is toegevoegd aan uw favorieten.

Christelijke encyclopædie voor het Nederlandsche volk

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

378

KEURSTEEN — KEVER

Keursteen, Openb. 2 : 17. „Deze steen is een voorstelling van den persoon, die hem ontvangt. Bij Israël werden ook. de 12 stammen voorgesteld door steenen in de borstlap van den hoogepriester, Ex. 28 : 15—21 vgl. daar ook vs 9—14. Op die steenen stonden de namen der stammen ingegraveerd. Maar die steenen waren verschillend van kleur. Deze steen is echter wit. Dat wit spreekt van vrijheid van schuld en van reinheid en van heerlijkheid; 3 : 4; 6:1; 1:14. En de steen zelf verzinnebeeldt het duurzame, onvergankelijke. Met dezen witten steen wordt dus aangeduid een van schuld vrijgesproken, en van zonde gereinigd, heerlijk en onverderfelijk, wezen en bestaan. Op den steen staat een nieuwe naam geschreven. Deze naam is niet die van Ood noch die van den Heere Christus

Deze naam is die van den persoon, die dezen

steen ontvangt. Hij drukt het innerlijk wezen van dien persoon uit. In de Heilige Schrift is de naam de persoon zelf naar de openbaring van zijn wezen, de zaak in haren geopenden vorm, naar hare karakteristieke hoedanigheid; vgl. 2:3; 3:4 e.a Hier wordt dus beloofd een geheel nieuw of vernieuwd bestaan, dat in een eigene, nieuwe heerlijkheid uitschittert, maar waarvan toch het innerlijke wezen, en persoonlijke karakter, het geheim is van den bezitter of drager zelf." Dr S. Qreydanus, De Openbaring des Heeren aan Johannes. Amsterdam, 1925, blz. 76, 77.

Kevelaer, stad of vlek in Duitschland, provincie Rheinland, acht kilometer van onze grens, ten Oosten van Maashees, bij de Niers, aan den spoorweg van Ooch naar Geldern en Kempen, ongeveer even ver van Qennep als van Venlo. Een tramlijn, die ongeveer evenwijdig loopt aan de Limburgsche grens, verbindt Kevelaer met Straelen aan de lijn Venlo-Wesel. De plaats heeft schoenen- en celluloidindustrie, bezit een Gothische domkerk en telt 9000 inwoners, bijna alle Roomsch-Katholiek. Kevelaer is vooral bekend door het daar in 1642 opgestelde wonderdoende Mariabeeld, dat gemiddeld jaarlijks door 100.000 bedevaartgangers, ook uit ons land, bezocht wordt; in 1892 bedroeg hun aantal zelfs vier maal zooveel. [ 31.

Kever. De orde der kevers of schildvleugeligen (coleoptera) behoort tot de hoofdgroep der gelede of geleedpootige dieren (arthropoda) en tot de klasse der gekorven dieren of insecten (insecta), dat zijn die, welke 2 sprieten en 3 paar pooten hebben. De naam schildvleugeligen komt hier vandaan, dat van hun 4 vleugels de beide voorste hoornachtig zijn en tot dekschilden dienen voor de beide vliezige achtervleugels, die er onder opgevouwen zijn. Verder bezitten ze bijtende monddeelen, 2 samengestelde oogen en een volkomen gedaanteverwisseling (metamorphose); de onvolkomen dieren heeten larven, oudtijds wormen. De gewone volksnaam der schildvleugeligen is kevers of torren. Ongeveer 300.000 soorten van kevers zijn bekend; hiervan komen 3380 soorten in ons land voor. Hoewel de kevers door hun talrijkheid en vraatzucht dikwijls groote verwoestingen in de plantenwereld aanrichten, zijn toch ook een groot aantal soorten zeer nuttig.

Het lichaam der kevers wordt in 3 deelen verdeeld, namelijk kop (caput), borststuk (thorax) en buik of achterlijf (abdomen). Het borststuk bestaat weer uit 3 deelen of segmenten: voor-, middel- en achterborststuk (prothorax, mesothorax en metathorax), die ieder een paar gelede pooten dragen. Bovendien zijn aan het middelborststuk de voorvleugels en aan het achterborststuk de achtervleugels bevestigd. Het voorhorststuk, welks bovenkant bedekt is met het halsschild, is beweeglijk ten opzichte van mesoen metathorax, die met elkaar vergroeid zijn. Het^zenuwstelsel der kevers ligt, evenals bij alle

arthropoda, aan de buikzijde. De ademhaling geschiedt door

luchtbuizen of tracheeën, die waarschijnlijk ook voor het gehoor dienen en die met de buitenlucht in gemeenschap staan door twee rijen ademhalingsopeningen (stigmata), welke aan weerskanten van het abdomen zijn waartenemen. Het bloed is kleurloos

_ en koud; het bloed-

AMMbei^cfavfaKr. vaat8telse, is „iet gesloten. Het abddmen, waarin de voornaamste spijsverteringsorganen liggen, heeft geen aanhangsels. De darm eindigt in een cloaca. De voortplanting der schildvleugeligen geschiedt door eieren. De achtereenvolgende ontwikkelingstoestanden zijn: ei, larve, pop of nymf, kever. Larve- en poptoestand duren soms vrij lang, bij het Vliegend hert achtereenvolgend 5 jaar en 1 jaar, bij den Meikever 3 jaar en 2 maand. Bij het vliegen gebruiken de kevers eigenlijk alleen hun achtervleugels. De voorvleugels dienen dan als draagvlakken. Tot de 'grootste kevers, die alle van 13 tot 16 centimeter lang worden, behooren Olifantskever (megaso ma elephas), Herkuleskever (dynastes hercules),

Hercaleskever.

Hertshoornboktor (prionus cervicornis), alle drie in Zuid-Amerika, Goliathkever (goliathus giganteus) in tropisch Afrika, en de waarschijnlijk uitgeroeide Reuzenboktor (titanus giganteus) in Guyana. De grootste Nederlandsche kever is Vliegend hert (lucanus cervus), 8 centimeter lang; vrij groot zijn ook Eikenboktor (cerambyx heros), 5 centimeter, Spinnende watertor (hydrophilus piceus), 4 centimeter, Duinmeikever of Julikever (polyphylla fullo), 3 centimeter, Groote loopkever (carabus coriaceus), 3 centimeter en vele andere. Tot de kleine kevers kan men