is toegevoegd aan uw favorieten.

Christelijke encyclopædie voor het Nederlandsche volk

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

KLAPPEN IN DE HANDEN — KLASSENSTRIJD

423

van asch op zijn hoofd, het scheuren van zijn kleed. Men vindt in de Heilige Schrift klachten over eigen lijden en zonde, over het lijden van anderen, of van zijn volk; over het algemeen verderf; over geleden onrecht. De geloovige klaagt niet voor zich heen, maar legt zijn klacht neer voor God. En dit is dan niet een bittere ontboezeming over wat hem overkomt, of een aanklacht tegen God, maar een openlegging van den nood zijner ziel voor zijn Vader in de hemelen die machtig is in zijn nood te voorzien. In de wereld van thans is velerlei klacht op alle gebied, maar wordt het woord vaak vergeten: „wat klaagt dan een levend mensch, een ieder klage vanwege zijn zonden" (Klaagl. 3:39). [ 28.

Klappen ln de handen. Van ouds was dit een uiting van blijdschap. Toen koning Joas gezalfd en gekroond werd tot koning, klapte het volk met de handen, en zeide: „de koning leve" (2 Kon. 11 : 12). Zelfs worden de volken opgeroepen (Ps. 47 : 2), ja de rivieren (Ps. 98:11), de boomen des wouds (Jes. 55 : 12) om in de handen te klappen. Voorts was het oudtijds de gewoonte, om door het klappen in de handen (handslag) zich bereid te verklaren iemands borg te zijn en zijn schulden te betalen (vg. Job 17:3; Spreuken 22 : 26). [ 28.

Klapper. Zoo noemden de Atheners spottenderwijze den apostel Paulus, Hand. 17:18. Het Grieksche woord wordt gebruikt van een vogel, die overal zaadkorrels oppikt, en overdrachtelijk van een mensch, die zijn tijd doorbrengt met op alle mogelijke kleinigheden acht te geven, en daaraan praatstof te ontleenen. [ 20.

Klassenstrijd. De leer van den klassenstrijd bekleedt een zeer voorname plaats in het stelsel, waardoor Marx het socialisme van utopie tot wetenschap meende te verheffen. In Marx' gedachtengang is de klassenstrijd: de onvermijdelijke, de geschiedenis beheerschende worsteling tusschen maatschappelijke groepen van onderdrukkers en onderdrukten, die zich "steeds vereenvoudigt en verscherpt, om na de gewelddadige omverwerping der heerschende maatschappelijke orde in den socialistischen heilstaat te eindigen, doordien de bewegende kracht van het vredestorend maatschappelijk verschil in de gemeenschap van gelijken niet meer gevonden wordt.

Letten we op de saamstellende bestanddeelen van het leerstuk door kort stil te staan bij de volgende punten:

1. de grondgedachten van de leer van den klassenstrijd.

2. de beteekenis van den klassenstrijd in de geschiedenis.

3. de vereenvoudiging en verscherping van den klassenstrijd in heden en toekomst.

4. het revolutionaire karakter van den klassenstrijd.

5. het einddoel van den klassenstrijd.

6. de tegenwoordige stand van de leer van den klassenstrijd.

Ad. 1. De grondgedachten van de leer van den klassenstrijd zijn het individualisme en vooral het historisch materialisme.

In den gedachtengang van het individualisme is de maatschappij de som van alle enkelingen

en heeft zij tot doel het persoonlijk welzijn dier enkelingen te bevorderen.

Op dezelfde lijn ligt ook de voorstelling van de klasse als een verzameling van op zichzelf staande personen, die het individueel geluk van allen nastreeft. Welke is nu de drijvende kracht die een zeker aantal enkelingen tot een klasse vereenigt, welk is het criterium van het toebehooren tot de klasse?

Het antwoord van het historisch materialisme is: De maatschappelijke stoffelijke gelijkheid, het innemen van eenzelfde plaats in het stelsel van voortbrenging. En zooals de gang van de maatschappij en van het productiestelsel geheel door blinde natuurwetten bepaald is, zoo is ook de tegenstelling tusschen de klassen natuurnoodwendig („we zeggen niet: staakt den strijd, want dat is onzin").

En zoo is ook het einde van den klassenstrijd een natuurwettelijke afloop.

Voor de kritiek op dezen gedachtengang verwijzen we naar de artikelen Individualisme en Materialisme.

Hier plaatsen we alleen de opmerking dat bij aanvaarding van het natuurnoodwendige van den klassenstrijd de beste sociale wetten, uit werkelijk meeleven met het lot der minder bedeelden voortgekomen, moeten beschouwd worden als voortbrengselen van welbegrepen eigenbelang der onderdrukkende klasse.

Ad. 2. Volgens het befaamde communistisch manifest door Marx en zijn boezemvriend Engels in 1847 opgesteld, is alle geschiedenis de geschiedenis van klassenstrijd. Velen hebben in vroeger of later tijd zich moeite gegeven om voor kleinere of grootere tijdvakken der geschiedenis de waarheid van dit. beweren te staven. Zoo heeft men op de grijze oudheid gewezen als op het tooneel van den klassenstrijd tusschen slaven en vrijen.

Voldeden dan de slaven aan het vereischte voor het klassebegrip van maatschappelijke gelijkheid ? Inderdaad wees de onvrijheid van de slaven, een verbindende factor van den eersten rang, op zekere gelijkheid. Maar men heeft zelfs in de wereld der slaven door een nauwgezette geschiedvorsching groot verschil in maatschappelijke positie gevonden. De slaaf-handwerksman was volstrekt niet gelijk in stand met den staafboerenarbeider. De slaaf-opzichter had bepaalde voorrechten. Tusschen de slaven van het eene en van het andere volk was groote maatschappelijke ongelijkheid.

Nog grooter verschil bestond er tusschen de hoorige boeren, die als klasse in de middeleeuwen de boerenoorlogen zouden gestreden hebben. Hier waren alle schakeeringen aanwezig tusschen een bijna volkomene, aan slavernij herinnerende onvrijheid en een weinig bezwarende gebondenheid aan den bodem. Ook was het onder den kromstaf der geestelijke machthebbers beter wonen, dan onder den scepter der wereldlijke gebieders, terwijl de maatschappelijke positie der „onvrije" boeren niet zelden beter was dan die van de „heeren".

Het waren dan ook zeer uitéenloopende beweegredenen die tot de boerenoorlogen leidden. Hier was het een strijd om het simpele bestaan,