is toegevoegd aan uw favorieten.

Christelijke encyclopædie voor het Nederlandsche volk

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

KEMPEN

323

zijn afsterven in 1823. Zijn moeder was een achtenswaardige en godvreezende vrouw uit de oude en aanzienlijke familie De Lille, van welke een der voorvaderen tot de verbondene Edelen heeft behoord, en waarvan later vele leden als aanhangers van het Huis van Oranje den Staat te land en ter zee gediend hebben. De waardige vrouw overleed ten jare 1840 in de vaste en herhaalde malen betuigde hope der eeuwige zaligheid. Al de familie-overleveringen van „C. M. van der Kemp wezen dus terug op een wakker en geleerd vóórstaan van de Oud-Gereformeerde kerk en de rechten en vrijheden des volks, in verband tot veeljarige betrekkingen op het doorluchtige Huis van Oranje-Nassau. Hij genoot zijn eerste opleiding in zijn vaderland,; waarna hij 14 September 1816 te Leiden~SIs student in de rechten en letteren werd ingeschreven. Gedurende zijn verblijf aan de Academie meer geneigd om zich onvermoeid aan de studie te wijden dan aan de vermaken en gastmalen zijner medestudenten deel te nemen, werd hij vooral door zijn professoren zeer gewaardeerd, ofschoon hij nu en dan voor het verdedigen van een paradoxale stelling niet terugdeinsde. De voordrachten van Bilderdijk over de geschiedenis des vaderlands woonde hij niet bij, ofschoon hij dat gaarne zou gedaan hebben: maar met ijver volgde hij in 1817 en 1818 de voorlezingen van den hoogleeraar J.W. te Water over de kerkelijke geschiedenis der Vereenigde

Neder anripn Na zilt, r.rn™~*;„ iooo-m.?.:

aer Kemp zich te 's Gravenhage neder en legde

• as ' v e recnispractijk. rüj moet

in dien tijd, ofschoon uiterlijk niet ongodsdienstig innerlijk nu en dan aan bedenkingen van het ongeloof hebben toegegeven ; en het schijnt wel, dat öf de strijd door da Costa sedert 1823 tegen den geest der eeuw gevoerd, óf het bekende Adres van D. Molenaar „Aan alle mijne Hervormde geloofsgenooten" hem meer bepaald tot het onderzoek der Heilige Schrift en tot het behartigen van de belangen van de Hervormde kerk en haar leer gebracht heeft. Het vestigde de aandacht van Van der Kemp op de eenigen tijd vroeger door Da Costa geschreven stukjes ter verdediging van het karakter van Prins Maurits en het kort daarna uitgegeven geschrift van den Kemonstrantschen predikant A. Stolker, waarin beweerd werd, dat Maurits, ofschoon in het staatkundige tegenstander van Barnevelt, ten aanzien der godsdienstvraag omtrent vrijen wil of vrije genade, onkundig en onverschillig geweest was. Zulk een bewering stuitte Van der Kemp tegen de borst, en hij vond zich genoopt, daartegen in een afzonderlijk werkje protest aan te teekenen. De wakkere verdediger van Prins Maurits wijdde voorts een uitvoerig werk aan Ue Eer der Nederlandsch Hervormde kerk, gehandhaafd tegen Ypey en Dermout (1830—33, ó dln ). Hierdoor werd hij de „advocaat der Vaderlandsche kerk". In 1838 tot suppleant-kantonrechter benoemd, vond hij aanleiding tot het bewerken van zijn: Ontwikkeling van het recht betrekkelijk de Kantongerechten (1847). In 1852 werd hij kantonrechter, in 1858 raadsheer in het Provinciaal Gerechtshof. Intusschen bleef hij onvermoeid studeeren ten behoeve van weten¬

schap en kerk. In 1842 behoorde hij tot de z g „zeven Haagsche Heeren". In 1848 werkte hij mede aan de Verklaring van beginselen, op de bekende vergadering van 18 Augustus onder leiding van Groen van Prinsterer. In het staatkundige verdedigde hij sterk de monarchale beginselen. Voorts schreef hij een monografie over Maurits en een schets ten behoeve van de hooge waardigheid der Dordtsche Synode van 1618 en '19. Ook was hij een werkzaam medearbeider aan het maandschrift De Vereeniging onder redactie van O. G. Heldring. In dat maandschrift, deel XVII gaf Mr. H. J. Koenen een belangrijke levensschets van Van der Kemp, met een lijst van zijn geschriften. [ 30.

Kempen (Johannes Hamerken van), geboren in 1365 en den 4den November 1432 overleden, was de oudere en eenige broeder van den beroemden Thomas a Kempis. Evenals deze was hij in Kempen (in het Rijnland) geboren. Hij was een leerling van Gerrit de Groote van dezen trouwen zoon der kerk, strengen asceet en type van de Nederlandsche devotie van zijn tijd. Ook was hij een leerling van Florens Radewijns. Hij was het, die het klooster te Windesheim hielp bouwen en een van de eerste bewoners van het Meester Florenshuis. „Men stelle zich in het wit gewaad der reguliere kanunniken een

man VOOr. zwak van liVhaam c.n i,i0;„

stalte. bedaard in alles wat hü Hn»t n.,..iL

werkzaam, ingekeerd in zichzelven,' en nergens gelukkiger dan in zijn cel, temidden van boeken die hü met nette hanrl afsr-hrllff nt ~~~....\as1

verbetert of nauwkeurig met elkander vergelijkt. Zijn voorkomen is eenvoudig, maar hij is schrander van geest, verstandig van raad, rein van ziel en vroom van gemoed. Hij heeft iets ernstigs over zich, maar tevens iets innemends voor anderen" (Acquoy).

In onzen Johannes waren twee hoedanigheden yereenigd, die hem bekwaamden tot tweeërlei taak. De eenè hoedanigheid vormde hem tot wat wij nu heeten een kamergeleerde; de andere maakte hem geschikt tot het geven van raad en het stichten en leiden van kloosters. Zijn studielust, werkte bij hem met innerlijken drang zijn orgamseerend talent kwam slechts tot ontplooiing als hij uit zijn kloostercel werd gelokt.

Evenals later zijn broeder Thomas schreef hij een fraaie hand. Dan had hij nog een bizondere gave ontvangen, om boeken te corrigeeren en de verschillende, met elkander strijdende lezingen onderling in overeenstemming te brengen Hij was dus een schrander en scherpzinnig man. Ooit kon hij op keurige wijze boeken illumineeren, verluchten, dus sierlijke beginletters teekenen waaruit zijn kunstenaarsaanleg bleek. Tijdens zijn prioraat in het klooster op den Sint-AgnietenZ.?l$ Zwolle heeft hij vele boeken, voor de bibliotheek- of voor het koor geschreven eigenhandig verlucht. Zoo werd hij in 1395 of'96 lid yan een commissie van redactie van kerkelijke boeken. Bij het samenbrengen van de Constitutiones of klooster-bepalingen bewees hij eveneens uitnemenden dienst.

En wat nu ziin andere hnedaninho.'/i k.t..u

zijn organiseerend talent, ook daarvan werd' partij getrokken.