geloof, zoodat de koning haar hulp wel kon aanvaarden.

Nu werd Jeanne toegerust met een blanke metalen rusting. Haar zwaard liet zij halen uit de Catharina-kerk te Fierbois. De koning gaf haar een gevolg: een stalmeester, twee edelknapen, twee herauten en een kapelaan. Men verwonderde zich er over, hoe gemakkelijk zij paard reed en de lans gebruikte. De geschiedschrijver zegt: „zij was groot voor haarsexeen leeftijd, zeer krachtig maar slank en fijn gebouwd; haar gelaat was lieflijk, haar kleur bleek, het voorhoofd middelmatig hoog, de oogen groot en amandelvormig, haar blik had iets zwaarmoedigs, maar onbeschrijfelijk liefelijks; haar neus was recht en eenigszins smal; haar lippen waren fijn besneden en ietwat rond; de kin was klein en haar kastanjebruine haren vielen over de slapen op den blanken hals".

Het geloof aan haar hemelsche wijding maakte haar sterk en onoverwinnelijk. Haar eerste heldendaden waren het ontzet van Orleans, het laatste bolwerk van de Franschen (1429) en detocht met haar koning naar Rheims, waar deze werd gekroond. Zij had alle zwarigheden overwonnen en schitterend hulp geboden. Frankrijk begon weer op te leven. Er kwam weer moed in de moedelooze harten.

Zij achtte met deze wapenfeiten haar roeping niet vervuld, zooals sommigen meenen (o.a. Oehninger in zijn Geschiedenis van het Christendom). Integendeel, zij wilde het gansche land van Engelschen bevrijden, maar de zwakheid des konings, de nijd der hovelingen, de tegenwerking der veldheeren verlamden haar invloed. De aanval op Parijs mislukte. Zij werd voor deze stad voor de eerste maal gewond. Zij moest nu zich terugtrekken achter de Loire en zij moest van dien tijd af met een klein hoopje getrouwen alleen den strijd voeren. Bij Compiegne werd zij door de Bourgondiërs, de bondgenooten der Engelschen, gevangen genomen (1430) en aan de Engelschen overgeleverd. Zij werd naar Rouaan gevoerd en daar verhoord door een geestelijke rechtbank, die wel uit Franschen bestond, maar onder den druk der Engelschen stond. Zij werd veroordeeld als tooveres. Aan tooverij had zij haar glorie te danken en daaraan waren de tegenslagen der Engelschen te wijten. De punten van beschuldiging waren in hoofdzaak twee t. w. het dragen van mannelijke kleedij en haar visioenen. De partijdig opgestelde piocesacten werden aan een rij van autoriteiten voorgehouden, allereerst aan de universiteitte Parijs. Allen bevonden haar schuldig. Zij werd tot den vuurdood veroordeeld. Vreeze beving haar en zij herriep haar visioenen, daartoe van alle zijden geprest. Nu werd zij gevan-

JEDAR

gen gezet. Een strik werd haar op listige manier gespannen. Zij trok weer mannenkleediag aan toen een Engelsche Lord haar geweld wilde aandoen. Toen gold zij voor een afvallige, want zij beleed ook, dat zij alleen door vrees voor het vuur haar visioenen voor onecht verklaard had. Toen was haar lot beslist. Op 30 Mei 1431 betrad zij den brandstapel, nu niet bevreesd maar blijmoedig belijdende, dat de Heere haar geroepen had om Frankrijk te bevrijden. Het proces werd later op aanvraag der familie herzien en in 1456 werd zij in haar eer hersteld. Schiller dichtte te harer eere Die Jungfrau von Orleans en Voltaire leverde zijn Pacelle d' Orleans. [24.

Jebus, Jebusieten. Onder de volken, die vóór de Israëlieten in Kanaan woonden, kennen we de Jebusieten beter dan de Ferezieten, de Girgasieten en de Hevieten. In Num. 13 : 29 komen de Jebusieten voor, naast Hethieten en Amorieten, als bewoners van het gebergte (vgl. Joz. 11 : 3). Waar we iets naders van hen vernemen, treffen we hen steeds aan als bewoners van Jeruzalem (Joz. 15 : 8, 63; 18 : 16, 28; Richt. 1 : 21; 19 : 10, 11; 2 Sam. 5:6 en elders). Jeruzalem wordt dan ook wel genoemd „de stad van den Jebusiet" (Richt. 19 : 11); korter „de Jebusiet" (Joz- 15:8: 18:16), nog korter „Jebus" (Richt. 19 : 10, 11). Men meende vroeger, dat Jebus de oorspronkelijke naam der stad was, en dat ze pas ten tijde van David (circa 1000 v. C.) den naam Jeruzalem had gekregen. De onjuist- i heid hiervan is bewezen door het feit, dat de stad reeds in de Amarna-brieven (circa 1400 v. C.) Urusalim d.i. Jeruzalem genoemd wordt. Het zal dus wel zóó zijn, dat Israël, na de in! neming der Jebusieten-burcht door David (2 Sam. 5), den ouden naam Jeruzalem weer tot eere heeft gebracht. Ethnologisch schijnen de Jebusieten verwant aan de Hethieten, althans in ruimeren zin. Toen de Amarna-brieven geschreven werden, regeerde er te Jeruzalem een vorst AbdHiba, genoemd naar een godheid uit de Hethietische sfeer: Hiba of Hepa. Let men hierbij op Ezech. 16 : 3, 45, dan is het niet onwaarschijnlijk, dat de Jebusieten door vermenging van Amorieten en Hethieten waren ontstaan. Evenals de andere voor-Israëlietische bewoners van Kanaan werden ook de Jebusieten door Salomo voor goed onder slaafschen heerendienst gebracht O Kon. 9 : 20, 21). [ 23.

Jecbonlas, Matth. 1:11, dezelfde als Jojachm, zie aldaar.

Jedar. Een Arabisch woord, van dezelfde beteekenis als het Hebreeuwsche gader, ons: muur (Micha 7 : 11; Ezech. 13 : 5; 22 : 30; 42 ■ 7* Ps. 62 : 4; in het bijzonder: om een wijnberg, Num. 22 : 24; Pred. 10 : 8; Jes. 5:5; Hos. 2 : 5; Spr. 24 : 31; Ps. 80 : 13). Beeldsprakig: Ezra 9:9: ommuurde hof, beschutte! plaats. Als eigennaam: Beth-gader (1 Kron 2:51)J Dr J. Neil, in zijn: Palestina en de Bijbel, wijdn aan den Jedar een heel hoofdstuk. In Palestina] vinden we geen verspreide huizingen, de geheels landelijke bevolking woont bijeen in nauw aan elkaar gesloten huizen, welke onbemuurde dorpen vormen. Maar wat voor een Westerling nog vreemj der is: het land rondom het dorp vertoont ook geen

JU