is toegevoegd aan uw favorieten.

Christelijke encyclopædie voor het Nederlandsche volk

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

KAFTAN

bovenwereldlijke. In het Christendom beweegt alles zich om het bovenwereldlijk goed- de zaligheid het deelnemen aan het leven Gods De zedelijke verhouding van den mensch tot de wereld ligt daarin wel besloten, maar is toch secundair. Het positieve in Christus' prediking over het koninkrijk Gods was niet de zedelijke

Crprprhttcrhoitl in an~~ .,.„_..# j . . . tf

° », . weieiu, maar net boven wereldlijk rijk des heils. Wel maakt de gerech tiffheid een psspntïppi haoion^^.i Jt ....

— —-—■ «">i«uuura van ue zaligheid Uit, want zonder zedelijke werkzaamheid

ai" • j 6 . u,cl wuruen genoten, maar de

s. «'« in op. De reltcrip mat in mnnrrln „„„a~~i lu.'i .

„. . " »uu.i«-ui«uccien, wei oe-

staat zij vóór alles in vertrouwen, maar toch is

de kennis van haar nnafci-iio^aiai. rui j_

. , , --- ----» -™«o«.i,tiuciijii. wii waarue-

karakter nu heeft zij gemeen met moraal, kunst

— uuui vcrscnin er ook prin-

p'heLVHn' c bfl moraal noch bii kunst

—vYcicuav.ii<ip is er m eerster instantie van bovenwereldlijke waarde sprake. Bovendien kan de kunst nooit 7pifstanH;rro a~~u u

afhankelijke waarden vormen. Bij de wetenschap heeft mpn tp nnHaror.i.>:j.. ± , . .K

, 7. "«-««.iiciuqu msscnen ae oude, speculatieve, en de nieuwe, empirische. In dé

"T.. : v- «cicuotiKip openoaart zich een

religieuse drang. Zij wil grijpen naar het absolute, naar het bovenwereldlijke. Maar zij bedient zich daarbij van het intellectualisme. Daarom blijft zn thenrptisph sn ti>« i _■■_>__ . 1

• —---—«nu uuun ucvreuiging scnenken. Maar de echte (empirische) wetenschap is meer bescheiden. Zij wil niet meer zijn dan een methodische uitbreiding en correctie van het

n^lT "««i, uai op ervaring Derust.

aa drt- Sewone weten trachd te mensch zich te redden uit de ongelegenheid, waarin de natuur hem heeft gebracht. Het dient hem als middel om in het natuurlijke leven den weg te vinden. Het is dus bij uitstekpractisch. En dat blijft het, ook wanneer het tot wetenschap uitgroeit. Ook de wetenschap verlaat den veiligen bodem der ervaring niet Zij beoogt geestelijke heerschappij over de dingen dezer wereld. Verder reikt haar begeerte met. Maar daarom brengt zij ook niet het hoogste weten. Dat wordt alleen in de religie gevonden.

w f re 'f!6 het over de eerste en de

laatste relaties. Zij is de sfeer van het absolute. Daarom kan er tusschen religie en wetenschap mits opgevat in den goeden zin van empirische geen vijandschap bestaan. De religie beziet heel wptWereid '"betrekking tot God. De empirische wetenschap daarentegen laat zich slechts met de onderlinge relaties tusschen de eindige dingen in. Hieruit is het te verklaren, dat Kaftan, ofschoon hij voor de wetenschap een afzonderlijk terrein reserveert, toch de wetenschapsctawheid van Ritschl niet kent. Hoezeer hijpok het karakteristieke verschil tusschen gehoofs- en andere kennis accentueert, ofschoon %itO? .Ultdrukk'ngen bij hem gevonden worden, dat hij de gedachte van een onverzoenlijke tweespa t tusschen gelooven en weten nog niet gep!^ heeft uitgezuiverd, zoo is er toch anderzijds een krachtig streven in hem merkbaar naar een zekere eenheid van kennis. Hij gelooft dan n«paa«. eenc»Ph,»o?°Plne des Protestantismus". Deze filosofie vloeit voort uit de zelfbezinning van den geest. Bij die zelfbezinning wordt geen

253

gebruik gemaakt van de een of andere intellectualistische kennistheorie, maar zij stelt de gedachten in op de geestelijke waarde-gevoelens welke het geheele geestesleven beheerschen. Op een waarde-oordeel is gefundeerd de souvereiniteitsverklarlng van den geest d. w. z geest en natuur staan niet gecoördineerd naast elkander maar de natuur is aan den geest gesubordineerd' n 's vkh""de" geeSt het middeI tot verwerkelijking'

r. . . ,-"-""""6 vuiucn, uai in ae veelheid der historische vormen de eenheid van den geest bewaard blijft en ontdekt wordt. Dat kan alleen geschieden vanuit de religie. Wetenschap, religie en moraal zoeken alle naar laatste, afsluitende waarden. De religie alleen doet ze vinden Het geloof, dat van zichzelf zeker is, werpt zijn licht over heel de wereld Van natuur en geschiedenis Het spreekt vanzelf, dat bij deze beschouwing de Kitschliaansche splitsing van zijns- en waardeoordeelen verandering moesten ondergaan. Evenals volgens Ritschl behooren ook volgens Kaftan de zijns-oordeelen bij de theoretische kennis. Maar vooreerst krimpt hij het gebied van de theoretische kennis belangrijk in En voorts legt hij tusschen zijns- en waarde-oordeelen een nauwer verband. Het uiterste wat Ritsen? kon toegeven was, dat bij de waarde-oordeelen waaruit de religieuse kennis is opgebouwd „begeleidende zijns-oordeelen passen. De kritiek 72i u^J1!* S^oe'en streng gericht geoefend. Zij had betoogd, dat dit moest uitloopen op ficttonalisme. Op Ritschls standpunt moest men redeneeren: ik heb slechts te doen alsof God bestaat. Om aan die kritiek te ontkomen

nam Kaftan aan rlat Ac „,„~.a j..,ZZ

.. -—-> «»- vvaaiuc-uurueeien

weliswaar voor de religie beslissend zijn, maar dat die waarde-nnrrWipn i__i_L £"

. .. ....... üjno-uUl UCC1C11 „ue-

grunden Hiervoor greep hij terug naar de „praktische Vernunft" van Kant, dien hij èn

Om Zlin benerkincr van hp+ ......ui:».. i-.'.TU

x_ " ,, ij° .—.«•««... uivuoi-iiciijKc Kennen èn om zijn idee van het primaat der „praktischen Vernunft" huldiirt a s rf«n »,iio„Qo. i—l

testantisme. Hij wil de waarheid van het Christendom apologetisch vaststellen. Daarbij stelt hfi* voorop, dat de waarheid van het Christendom ui-, pewezen mag worden beschouwd, wanneer

Pinkt, nat rlp iHoa u/>« u„t n i ,,

—; -— ,—'."*-'- "ei yjuusru/c, een der

twee leidende Christelijke gedachten, beantwoordt aan alle eischen, welke door de „praktische Vernunft worden gesteld. Dit is metterdaad het geval. De dee van hp+ n^Ho.i.-i,„_^rrl"c

„„. .„ . ■— , -""«"'j* van samen met de idee van het hoogste goed. En nu teert de historie, dat a p ia«pn ....ui i .

de religie tot drijfveer had. Daarom is de Christelijke idee van het Godsrijk de „vernünftige" idee van het hoogste goed. Zij is alzoo postulaat van de praktische Vernunft. Maar dit postulaat leidt od ziin hpnrt n»» fn« Q„„ - t.z _ , , .

. —»- ~-— iui tcu ouucr, n.1. ioi dat van de openbaring Gods in de historie. Het hoogste goed moet immers een bovenwereldlijk goed zijn. Dat nu kan alleen openbaar worden daarvan kunnen wii allppn 7<,u.um i-_.,--"'

wanneer het ingaat in de geschiedenis der mensch-

K?i "Cl"e wereia zien verwerkelijkt.

Dit voert ons tot Kaftano »»..u.j...-.t"^

Ook hier stelt hij zich tegenover Herrmlnn! die de eeschredpnis hiumt»j. u-i j..,.; '

n„ „ . . .—"-6"-"oui. iui uci zeueiijxe.

De geschiedenis strekt zich over heel het geestes-