is toegevoegd aan uw favorieten.

Christelijke encyclopædie voor het Nederlandsche volk

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

314

KAUTZSCH — KECKERMANN

eigening van de gezamenlijke bezitters van productiemiddelen. Het is het grootbedrijf, dat de socialistische maatschappij-vorm noodzakelijk maakt. Voor het kleinbedrijf zou zulke onteigening daarop uitloopen dat men de productiemiddelen eerst aan hun tegenwoordige bezitters ontnam om ze hun daarna terug te geven, wat toch onzinnig zou zijn. De kapitalisten zijn het, die feitelijk boeren en handwerkslieden van hun eigendom berooven, de socialistische gemeenscnap maakt juist aan deze expropriatie een einde".

Kautzky, de ontwerper van het Erfurter program, de dogmaticus der partij, is gebleven orthodox Marxist en heftig bestrijder van het Revisionisme. Sinds 1894 was de agrarische kwestie een punt van geschil geworden (Vollmar beweerde dat op 't gebied van den landbouw het grootbedrijf het kleinbedrijf nog in het geheel niet overvleugelt en dat dus de sociaaldemocratische agitatoren ten plattenlande een geheel andere tactiek moesten volgen dan onder de fabrieksarbeiders); te Breslau 1895 won Kautzky het nog. Hier te Breslau ging het er om wie zou zegepralen: de tactiek of de „doctrine" (Mr. H. P. Q. Quack, De Socialisten, Personen en Stelsels, 3e dr., VI 275). De oude leiders, Liebknecht en Bebel, stonden aan de zijde der tactiek. Zij begrepen dat zij enkel met de hulp van alle verdrukten tot de Staatsmacht, die zij behoefden, konden geraken. Zij waren bereid water in den wijn te doen. Maar de „doctrine" won het. Met 158 tegen 63 stemmen werd een motie van 'Kautzky aangenomen en het door de commissie ad hoe voorgestelde agrarische program verworpen. Maar de strijd over de theorie ontbrandde daarna, toen Bernstein voorstelde om niet te wachten tot de zuivere socialistische gedachte in een revolutionaire periode die op onze kapitalistische zou moeten volgen, kon worden verwezenlijkt, maar er toe te arbeiden met alle kracht om in deze maatschappij de socialistische beginselen zooveel mogelijk in toepassing te brengen. Bernstein spot met de gedachte dat op zekeren dag de kapitalistische maatschappij als door een wonder in de socialistische zou overgaan. Kautzky in zijn: „Bernstein en het sociaal-democratische program" verdedigde daarop 't onvervalscht Marxisme tegen deze nieuwe ideeën.

Omtrent den toekomststaat vermeit Kautzky zich in verlokkelijke schilderingen. Geluk der zinnen en vrede der ziel, hier zoo dikwijls met elkaar in strijd, zullen daar vereenigdzijn;kunst en wetenschap zullen komen tot ongekenden bloei; het zedelijke leven zal stijgen tot een hoogen trap van ontwikkeling; alle zwakke beginselen van het goede en edele uit den tegenwoordigen tijd zullen daar tot rijpheid komen. [ 41.

Kautzsch (Emil), geboren 1841 te Plauen in Voigtland, promoveerde in 1863 te Leipzig, waar hij eerst leeraar aan het gymnasium, later privaat-docent en buitengewoon hoogleeraar werd, terwijl hij in 1872 het gewoon hoogleeraarsambt aanvaardde in Bazel, welk ambt hij vervolgens ook bekleed heeft in Tflbingen en in Halle. Hij overleed in 1910. Hij was een zeer bekwaam taalgeleerde, die zich bizonder verdienstelijk heeft gemaakt voor de kennis van de

beide talen waarin het Oude Testament geschreven is: het Hebreeuwsch (getuige zijn bewerking van onderscheidene drukken van Gesenius' Hebreeuwsche Spraakkunst) en, voor enkele kleinere gedeelten, het Arameesch (blijkens de uitgave van een spraakkunst voor het Bijbelsche Arameesch, en van een studie over Aramaeïsmen in het Oude Testament). Wat zijn theologisch standpunt betreft, behoorde hij tot de negatief-kritische richting op het terrein der Oud-Testamentische studiën, met name tot de z.g. Wellhausensche school. Van uit dit standpunt leverde hij in samenwerking met andere geleerden een nieuwe Duitsche vertaling van het Oude Testament, met inleidingen en korte verklarende aanteekeningen, in denzelfden trant als de bekende Leidsche Vertaling ten onzent, en die, in 1894 verschenen, in 1909/10 reeds een derde uitgave beleefde. Een nieuwe bewerking daarvan, onder leiding van Bertholet, is thans bezig te verschijnen. Ook gaf hij op dezelfde wijze een vertaling van de Apocriefen en Pseudepigrafen. Eindelijk ■ is nog van belang zijn Biblische Theologie des Alten Testaments, oorspronkelijk als artikel over den godsdienst van Israël voor Hastings" Dictionary of the Bible geschreven (1904) en na zijn dood in den oorspronkelijken Duitschen tekst door zijn zoon Karl Kautzsch gepubliceerd (1911). [ 10.

Kawerau (Gustav), geboren 1847 in Bunzlau. In 1882 Inspecteur van het candidaten-stift te Maagdenburg. In 1886 hoogleeraar in. de practische theologie te Kiel, later Konsistorialrat en hoogleeraar te Breslau. Hij schreef over Agricola. Hij was bijzonder kundig in de geschiedenis der Reformatie. Vandaar dat hij lid was van de Vereeniging voor Reformatorische Geschiedenis. Kawerau bezorgde het derde deel van het Lehrbuch der Kirchengeschlchte van Dr W. MÖIler: Reformation und Gegenreformation. Verder is deze in menig opzicht voortreffelijke kerkgeschiedenis nooit verschenen. Kawerau was ook medearbeider aan de nieuwe Luther-uitgave. [ 24.

Keble (John), geboren 1792, gestorven 1866, de zanger van de hoogkerkelijke partij, de populairste van alle Engelsche dichters van kerkliederen. Hij studeerde in Oxford, werd in 1815 geordend, bleef echter tot 1823 als repetitor in Oxford. Toen ging hij tot zijn vader, die in Fairford woonde en nam twee vicariaten aan. bl 1827 gaf hij The Christian Year uit, een verzameling gedichten, die grooten invloed uitgeoefend heeft. Een preek, die hij op 14 Juli 1833 in Oxford uitsprak over The National Apostasy, hield Dr Newman voor het signaal tot de Oxforder beweging (zie art.). Van de Tractsfor the time heeft Keble er acht zelf geschreven. Van 1831—42 was hij professor in de Poëtiek te Oxford. Hij huwde in 1835 en nam toen een beroep in Hursley aan. Zijn bewonderaars hebben zijn nagedachtenis geëerd door de oprichting van het prachtige Keble College in Oxford. Hij schreef o.a. Lyra Innocentium, een Leven van bisschop Wilson e.a. [ 24.

Keckermann (Bartholomaus), een vooraanstaand Gereformeerd theoloog, geboren te Dantzig, onderwees te Heidelberg, daarna aan het gymnasium te Dantzig, waar hij, op een