is toegevoegd aan uw favorieten.

Christelijke encyclopædie voor het Nederlandsche volk

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

366

KERKSLAVISCH — KERKTOONSOORTEN

nl. om den zeeman van elke nationaliteit en geloofsbelijdenis „zoowel in onze havens als op zee godsdienstig en zedelijk te verheffen". Daarvoor is dan ook een predikant aan boord, die daags een korte en Zondags een langere godsdienstoefening houdt voor de bemanning aan boord. Is „De Hoop" Zondags in de haven dan hangt het van de omstandigheden af. Zijn er weinig schepen in de haven, dan wordt aan boord dienst gehouden. Met de vlag wordt een signaal gegeven. Zijn er veel schepen in de haven dan wordt er in een van de Engelsche kerken, daarvoor welwillend afgestaan, in het Hollandsen dienst gehouden. Verder bezoekt de predikant de schepen, deelt lectuur, tractaatjes, Blijde Boodschappen, preeken enz. enz. uit, en houdt dan ook, als het werk het toelaat, een korte godsdienstoefening.

Behalve door deze Vereeniging wordt er ook door de Gereformeerde Vereeniging „Bethsaïda" in den zomer enkele weken in de haven van Lerwick en in de laatste jaren ook in enkele Fransche havens gewerkt. Deze vereeniging wordt gevormd door de zoogenaamde „zeekerken" d. i. enkele Gereformeerde kerken, dicht aan zee gelegen, die voor een groot deel uit visschersbevolking bestaan, zooals Scheveningen, Vlaardingen, Maassluis, Katwijk, Noordwijk enz. Het bestuur van de vereeniging „Bethsaïda" zond reeds vóór den oorlog een. tweetal predikanten uit, die in Lerwick onder de binnenkomende visschers arbeidden. De oorlog dwong hen dien arbeid tijdelijk te staken. Na den oorlog hebben ze hem weer opgevat en zelfs tot de Fransche havens te Boulogne en Dieppe uitgebreid. Zij heeft echter niet over een Hospitaal-Kerkschip te beschikken. Haar predikanten arbeiden in den zomer, in de maand Juni en half Juli ongeveer een vijftal weken in de haven te Lerwick. De arbeid op zee laten zij aan het Hospitaal-Kerkschip „De Hoop" over, maar de geestelijke arbeid aan wal wordt dan door hen verricht. En sinds 1925 wordt ook enkele weken onder de visschers, die in den herfst tegen de Kanaalstormen een toevlucht zoeken in de Fransche havens te Boulogne en te Dieppe gewerkt. Deze arbeid, door beide vereenigingen ondernomen, is niet alleen zeer noodig, maar wordt ook door de visschers zeer gewaardeerd. [11.

Kcrksiavisch is de naam van een oudSlavisch dialect, dat niet meer wordt gesproken, maar door Russen, Ruthenen, Serven en Bulgaren

als kerktaal wordt gebruikt. Volgens de laatste berichten zal het ook in de Roomsche kerk in Yoego-Slavië worden gebruikt. [ 17.

Kerktoonsoorten. De melodieën van de psalmen, die in de kerken van de Gereformeerde gezindten gezongen worden (van de melodieën der Evangelische gezangen geldt dit in mindere mate) zijn grootendeels ontleend aan het Gregorlaansch gezang (zie aldaar), dat nog altijd in de Roomsch-Catholieke kerk in zwang is.

De toonsoorten, waarin deze psalmmelodieën gezet zijn, vallen in twee groepen uiteen. Zij, die zich bewegen in den omvang van grondtoon tot octaaf, heeten authentiek; de andere, die zich bewegen In den omvang van onderkwart tot bovenkwint, heeten plagaal. De toonsoorten, die behooren tot de eerste groep zijn: Ionisch, Aeolisch, Dorisch, Mixolydisch en Phrygisch; die van de tweede groep krijgen hypo voor den naam en heeten dus hypo-Ionisch, hypo-Aeolisch enz.

De laatste noot van de melodie duidt altijd den grondtoon aan.

De Ionische en hypo-Ionische toonladders zijn onze gewone groote terts-, majeur-, of dur-toonladders. Tot de eerste soort behooren o.a. (de aangegeven toon is die, waarin de psalmmelodieën van Worp gezet zijn):

Ps. 36, die zich beweegt van Es tot Es-octaaf;

Ps. 73, die zich beweegt van D tot D-octaaf;

Ps. 75, die zich beweegt van F tot F-octaaf.

Daarentegen zijn Ps. 43, die wèl in G-dur staat, maar zich beweegt van D (onderkwart) tot Doctaaf (bovenkwint);

Ps. 56, die in F-dur staat, maar zich beweegt tusschen C en C-octaaf;

Ps. 79, die in As-dur staat, maar zich beweegt tusschen Es en Es-octaaf, hypo-Ionisch.

De Aeolische en hypo-Aeollsche toonladders zijn onze gewone kleine terts-, mineur-, of molltoonladders. Tot de eerste soort behooren o.a.:

Ps. 22, die zich beweegt van e tot e-octaaf;

Ps. 38, die zich beweegt van g tot g-octaaf.

Daarentegen zijn Ps. 16, die wèl in b-moll staat, maar zich beweegt van Fis (onderkwart) tot Fis-octaaf (bovenkwint);

Ps. 18, die in g-moll staat, maar zich beweegt tusschen D en D-octaaf;

Ps. 39, die in a-moll staat, maar zich beweegt tusschen E en E^octaaf, hypo-Aeolisch.

De Dorische en hypo-Dorische toonladders zijn kleine terts-toonladders met één verhooging in de voorteekens. Tot de eerste soort behooren o.a.:

IONISCH DoRtSCH PHRVCiSCH HYPO-hiXOCfPisCH HYPO-AEOLiSCH

\ 1 1 . | o 1 » =

Mixolydisch Aeoüsch Hypo-Ionisch Hypo-DorIsch HYro-PriRtoiscH

-I | | o | <> | =g=

"I o I ° I I I I