is toegevoegd aan uw favorieten.

Christelijke encyclopædie voor het Nederlandsche volk

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

202

JOHANNES DE DEO - JOHANNES DE TURRE CREMATA

Dit boek bestond uit drie deelen 1°. dialectiek, 2°. een hereseologie, 3°. een uitlegging van het orthodoxe geloof. In dit laatste werk handelt hij over God, de Drieëenheid, de Christologie en de leer van den vrijen wil. In de leer der Drieëenheid is hij Sabelliaansch, in de Christologie is hij docetisch, het werk van Christus was deels een overwinning van den duivel, deels een plaatsbekleedend offer. In de genadeleer was hij SemiPelagiaansch. Bij de sacramenten verdedigt hij, wat het avondmaal betreft, een milde transubstantiatie-leer. Dit werk wordt „de eerste dogmatiek" genoemd. Johannes had niets oorspronkelijks. Hij heeft als een eclecticus de leer der orthodoxe vaderen in systeem gebracht. Hij heeft niets nieuws geponeerd, maar, evenals de geheele Oostersche kerk, geleefd uit de schatten, die het verleden aanbood. [ 24.

Johannes de Deo (Juan de Dio), eigenlijk geheeten Joan Ciudad, is de stichter van de orde der „Broeders der Barmhartigheid". Hij werd in 1495 in Portugal geboren en leidde aanvankelijk een zeer afwisselend leven. Een tijdlang was hij herder, trad vervolgens in vrijwilligen krijgsdienst en dreef weer later een handeltje in religieuze artikelen. Door een gehoorde preek werd hij echter zóó getroffen, dat hij geheel van leefwijze veranderde en zich voortaan uitsluitend aan de verzorging van armen en lijdenden wijden ging. In 1540 huurde hij een huis te Granada, hetwelk hij bestemde voor het opnemen van behoeftige zieken. En daarmede was de grondslag van de orde der „Broeders der Barmhartigheid" gelegd. Na Johannes' dood — hij overleed den 8sten Maart 1550 en werd in 1690 door Paus Alexander VIII heilig verklaard — werd de nieuwe orde in 1572 door Paus Pius V officieel erkend en gewijd, waarna zij snel in bloei toenam. Later werd de orde gesplitst in twee congregaties, een Spaansche (omvattende Spanje en Amerika) onder een generaal te Granada, en een Italiaansche (omvattende het overige gedeelte van Europa) onder een generaal te Rome. Thans staat de geheele orde onder één generaal, welke te Rome zetelt.

De orde, die schier overal haar afdeelingen heeft, wijdt zich uitsluitend aan het verplegen van zieken, zoowel in eigen hospitalen als ook bij de patiënten aan huis. De broeders, die zich aan dit werk geven, doen zulks geheel belangeloos en mogen uitsluitend van liefdegaven leven. [ 42.

Johannes van Efeze, bisschop en kerkgeschiedschrijver uit de 6e eeuw. Hij behoorde tot de Syrische kerk en was de leer der Monofysieten toegedaan. Hij was de eerste Syrische kerkgeschiedschrijver. Het derde deel, dat de geschiedenis van zijn tijd behandelt, is volgens het oordeel van bekwame kerkhistorici met een objectiviteit, die te prijzen is, te boek gesteld. (J. H. Kurtz. I, 11). [ 24.

Johannes Filoponus, ook genoemd Alexandrinus Grammaticus, leef de omstreeks het begin der 6e eeuw. Hij was een leerling van Ammonius, en stond ten opzichte van de leer der Triniteit, de gedachte van drie goden voor, daar hij de goddelijke natuur en goddelijke zelfstandigheid (hypostase) vereenzelvigde. Zijn geschrift over de eenheid Gods is nog voor¬

komend in uittreksels. Hij schreef verder apologetische werken over de eeuwigheid der wereld, en een commentaar op het Mosaische verhaal van de schepping der wereld. In een geschrift over de opstanding, spreekt hij de gedachte uit, dat de lichamen naar materie en vorm geheel te niet gaan, en er geheel nieuwe lichamen geschapen worden. [ 28.

Johannes van Gischala (in Galilea), Joodsch leider uit den tijd van de verovering van Jeruzalem door Titus (70 n. Chr.). Hij treedt als tegenstander van Josefus op in Galilea; dan als hoofd van de fanatieke volkspartij der Zeloten, in Jeruzalem, toen deze stad door de Romeinen belegerd werd. Hij verdedigde ten laatste met zijn schare aanhangers met den moed der vertwijfeling de bovenstad. Nadat de Romeinen hadden gezegevierd vond men onder de vluchtelingen die door den honger gedreven uit de onderaardsche geheime verblijfplaatsen, waar ze zich verborgen hadden, te voorschijn kwamen, ook hem. Josefus deelt mee dat hij toen voor Tftns' trhimftocht werd bestemd. [ 41.

Johannes van Salisbury, geboren 1115, gestorven circa 1180, uit eenvoudige ouders geboren te Salisbury. Reeds vroeg toog hij naar Parijs, waar hij Abaelard hoorde voorlezen. Hij was op een bijzondere wijze vertrouwd met de antieke litteratuur. Plato en Aristoteles kende hij zeer goed. Dat was een eenig feit in die dagen. Wat zijn kerkelijke idealen betreft, sloot hij zich bij Bernard van Clairvaux aan. Door dezen werd Johannes aanbevolen aan den aartsbisschop van Canterbury Theobald. Hij werd diens secretaris. Zijn uitgebreide correspondentie (327 brieven) bevat een belangrijke bron voor biografie en kerkgeschiedenis. Johannes is zeer bekend geweest met Thomas Becket. Op diens veranderde zienswijze over de verhouding van koningschap en kerk had Johannes veel invloed. In 1159 koos Johannes bij de verkiezing van een paus de zijde van Alexander III. Daarom verloor hij zijn ambt Zijn hoofdwerken zijn: Entheticus sive de dogmate philosophorum, een vergelijking tusschen oude en Christelijke filosofie. Pollcraticus sive de nugis curialium et vestigiis philosophorum, een staatsleer der Middeleeuwen. Metalogicus, een pleidooi voor de nuttigheid der logica. Toen Becket aartsbisschop werd, kwam Johannes weder op den voorgrond te staan. In zijn volgende ballingschap (1163—1180) in Frankrijk schreef hij Vita Anselmi en Historia pontiflcalis. De moord op Becket bracht ook zijn leven in gevaar. Hij schreef na den moord tot aandenken aan zijn vriend Vita etpassio Thomae. Gedurende den laatsten tijd zijns levens werkte Johannes als bisschop van Chartresois. Hij ontwikkelde toen nog een groote werkkracht. [ 24.

Johannes de Turre Cremata (Torquemada), geboren te Valladolid of te Turrecremata, trad, na te Parijs in de theologie gestudeerd te hebben tot de Dominicaner-órde toe, werd door paus Eugenius IV naar Rome geroepen, en werd naar het Concilie van Bazel afgevaardigd. Hij was aanhanger van de pauselijke partij, en bestreed het gevoelen dat een concilie over den paus beslissen moet. In 1439 werd hij tot kardinaal verheven; hij stierf 1468 te Rome. [ 28.