is toegevoegd aan uw favorieten.

Christelijke encyclopædie voor het Nederlandsche volk

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

KILIAN — KIMEDONCIUS

393

men meende, dat kikkers van zelf uit slijk ontstonden. Het woord vorsch kan beschouwd worden als een verzamelnaam voor alle kikvorschachtige dieren, en, zoo opgevat, behoeft men niet te vragen, tot welke bizondere soort de vorschen der tweede plaag van Egypte (Ex. 8 : 2—14; Ps. 78 : 45; Ps. 105 : 30) behoord hebben. Zeer waarschijnlijk zijn ze een vermenging geweest van echte kikvorschen, padden en boomkik vorschen. [ 31.

Kiltan. In Thüringen is het Evangelie gebracht door de binnendringende Franken, doch vooral ook door zendelingen uit Ierland, die in Würzburg hun hoofdpost schijnen gehad te hebben. Zij genoten zooveel zegen op hun werk, dat in het begin der 8ste eeuw Thüringen voor een gekerstend land gold, al was het heidendom er ook nog niet geheel ten ondergegaan. Slechts één dezer Iersche zendelingen is bekend, n.1. Kilian van Würzburg, die met een paar zijner mannen, om zijn geloof en geloofswerk ter dood gebracht is. In een Würzburgsche necrologie der 8ste eeuw komt bij 8 Juli deze aanteekening voor: Eodem die S. Chilianus Episcopus in castro Wurziburgo cum sociis suis Totmanno présbytero en Colomanno diacono sub Gozberto duce martyrizatus.

Vooral nadat de eerste Würzburgsche bisschop Burkhard de reliquieën van Kilian heilig verklaard had, heeft de naam Kilian groote bekendheid en vermaardheid verkregen; tallooze kerken zijn naar Kilian genoemd; doch van zijn persoon weten wij, gelijk Dr. A. Hauck in zijn Kirchengeschichte Deutschlands zegt, niets> omdat alles wat omtrent hem en zijn werk verhaald wordt, öf ongelooflijk öf onzeker is. [ 35.

Kimchi (Joseph), (12de eeuw) uit het Zuiden van Frankrijk, was een bewonderaar van Abraham Ibn Esra (1092—1167), die op 40-jarigen leeftijd Spanje verliet en na veel reizen zich 1140 in Rome vestigde. Hij schreef meerdere boeken, maar vooral zijn bijbelverklaring en Hebreeuwsche grammaire werden bekend en zeer gezocht. Een van de ijverigste propagandisten voor Ab. Ibn Esra's werk, in Frankrijk, was Joseph Kimchi. Volgens sommigen schreef hij zich: Kamchi. Hij schreef zelf ook een grammaire, die wel de eerste volledige (voor dien tijd) mag heeten. Hij heeft daarin gesproken van korte en lange vokalen, en de 5 lange en 5 korte klinkers moeten een vinding van dezen joodschen geleerde zijn.

Nog beter bekend dan de vader, zijn de beide zonen Mozes en David.

Mozes, de oudste zoon, schreef een leerboek der Hebreeuwsche taal, dat hij: Mahalach schebile haddaath (weg tot het pad van het weten) noemde. Deze titel is daarom zoo opmerkelijk, omdat de 3 woorden met de letters beginnen, die zijn naam vormen: M. Sch. H. = nt^D (Mozes).

David (1160—1235) is de bekendste bij ons omdat zijn werken ook in Nederland (Leiden) gedrukt zijn. De eerste, door Christenen bewerkte spraakkunsten en woordenboeken moeten naar zijn model vervaardigd zijn. Zoowel de grammaire als het woordenboek van David Kimchi hebben eeuwen stand gehouden. Hij kent zichzelf als epigoon, maar toch bracht hij iets geheel anders

dan de meesters, die hij zoo hoog acht. In Michlól (volkomenheid) heeft hij spraakkunst en woordverklaring samengevat en zoo dat de leerlingen de taal gemakkelijk kunnen leeren.

Hij gebruikt in zijn woordenboek zelfs de Romaansche taal om met de Hebreeuwsche te vergelijken en te verduidelijken. [ 44.

Kimedoncius (Jacobus) werd volgens Groen van Prinsterer te Kempen in het Bisdom Keulen, volgens anderen in de stad Kampen (in Overijsel) of in de stad Brugge geboren. Van zijn jeugdjaren is weinig of niets met zekerheid bekend.

Wel weten wij, dat hij den 18den December

1576 met Bollius en Bastingius te Heidelberg tot doctor in de theologie bevorderd werd, bij welke gelegenheid de hoogleeraar Hiëronymus Zanchius een rede hield „de dignitate studii theologici".

Zelf trad hij hier als opziener of bestuurder van het collegium Sapientiae op, maar reeds in

1577 werd hij door den nieuwen Keurvorst, Lodewijk VI, die streng-Luthersch gezind was, uit zijn ambt ontzet.

Hierop begaf hij zich naar Gent, dat in 1577 zijn oude privilegiën, onder Karei V verloren, had herwonnen. In Gent waren Imbyze en Ryhove juist aan het roer gekomen en werd in 1578 het Roomsche seminarium in een Calvinistisch Athenaëum of opleidingsschool voor predikanten omgezet.

Den 6den October 1578 werden de theologische colleges met een inaugureele rede van Kimedoncius geopend. Hij prees in deze oratie de Heilige Godgeleerdheid zeer, daar zij boven alle andere wetenschappen uitblonk, geopenbaard als zij was door God Zeiven. Ook viel hij bij deze gelegenheid de papisten scherp aan en schold de Roomsche theologen voor sophisten.

Kimedoncius begon zijn colleges met de exegese van den zendbrief van Paulus aan de Efeziërs. Hij sprak vrij langzaam, zoodat de studenten hem gemakkelijk konden volgen en zijn woorden in schrift konden vastleggen. Eiken dag gaf hij nu om 8 uur college. Dit „hooger onderwijs" werd in het Karmelieterklooster gegeven, dat daartoe expresselijk was afgestaan. Dr H. H. Kuyper vermoedt, dat het plan tot deze geheele zaak wel van Kimedoncius zal zijn uitgegaan, die immers vroeger te Heidelberg Regens hospitii was geweest.

Behalve dit college over exegese opende Kimedoncius 13 October 1578 een cursus over de Dialectica, waarbij hij als handboek gebruikte Valerius en hield hij op verzoek van enkele dames voorlezingen over Genesis in de St. Bavokerk. Ook anderen dan Calvinisten woonden deze lezingen bij.

In 1580 verliet Kimedoncius het Karmelieterklooster en trok nu naar een novum paedagogium in het Dominicanerklooster. Hier gaf hij om den anderen dag college (van 1578—1580 had hij de brieven van Paulus aan de Efeziërs, de Galaten en de Colossensen, en die van Petrus behandeld). Hij begon nu met Timotheüs. Zelfs doorleefde deze school nog een bloeitijd. Ook onder Kimedoncius werden disputaties gehouden. De Londensche Kerk zond hierheen haar alumni.